Angstcultuur in de West-Brabantse jeugdzorg en pleegzorg (deel 8)

Stockfoto's (bewerkt): Pixabay

WEST-BRABANT - We brengen een serie artikelen over wat er goed en niet goed gaat in de jeugdzorg en pleegzorg in onze regio. Na een serie waarin al de nodige betrokkenen aan het woord kwamen, laten we deze keer raadsleden uit de regio hun bevindingen delen. Er valt nog heel wat te verbeteren, vinden ze…

Jeugdzorg en Pleegzorg liggen nogal eens onder vuur. Ouders, pleegouders en verzorgers voelen zich vaak niet serieus genomen of worden als niet bekwaam afgedaan. Kinderen worden te snel uit huis gehaald, vaak met rampzalige gevolgen. Dat is het beeld dat is ontstaan. Recent nog wijdde het VPRO-programma Argos er een programma van een uur aan. Het schetst bepaald geen vrolijk beeld.  

Ook in onze regio is het nodige aan de hand, laten we met een serie artikelen over de angstcultuur in de Zuidwest-Brabantse jeugdzorg zien. De gemeenteraad is officieel eindverantwoordelijk voor het beleid maar heeft maar deels invloed, mede omdat veel bovenregionaal wordt georganiseerd. We laten een aantal raadsleden aan het woord over hoe zij aankijken tegen de zeer complexe en vaak ondoorzichtige materie.

Eén ding vinden raadsleden bijna allemaal: die decentralisatie werkt niet

Door: Hans-Jorg van Broekhoven

Als je individuele raadsleden vraagt hoe zij aankijken tegen hun verantwoordelijkheid op het gebied van pleeg- en jeugdzorg, klinkt al snel een diepe zucht. De betrokkenheid is er zeker, bij velen, maar een gevoel van onmacht overheerst meestal. Lokaal valt er beleidsmatig meestal weinig in te brengen en écht zicht krijgen op hoe dat deel van de zorgwereld in elkaar steekt, lijkt wel onmogelijk.

Michael Yap is in Roosendaal actief voor de PvdA. Hij heeft vanwege zijn werk als advocaat ook wel eens te maken met de wereld van de pleeg- en jeugdzorg. Dat er soms een angstcultuur heerst is hem niet onbekend. Het is een landelijk probleem, weet hij. Het gebrek aan samenwerking in de sector is er volgens hem medeoorzaak van. Dat leidt weer tot het wegvallen van vertrouwen, tussen instellingen onderling en bij ouders of pleegouders.

Heel vaak komt het in de gemeenteraad ook niet aan bod, vindt Yap. Individuele gevallen bereiken hen in die zin al helemaal niet. Toen het mis ging met Juzt was het een tijdje heel actueel en was de raad volgens hem zeer betrokken bij het continueren van goede zorg. “Het is een heel complex dossier, heel lastig daar grip op te houden.” Zicht hebben en houden op de praktijk is ingewikkeld. GroenLinks-raadslid Annette Gepkens heeft volgens hem meegewerkt aan een onderzoek naar hoe de raad hier beter betrokken bij kan zijn en blijven.

Betere besluitvorming

Gepkens vertelt dat het een onderzoek betreft waar raadsleden aan meededen uit alle negen betrokken gemeenten. Ook medewerkers en vertegenwoordigers van de nodige zorginstanties werden erbij betrokken. Doel was om te bekijken hoe volksvertegenwoordigers hun besluitvorming kunnen verbeteren bij dit belangrijke thema. Van de conclusies en aanbevelingen is de ene lastiger te realiseren dan de andere. Zo bestrijken werkgebieden en regio’s wel eens verschillende gemeenten bijvoorbeeld. Ook moeten doelen en keuzes concreter worden en zich meer toespitsen op de lokale problematiek, legt Annette uit. De communicatie daaromtrent wordt centraal uitgevoerd en dat maakt het lastig per gemeente in te zoomen op wat speelt.

De decentralisatie was vooral ingezet om jeugdzorg dichter bij de doelgroep te brengen. Volgens het raadslid blijkt dat ook het geval te zijn: “Er zijn fors meer jongeren die er gebruik van maken.” Dat er vervolgens al snel werd gekort op de bijdragen van het Rijk, kan op minder enthousiasme rekenen. “Da’s een beetje een rare constructie”, klinkt het - verwijzend naar de beoogde toename van lokaal verleende zorg.

