Tholen

College verdedigt keuze flexbus-HUB’s: ‘Centrale plekken met veel voor­zieningen’

Vanaf de Hublocaties kunnen reizigers door heel Tholen en de rest van Zeeland reizen. (Foto: ZuidWest Update)

Han Verbeem Han Verbeem

Het college van Tholen ziet geen reden om het netwerk van zogenoemde HUB-opstapplaatsen voor de flexbus aan te passen en vindt dat het flexvervoer voldoende bereikbaar is. Dat blijkt uit de beantwoording van vragen van de VVD-fractie, die kritiek heeft op de gekozen locaties en de zichtbaarheid van de borden in de openbare ruimte. Sinds deze week is ook Tholen aangesloten op het flexvervoer.

De HUB’s, vaste opstappunten met het herkenbare groene bordje, zijn volgens het college geplaatst op basis van de Regionale Mobiliteitsstrategie, zo legt het college de VVD-fractie uit. Daarbij geldt als uitgangspunt, dat inwoners binnen ongeveer 500 meter een opstappunt moeten kunnen bereiken. De verantwoordelijkheid voor de locaties ligt bij de gemeente, in samenwerking met de provincie Zeeland en vervoersorganisatie Reizen door Zeeland.

Prominente plekken

De plaatsing van HUB-borden op zichtbare locaties, zoals de Markt in Tholen, is volgens het college een bewuste keuze. Juist centrale plekken met veel voorzieningen, zoals winkels en horeca, worden gezien als logische knooppunten. Daarbij is geprobeerd de borden zoveel mogelijk te clusteren met bestaande bebording om ‘versnippering’ in de openbare ruimte te voorkomen.

Geen selectie op drukte

Volgens de VVD heeft de gemeente bij de locatiekeuze onvoldoende gekeken naar de verwachte drukte per halte. Maar volgens het college is dat geen selectievoorwaarde bij de mobiliteitsstrategie. Wel is gekeken naar logische ligging, bereikbaarheid en inpassing in de omgeving. De locaties zijn eerder gepresenteerd aan de gemeenteraad, waarna enkele aanpassingen zijn gedaan op basis van reacties.

Flexvervoer sinds deze week

Inwoners kunnen sinds maandag gebruikmaken van het flexvervoer. Om het systeem onder de aandacht te brengen, zet de gemeente in op een brede communicatiecampagne, met onder meer huis-aan-huisflyers, advertenties, social media en informatie op de gemeentelijke website.

Monitoren ‘op totaalniveau’

Hoewel het gebruik van het flexvervoer wordt gemonitord, gebeurt dat voorlopig “alleen op totaalniveau”, zo blijkt uit de beantwoording van de schriftelijke VVD-vragen. Er wordt volgens het college vooral gekeken naar het aantal ritten binnen de gemeente, maar niet naar het gebruik per afzonderlijke HUB. Daarmee blijft voorlopig onduidelijk welke opstappunten intensief worden gebruikt en welke niet.

Fijnmazig netwerk

Het college geeft aan de locaties in de toekomst te willen evalueren. Kleine verschuivingen zijn mogelijk als dat de bereikbaarheid of inpassing verbetert. Grote wijzigingen liggen echter niet voor de hand, omdat volgens het college “het fijnmazig netwerk met de 500-meternorm” behouden moet blijven.

Ook als zou blijken dat bepaalde opstappunten weinig worden gebruikt, betekent dat niet automatisch dat ze verdwijnen. Verplaatsing kan worden overwogen, maar verwijderen is lastig zolang de dekking voor inwoners gegarandeerd moet blijven, aldus het Thoolse college.