Hoogerheide

Bloed, zweet en tranen: Jesse (19) uit Hoogerheide loopt voor de vierde keer de Roparun

Jesse wordt door zijn vader en zus over de finish geholpen (foto: Jesse van Santen).

Teun van Elzakkers Teun van Elzakkers

Elk jaar kleurt de regio tijdens het pinksterweekend helemaal geel, want de Roparun staat dan namelijk op het programma. Voor velen is de Roparun een onmogelijke tocht, maar de negentienjarige Jesse van Santen uit Hoogerheide gaat dit jaar voor de vierde keer dit avontuur aan.

Op zijn vijftiende deed hij voor het eerst mee. “We hadden toen nog last van de pandemie dus liepen we alleen door Nederland. De start was toen op een vliegbasis in Twente, dat was echt enorm vet”, vertelt Jesse over zijn eerste deelname. Door zijn jonge leeftijd moest hij wel eerst een test doen of hij het wel aan kon. “Bij mijn team hadden ze ook even twijfels over mijn leeftijd, maar nadat ik een keer meetrainde en ze mijn enthousiasme zagen, mocht ik er gelijk bij.”

Geworteld in de familie

De Roparun heeft diepe wortels in de familie van Jesse. Zijn vader, zus en andere familieleden zitten namelijk allemaal in de organisatie. En de reden waarom ze zo betrokken zijn, is ook de reden waarom Jesse meedoet. “Mijn oma, die ik zelf niet goed heb gekend, had ook kanker. Uiteindelijk wil je toch meer te weten komen over haar en dan hoor je over hoe de behandeling ging en hoe weinig er mogelijk is. Dan wil je er iets aan kunnen veranderen voor iedereen die er nu doorheen gaat. En aangezien mijn familie in het bestuur zit, wilde ik het anders aanpakken.”

We zijn echt een grote vriendenclub.

Zo is hij bij zijn team beland: Team 188 ‘Maak een vuist’. Zijn vader was al bekend met het team en ze hadden nog een deelnemer nodig. Jesse loopt nu al vier jaar mee met Team 188 en het is volgens hem een hele hechte groep.

“Er is wel wisseling in de leden, maar we zijn heel hecht. We doen bijvoorbeeld ook uitjes samen. De leeftijden variëren enorm, ik ben dan nu de jongste en de oudste is zestig. Ondanks dat zijn we echt een soort grote vriendenclub, je kan ons wel vergelijken met een vriendenteam bij voetbal.” Volgens Jesse maakt dat het team alleen maar sterker. “We kennen elkaars sterke en zwakke punten en daarom kunnen we elkaar extra goed helpen.”

Veel werk

Dat het een vriendenteam is, betekent niet dat ze weinig geld ophalen. “We hebben vorig jaar ongeveer vijfduizend euro opgehaald, maar we moesten ook onze deelname bij elkaar sparen”, legt Jesse uit. Het inschrijfgeld voor een deelname kost al drieduizend euro en dan moet een team nog vervoer en slaapplekken regelen. “Via acties en sponsoren krijgen we het bedrag bij elkaar en wat overblijft doneren we. We hebben ook weleens een sponsor gehad die een groot bedrag gaf, maar dat hebben we dit jaar niet helaas.”

Op de vraag of de Roparun zelf ook zwaar is, antwoordt Jesse volmondig ‘ja’. “Het is zeker pittig. Je kan je voorbereiden wat je wilt, maar je weet nooit wat je lichaam gaat doen. Ik heb een jaar gehad dat ik zestig kilometer hard heb gelopen per week en dan ben je nog steeds kapot. Je slaap zó weinig en bent constant in beweging, daar kan je je gewoon niet op voorbereiden.”

Motivatie

Maar Jesse blijft gemotiveerd. “Ik kan me nog een pittig stuk van vorig jaar herinneren. Ik moest veertig kilometer lopen, in het donker, tussen Antwerpen en Klein-Zundert. De hele tijd kwam ik niemand tegen, maar toen ik aankwam in Klein-Zundert stonden daar twee mensen te juichen. Dat soort momenten herinneren je eraan waarom je het doet.” De mensen langs de kant houden Jesse echt aan de gang. “Een keer liepen we een stuk door een ziekenhuis en kwamen langs een ongeneeslijk ziek meisje. Dan zie je echt waar je het voor doet. Ik denk dan: ik ga nu mijn lichaam slopen zodat zij straks toch verder kan.”

Jesse en zijn vader omhelzen elkaar (foto: Jesse van Santen).

“Tijdens de Roparun hou je het niet droog”, legt hij verder uit. Elk jaar heeft zijn team een stop in Halsteren. “Je ziet je familie bijna niet en als je ze dan tegen komt, krijg je een gevoel wat je niet kan omschrijven. Alles komt dan los.” Ook de finish is elk jaar een groots moment voor hem. “De eerste keer mocht ik alleen voorop lopen. Toen ik mijn vader en zus zag staan, barstte alles uit. Er stond ook gelijk een cameraman bij en ik wist al dit geen fraai beeld van me ging zijn”, verteld hij lachend.

Zware editie

Tijdens de aankomende Roparun kan het wel dertig graden worden en dat kan wel eens zwaar worden. “Ik heb geen idee hoe dat gaat zijn, maar ik heb alvast twee flessen factor vijftig in mijn tas zitten. Er ligt ook een hitteplan klaar, dus het komt vast goed”, aldus een gemotiveerde Jesse.