Waardering voor de medewerkers

Dominique Hopmans, van de VVD Bergen op Zoom, is naast raadslid tevens beleidsadviseur Jeugd voor de gemeente Tilburg en de regio Hart van Brabant. Hij begint zijn reactie met oprechte waardering voor alle medewerkers in de sector. “Die hebben echt een taaie job.”

Maar hij ziet ook veel misgaan, bijvoorbeeld aan wat heet ‘de voorkant’. Als een kind terecht komt bij de huisarts, gemeente of een andere instantie, moet eigenlijk de eerste vraag zijn: is dit iets voor Jeugdhulp of hoort dit bij het proces van het leven? Zijn het niet de normale tegenslagen die iedereen kan overkomen? “Doordat dat onderscheid vaak niet goed wordt gemaakt, stroomt de Jeugdhulp vol, wordt er aanbod gecreëerd dat vraag aantrekt. Het systeem raakt op slot, de doorstroom wordt steeds lastiger.”

Andere benadering

Ook Hopmans vindt dat er te snel wordt doorverwezen, een geluid dat we in deze serie eerder hoorden. Het stellen van de juiste diagnose blijkt lastig bij veel gemeentes en daardoor komen kinderen soms bij de verkeerde instanties en hulpverleners terecht. Dat zorgt voor veel onnodige kosten en het stropt ook op in de opvang van hen die het wel nodig hebben.

Er zou bovendien veel meer gekeken moeten worden naar de gezinssituatie en andere omstandigheden om het kind heen. Daar zijn vaak prima oplossingen te vinden, die zelfs beter zijn dan dat zorgverleners de regie volledig overnemen. “Versterk juist dat sociale netwerk zodat jongeren opgroeien in een veilig en gezond opvoedklimaat.” Niet vanuit het ziektemodel denken maar in maatwerk en kansen in de eigen omgeving, roept hij op. Bovendien moet goed worden bekeken of er aan de gezinsomstandigheden iets te doen is, waardoor een probleem deels of geheel wordt opgelost. Denk bijvoorbeeld aan financiële zorgen. Eerst oog dus voor wat je kunt doen aan de bestaanszekerheid voor een kind, voordat het kind zelf tot hoofdprobleem wordt gemaakt.

Politiek

Het raadslid vindt, net als velen, dat er niet op lokaal niveau naar dergelijk beleid moet worden gekeken. “Ik wil er m’n collega’s niet mee aanvallen maar vaak weten ze er heel weinig van, behalve dan dat de gemeente verantwoordelijk is voor ‘iets met jeugdzorg’. Ik vind het ook heel gevaarlijk dat een raad eindverantwoordelijk is voor het beleid.” Het baart hem bovendien zorgen dat er zo weinig aandacht voor is. “Eén derde van de gemeentelijke begroting, soms zelfs de helft, is sociaal domein. Toch gaan de discussies altijd over bestemmingsplannen, of een paaltje hier en een paaltje daar.”

Te veel belanghebbenden

Er is nog een Bergs raadslid met veel ervaring in de sector. Farid El-Khassim is raadslid bij de Bergse BSD fractie en medeoprichter van het Adriano Huis, een woonplek voor jonge mensen die bij de reguliere zorg en opvang niet terecht kunnen. Hij werkte hiervoor zelf in de Jeugdhulp en weet dus uit eigen ervaring dat lang niet alles er goed gaat. De angstcultuur komt volgens hem door het grote aantal belanghebbenden. Van ouders die het vaak niet eens zijn met het feit dat hun kinderen hier worden aangemeld tot de vele, vele uitvoerende instanties en bedrijven.

Natuurlijk is het lastig, een kind ergen weghalen. Farid: “Wat is hét moment om dat te doen?” En soms is de vraag waar een kind naar toe moet. “Schrik niet, in sommige gevallen is de situatie zo onhoudbaar, of is er gewoon geen plaats elders, en wordt een kind in een penitentiaire inrichting gestopt. Dat komt dan terecht tussen diehard jonge criminelen.” Hij noemt tevens de enorme regeldruk die het lastig maakt, ook voor medewerkers. “Het is echt dansen op het scherpst van de snede. Het wordt voor ouders wel lastig om vertrouwen te hebben in een organisatie die eigenlijk al vleugellam is.”

