ABT kritisch op college over procedure migrantenhuisvesting: ‘De raad wil dit niet’
Foto: Shutterstock
Raadslid Han van ’t Hof (ABT) wil weten waarom het college ’tegen beter weten in’ meewerkt aan een vergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten aan de Slabbecoornweg in Tholen. Het bestemmingsplan van het industrieterrein zou dat niet toestaan, en het college wil dit omzeilen middels een zogeheten BOPA-procedure (buitenplanse omgevingsactiviteit). Van ’t Hof plaatst ernstige vraagtekens bij de juridische houdbaarheid van zo’n constructie, stelt hij in schriftelijke vragen aan het college.
Vorige week zijn de raadsleden door het Thoolse college op de hoogte gesteld van de BOPA-route. Volgens Van ’t Hof wringt deze procedure met een eerder vastgesteld raadsbesluit waarin is vastgelegd dat huisvesting van arbeidsmigranten op industrieterreinen niet is toegestaan. “De raad heeft hier klip en klaar een kader gesteld”, aldus Van ’t Hof. “Dan is de vraag op welke juridische grondslag het college toch medewerking verleent aan een aanvraag die daar haaks op staat.”
Evaluatie
Zo wil Han van ’t Hof onder meer weten hoe de gekozen werkwijze zich verhoudt tot de rol van de gemeenteraad onder de Omgevingswet. Daarnaast vraagt hij zich af waarom het college juist nu deze procedure in gang zet, aangezien er een evaluatie van het beleid rond arbeidsmigrantenhuisvesting is aangekondigd. “Die evaluatie is juist bedoeld om richting te geven aan toekomstige besluitvorming”, stelt Van ’t Hof. “Waarom wordt daar dan niet op gewacht?”
‘Zorgvuldig en rechtszeker?’
Ook vraagt het ABT-raadslid zich af of het “zorgvuldig en rechtszeker is om initiatiefnemers kosten te laten maken voor een procedure waarvan, gelet op het bestaande raadsbesluit, zeer aannemelijk is dat deze niet tot een beleidswijziging zal leiden.” Volgens Van ’t Hof raakt de kwestie aan de bestuurlijke verhoudingen: “Het handelen van het college roept vragen op over de rolverdeling tussen raad en college, het gebruik van de BOPA-bevoegdheid en de zorgvuldigheid richting zowel de raad als de initiatiefnemers.”