West-Brabant

Dit is hoe gemeenten omgaan met agressie in de zorg

Illustratie: Casper Eggermont

Hans-Jorg van Broekhoven Hans-Jorg van Broekhoven

Wie je het ook vraagt, eigenlijk iedereen erkent dat agressie in de zorg een belangrijk maatschappelijk thema is. Onlangs brachten we met een publicatie in beeld hoe politici in onze regio kijken naar de lokale verantwoordelijkheid die gemeenten en bestuurders daarin hebben. Vanzelfsprekend stuurden we tevens naar de woordvoerders van de gemeenten die onze regio rijk is een aantal vragen. Een volledig regionaal beeld ontbreekt: de gemeenten Steenbergen, Rucphen, Tholen en Zundert lieten ons verzoek om een reactie onbeantwoord.

De uitkomsten en antwoorden die ZuidWest Onderzoekt ontving, liepen uiteen. De kortste was die van de gemeente Halderberge: “Wij hebben het agressieprotocol aangescherpt en accepteren geen enkele vorm van agressie. Het is ook meer onder de aandacht gebracht van al onze medewerkers.”

Hoewel de toon overal even ernstig is, verschillen de West-Brabantse gemeenten aanzienlijk in hun aanpak van agressie tegen zorgverleners. Waar de ene gemeente zich profileert als een ‘verbindende partner’ die vooral signaleert, kiest de andere voor harde contractvoorwaarden en financiële kaders om de veiligheid op de werkvloer af te dwingen.

Een gedeelde zorg, een andere focus

De gemeenten Roosendaal en Moerdijk trekken nagenoeg één lijn. Beide besturen benadrukken dat de primaire verantwoordelijkheid voor een veilige werkomgeving bij de zorgorganisaties zelf ligt, maar zien voor zichzelf een faciliterende rol. “Elke vorm van agressie of intimidatie tegen deze professionals is volstrekt onacceptabel”, aldus de woordvoerders van beide gemeenten.

Zij zetten vooral in op informatie-uitwisseling. Door middel van lokale handhavings- en zorgnetwerken willen zij zorgwerkgevers “proactief informeren over risicovolle situaties in de openbare ruimte of specifieke wijken.” De focus ligt hier dus op preventie door omgevingskennis.

Veiligheid via de portemonnee

Woensdrecht en Bergen op Zoom gaan een stap verder door veiligheid expliciet te koppelen aan de inkoop van zorg. Zij zien reële tarieven als een randvoorwaarde voor veiligheid; zorgverleners moeten immers de tijd en middelen hebben om met lastige situaties om te gaan.

Woensdrecht hanteert veiligheidseisen als integraal onderdeel van grote contracten binnen het sociaal domein (Wmo en Jeugd). “Het gaat dan bijvoorbeeld om protocollen met betrekking tot veiligheid en het bijhouden van incidenten”, stelt de woordvoerder. Daarnaast zoekt de gemeente aansluiting bij het strafrecht via de districtelijke aanpak van snelrecht en het bevorderen van de aangiftebereidheid onder het motto ‘handen af van onze hulpverleners’.

Harde lijn

Bergen op Zoom is heel concreet in de uitvoering. De gemeente heeft in haar contracten voor huishoudelijke hulp en dagbesteding vastgelegd dat agressie directe gevolgen kan hebben voor de cliënt. Wie zich schuldig maakt aan geweld of intimidatie, riskeert dat de zorg simpelweg wordt stopgezet.

De procedure is strikt: na een incident volgt een waarschuwing en een gesprek met de gemeente over de consequenties. Helpt dat niet? Dan mag de aanbieder de zorg beëindigen. Bovendien wil de gemeente dat zorgaanbieders elk incident melden bij de GGD als toezichthouder. Ook stelt Bergen op Zoom harde eisen aan het personeelsbeleid: “Opdrachtnemers moeten medewerkers inzetten die om kunnen gaan met onverwachte situaties, zoals agressie, en die relevante kennis hebben over de doelgroepen.”

Wie is verantwoordelijk?

Hoewel alle gemeenten benadrukken dat agressie ‘onacceptabel’ is, verschilt de visie op de eigen regierol. Roosendaal en Moerdijk blijven aan de adviserende zijde, terwijl Woensdrecht en Bergen op Zoom de veiligheid van de zorgverlener proberen te borgen via contracten en regels.

Wij staan altijd voor de veiligheid van al onze inwoners.

De meest uitgebreide reactie kwam van Etten-Leur, vandaar dat we daar apart en wat dieper op ingaan. De gemeente neemt een positie in die stevig is verankerd in het veiligheidsbeleid. De gemeente beschouwt agressie tegen zorgverleners niet langer als een simpel arbeidsrisico, maar als een fundamenteel maatschappelijk veiligheidsprobleem.

De burgemeester als beschermvrouwe

In Etten-Leur fungeert de burgemeester als het boegbeeld van de ‘Veilige Publieke Taak’. Agressie tegen zorgverleners wordt op hetzelfde niveau geplaatst als geweld tegen politie of brandweer. De gemeente hanteert een gezamenlijk handboek met de politie en brandweer om eenduidig op te treden tegen normoverschrijdend gedrag.

Burgemeester Marina Starmans trekt hierbij een duidelijke grens: “Iedere zorgverlener moet zonder angst kunnen werken. In Etten‑Leur trekken we daar een harde grens: agressie accepteren we nooit. Als burgemeester sta ik pal achter onze professionals en zorgen we er samen met politie en OM voor dat incidenten serieus en snel worden opgepakt.”

Harde eisen en reële tarieven

Ook deze gemeente gebruikt haar inkoopkracht (Wmo en Jeugdwet) als hefboom. Hoewel de werkgever verantwoordelijk blijft voor trainingen, eist de gemeente dat zorgaanbieders een deugdelijk veiligheidsbeleid en incidentenregistratie voeren. Etten-Leur erkent de link tussen werkdruk en agressie. Daarom pleit de organisatie voor reële tarieven, zodat aanbieders voldoende personeel kunnen inzetten.

Ketensamenwerking en Veiligheidschecks

Agressie stopt niet bij de voordeur, zo stelt deze gemeente. Via het Zorg- en Veiligheidshuis wordt informatie over ‘veelplegers’ gedeeld. In de praktijk betekent dit dat zorgverleners in crisissituaties standaard in duo’s werken en dat er bij risicovolle adressen vooraf een veiligheidscheck plaatsvindt, indien nodig in samenwerking met de politie.

 

Deze productie kwam mede tot stand met behulp van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.