Oplossing

De oplossing, volgens El-Khassim? Decentraliseren, wat eigenlijk iedereen tot nu toe lijkt te zeggen. Gemeenten hebben te weinig zicht op hoe aanbieders presteren en hoe de geldstromen lopen. Zoals het nu vaak gaat is in ieder geval weinig constructief. “Puntje bij paaltje gaan ze met het geld er vandoor, bouwen of huren ze enorme huizen, stoppen daar twintig kinderen in, schaffen een PlayStation en wat grote tv’s aan en dat is dan jeugdzorg.” Van serieuze begeleiding is volgens hem vaak geen sprake, en hij weet waar hij over praat; “Ik heb er gewerkt hè?”

Gemeenteraden hebben weinig in te brengen

Ook in Woensdrecht worstelen ze met het probleem. D66’er Thierry de Heer: “Je bent als raad verantwoordelijk. Maar heb ik het gevoel dat ik er iets aan kan doen? Nee!” Omdat er regionaal wordt samengewerkt hebben gemeenteraden weinig invloed, al zien ze het aantal jongeren in de jeugdhulp toenemen. “Ik weet niet of dat een goed effect is. Is dat omdat het meer nodig is, of omdat het bereikbaarder werd?” Ook het verdienmodel achter de verschillende aanbieders vindt hij lastig. “Moet zorg een verdienmodel zijn? Moeten financiën een maatstaf zijn in de zorg?”

Kritiek moet kunnen

Het ontbreekt raadsleden aan kwaliteitseisen en mogelijkheden om te toetsen. Ze worden ook niet voldoende geïnformeerd, vindt De Heer. Het feit dat de jeugdzorgwereld slecht tegen kritiek lijkt te kunnen, vindt hij zeer kwalijk. “Je moet er alles over kunnen zeggen en je klachten mogen ventileren. Ik merk wel aan allerlei ouders en insprekers dat dat nu niet het geval is.” Hij vindt het lastig te achterhalen waar en waarom die openheid zo wordt tegengehouden. “Soms heb je het gevoel dat je bewust dom gehouden wordt. Niemand durft de verantwoordelijkheid te pakken, ook landelijk niet. Men houdt elkaar allemaal de hand boven het hoofd, in de hoop dat het overwaait. Maar dit waait niet over.”

‘Over de schutting’

Rainier Schuurbiers is eveneens raadslid in Woensdrecht, voor de ABZ. Hij wijst erop dat er een aantal malen bezorgde ouders hebben ingesproken bij raadsbijeenkomsten. Maar ook is ie er zich van bewust dat veel schrijnende gevallen nooit aan het daglicht komen.

Wederom volgt een weinig enthousiast verhaal over de decentralisatie. “Het is in 2015 over de schutting gemikt door Den Haag, maar toen was er nog voldoende geld.” Zijn gemeente hield de eerste jaren zelfs best wat over, legt Schuurbiers uit. Het eerste jaar is één miljoen apart gezet voor jaren daarna, omdat de landelijke bijdragen terug gingen lopen. Dat was geen overbodige luxe, de kosten nemen alleen maar toe. Er is volgens de ABZ-fractievoorzitter alleen maar meer jeugd die hulp moet krijgen. Volgens hem past het bij dit tijdsbeeld, met bijvoorbeeld andere gezinssituaties dan vroeger. Door de decentralisatie valt het ook meer op.

Eigen team blijkt succesvol

De gemeente Woensdrecht heeft eigen jeugdprofessionals in dienst genomen, juist om snel te kunnen acteren als het mis dreigt te gaan en om zo erger te voorkomen. Dat blijkt te werken, aldus Rainier, het team is zelfs van 4,5 naar 6 fte vergroot. Minder lovend is hij over de zorgbedrijven, “die als paddenstoelen uit de grond schieten en de pgb’s innen, daar is moeilijk op te sturen als raad. De prestatieafspraken moeten aangehouden worden maar meer grip is er niet.”

Hij denkt dat juist al die concurrentie in de sector mede de reden is voor de ondoorzichtigheid ervan. “Bijna niemand durft meer hardop te praten. Het valt voor ons als raadsleden ook bijna niet te controleren omdat het er zo veel zijn.” Hij is blij dat de Commissie Sociaal Domein, mede door insprekers, toch wel meer inzicht kreeg in de loop der jaren. “Moet ook wel, nu het een lokale verantwoordelijkheid is. Al zou het beter zijn als die decentralisatie wordt teruggedraaid."

 

Lees ook de rest van de serie door hier te klikken.