VLP stelt vragen over busvervoer en buurtbus

ROOSENDAAL - De VLP stelt vragen aan het college over het busvervoer in de Roosendaalse wijken en dorpen. Omdat de bussen door verschillende gemeenten rijden is Provinciale Staten verantwoordelijk voor de invulling van het busvervoer. De VLP vraagt het college om Provinciale Staten adviezen en informatie te geven waarmee ze het busvervoer goed kunnen inrichten.

Door: Kitty Joachems

Provinciale Staten gaat ervan uit dat in het tweede kwartaal van 2021 de aanbestedingsdocumenten voor het busvervoer in West-Brabant zijn vastgesteld. Hoewel de gemeente hierin geen gesprekspartner is stelt raadslid Eric de Regt namens de VLP voor dat de gemeente wel de nodige adviezen en informatie verstrekt aan de Provincie. “Bij de uitvoering van de plannen kunnen ze dan rekening houden met een aantal zaken die in onze gemeente spelen”, legt De Regt uit.

Aansluiting

Volgens de VLP gaat het om een aantal praktische zaken. “Wij willen dat iedere wijk, dorp, buurt voorzien wordt van een bushalte, zodat iedereen slechts een korte afstand hoeft te lopen naar een halte”. Daarnaast vindt de VLP het belangrijk dat de busverbindingen goed aansluiten op elkaar en op de trein. Ook ontwikkelingen in de gemeente Roosendaal moeten in de busregeling worden meegenomen. De Regt: “er komt binnenkort een nieuw ziekenhuis, er wordt volop gewerkt aan de nieuwe wijk Stadsoevers en er staan veranderingen in het centrum op stapel. Wij vinden dat daar op voorhand al rekening mee moet worden gehouden”.

Buurtbus

Het VLP-raadslid gaat ook in op de huidige problematiek rondom de buurtbus. Omdat de buurtbus niet coronaproof is staat de bus al een half jaar stil. De Regt noemt dat een begrijpelijke keuze omdat de veiligheid en gezondheid van de gebruikers prioriteit heeft. Maar het wordt volgens zijn partij wel tijd om de buurtbus weer op gang te helpen. “We denken dat met de nodige aanpassingen en eventuele steun van de gemeente de buurtbus weer kan rijden”, stelt De Regt. “Dat is nodig omdat vooral ouderen in de dorpen en in het buitengebied op deze vorm van vervoer zijn aangewezen. Als zij nergens meer naar toe kunnen, worden ze steeds eenzamer en dat moeten we voorkomen”.