Bergen op Zoom

Ahmed Aboutaleb in Gageldonk: ‘Een veilige wijk maak je nooit zonder bewoners’

Ahmed Abutaleb (rechts) met gespreksleider Adam Ahajaj.

Han Verbeem Han Verbeem

Op uitnodiging van GroenLinks-PvdA Bergen op Zoom was oud-burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb vrijdagavond te gast in het Huis van de Wijk in de multiculturele wijk Gageldonk. Voor een zaal met zo’n 150 bezoekers -komend van heinde en verre- presenteert de bestuurder van PvdA-huize zijn autobiografie Thuis en gaat hij in gesprek met het publiek: over leefbaarheid, zorg, veiligheid en de rol van bewoners in de wijk. Daarbij trekt hij regelmatig parallellen tussen Rotterdam en Bergen op Zoom. De oplossing voor maatschappelijke uitdagingen: ‘Ga samen met elkaar aan tafel. Eten verbindt.”

 

Audio: Ahmed Aboutaleb spreekt met inwoners in het Huis van de Wijk in Gageldonk.

Nadat Abutaleb uitvoerig zijn levensloop uit de doeken doet – vanaf het moment dat hij als arme immigrantenzoon voet op de grond zette in Schiphol tot aan zijn afscheid als burgemeester – is er gelegenheid voor vragen uit de zaal. Zo spreekt onder anderen opbouwwerker Ad van der Vreede zijn zorgen uit over de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Volgens hem is er een schrijnend tekort aan geld en personeel, terwijl steeds meer mensen vereenzamen en in de wijk tussen wal en schip vallen. “Er wordt veel verantwoordelijkheid bij medebewoners neergelegd”, stelt Van der Vreede. “Maar hoever reikt die verantwoordelijkheid?”

Aboutaleb erkent dat bewoners, families en buurten een belangrijke rol kunnen spelen, ook ondersteunend bij de GGZ, maar waarschuwt tegelijk voor overschatting. “Je kunt veel doen, maar niet het onmogelijke”, benadrukt Abutaleb. Hij verwijst naar het landelijke beleid uit de jaren negentig, waarin werd gedacht dat intramurale instellingen grotendeels konden verdwijnen. “We hebben toen op een roze wolk gezeten. Alsof preventie alles kan oplossen en repressie niet nodig is. Zo werkt de wereld niet.”

GGZ-cliënten nu meer zichtbaar

Volgens Aboutaleb zijn er niet méér GGZ-cliënten dan dertig jaar geleden, maar zijn deze wél zichtbaarder geworden in de openbare ruimte. “We hebben mensen de straat op gestuurd die daar niet zelfstandig kunnen functioneren.” In Rotterdam leidde dat ertoe dat de politie jaarlijks zo’n vierduizend keer contact had met psychiatrische patiënten. “De politie is daar niet het juiste instrument voor. Dat vraagt om betere, ook intramurale, GGZ-voorzieningen.”

Tegelijkertijd constateert Abutaleb, dat de verbetering van sociale omstandigheden in wijken tegen grenzen aanloopt. “We vragen veel van mensen die zelf moeite hebben om rond te komen. Rust in de portemonnee is een voorwaarde om überhaupt iets voor een ander te kunnen betekenen.”

Sociale media als ‘gifbeker’

Later op de avond draagt Aboutaleb een gedicht voor waarin hij sociale media vergelijkt met een “gifbeker”. Op een vraag uit de zaal hoe groot hij de invloed daarvan acht, was hij uitgesproken. “Ik noem het het riool van de samenleving. Daar zwemmen piranha’s, daar wil ik niet zijn.”

Aboutaleb geeft aan bewust geen gebruik te maken van sociale media. Waar vroeger een mening via een brief aan de krant moest worden gefilterd en gewogen, is tegenwoordig iedereen zijn eigen journalist, stelt hij. “De meest vreselijke onzin wordt verspreid en mensen geloven het ook nog. Influencers worden slapend rijk van het verkopen van onzin.”

Alleen interessante meningen

Als commentator bij RTL laat hij de redactie selecteren wat voor hem relevant is. “Alleen interessante meningen, de rest hoeft ik niet te weten.” Met name bestuurders en ministers riep hij op tot terughoudendheid. “Een minister was vroeger een ‘dienaar’. Dat vraagt afstand, geen permanente afhankelijkheid van likes en trends.”

Veiligheid begint in de wijk

Van der Vreede komt vervolgens terug op het thema leefbaarheid en veiligheid. Hij prijst Aboutalebs wijkbezoeken in Rotterdam, maar vroeg zich af hoe je langdurige betrokkenheid borgt. “Niet dat ene mooie moment, maar het volhouden.”

Aboutaleb benadrukt dat veiligheid nooit alleen een taak van uitsluitend de overheid en politie kan zijn. “Rotterdam heeft 700.000 inwoners en 2.000 agenten. Dat red je nooit zonder bewoners. Je hebt ogen en oren nodig in de wijk.”

Ahmed Abutaleb met leden van de Bergse afdeling GroenLinks-PvdA.

Om deze “duizenden ogen en oren” goed te benutten moet de overheid wél randvoorwaarden scheppen, merkt de oud-burgemeester van Rotterdam op. Met herkenbare wijkagenten, boa’s, verlichting en, waar nodig, cameratoezicht. “Camera’s zijn geen doel op zich. Als ze niet meer nodig zijn, moeten ze weer weg.” Als voorbeeld noemde hij Katendrecht, waar na jaren van ingrijpen de veiligheid sterk verbeterde en camera’s konden worden verwijderd.Maar zonder inzet van bewoners blijft het volgens hem onmogelijk. “Als mensen zeggen: ‘dat is niet mijn taak, daar is de gemeente voor’, dan krijg je zéker geen veilige samenleving.”

‘Ga met elkaar eten’

Aboutalebs belangrijkste boodschap aan de bezoekers van het wijkcentrum van Gageldonk: Verbinding begint met ontmoeting. “Ik ging als burgemeester  altijd éérst eten met mensen in de wijk. Geen vergaderingen, gewoon samen eten.”
Daar begint het mee, zei stelt Abutaleb. “Maar we kennen ook veel mensen die we niet écht kennen, waar we niet achter de voordeur komen.” Zijn advies: volhouden. “Het is bijna Ramadan. Nodig elkaar uit. Misschien komen ze niet de eerste keer, misschien niet de tweede, maar geef niet op. Ik heb daar zestien jaar over gedaan.”

In de rij met een boek

De avond in Gageldonk eindigt met applaus, maar vooral met een duidelijke boodschap: leefbare en veilige wijken vragen om stevige publieke voorzieningen. En om bewoners die elkaar blijven opzoeken, aan tafel. Onderwijl haasten de bezoekers zich met een zojuist gekocht exemplaar van de autobiografie naar de signeersessie bij een statafeltje.

Terwijl Abutaleb de boeken met een geoefende handbeweging één voor één signeert, is er nog tijd voor een laatste vraag: wat Bergen van Rotterdam leren kan?  “Ga het gesprek samen aan en wees niet te soft om problemen aan te pakken. Soms is een stevige aanpak óók nodig.”