Calfven

Mart van café Het Calfven: ‘Ik wilde met 65 stoppen, maar dat wilden de klanten niet’

Mart Karremans van café Het Calfven (foto: ZuidWest Update)

Ronald Joore Ronald Joore

Waar nu de toog staat, was vroeger de huiskamer en de rest was café. Vandaag de dag meet het dranklokaal 56 vierkante meter. Zuidwest Update is te gast voor de kroegentocht bij Café Het Calfven (1912). Daar praat eigenaar Mart Karremans over hoe hij dit in stand wil houden. In deze ruimte voelt het dan ook heel natuurlijk, dat het gesprek plaatsvindt aan een tafeltje met rood tapijten tafelkleed.

“Dat tafeltje stond hier al toen ik de kroeg 36 jaar geleden overnam”, vertelt Mart. Voordat hij volledig aan de slag ging in deze horecagelegenheid was hij werkzaam als torenkraanmachinist. Werken op eenzame hoogte beviel hem prima, maar hij moet toegeven dat het vak van kastelein een stuk gezelliger is.

Zijn klantenbestand bestaat voornamelijk uit mensen van boven de dertig jaar. Het zijn vooral mensen uit Ossendrecht en omgeving, maar ook Belgen en Zeeuwen weten zijn kroegje te vinden. “Het zijn eigenlijk allemaal vaste stamgasten, het voelt als een grote familie”, verhaalt Mart verder.

 Ineens staan er tien klanten te straten.

Hoe hecht die band is blijkt wel als er een klus geklaard moet worden. Bijvoorbeeld toen het terras opnieuw bestraat moest worden. “Zorg maar dat de klinkers er liggen, dan zijn we er van het weekend”, klonk het uit de monden van een paar klanten. “Dan staan er ineens, op een zaterdag tien man om te straten”, vertelt de barkeeper. Zo is er door een klant ook een exacte kopie gemaakt van het oude glas en lood. Want de kozijnen waren aan vervanging toe en Mart wilde zo dicht mogelijk bij het origineel blijven.

Café Het Calfven (foto: ZuidWest Update)

De verwevenheid met de klanten heeft nog een voordeel volgens Mart: “Ze weten hier precies hoe ver ze kunnen gaan in de kroeg. Met hun grappen bijvoorbeeld. Ik hoef maar een keer te kijken en ze weten hoe laat het is.”

Ik ben net een pastoor.

Tegelijkertijd kun je rekenen op zijn integriteit. “Mensen vertellen mij best veel. Ook over hun problemen. Daarover praat ik met niemand, ik ben net een pastoor”, vertrouwt Mart ons toe.

Dat kwam hem een keer goed van pas toen hij te horen kreeg dat er een klant uit het dorp was overleden. “Wat denk je, zie ik de ‘overledene’ twee weken later hier voorbij het café lopen.” De eerstvolgende keer heeft de kastelein aan de brenger van het nieuwtje gevraagd of die man misschien was herrezen uit de dood. “Die kreeg toen wel het schaamrood op zijn kaken”, lacht Mart. Waar hij aan toevoegt: “Dat mag je opschrijven, want ze leven inmiddels allebei niet meer.”

Muziek in de kroeg is de radio

Mart straalt pure rust uit, net als zijn café. Misschien komt het door de niet te overdreven memorabilia aan de wand. Of zijn het toch de stoffen lampenkapjes boven de toog? Aan mailen of social media doet hij in ieder geval niet. Zijn mobiele telefoon gebruikt hij alleen voor noodgevallen. “Ik draai hier ook geen muziek. Hier staat altijd lekker de radio aan, op Radio Nostalgie.”

Buiten het vaste klantenbestand komt er weleens een enkele wielrenner aan waaien. “Maar dat is prima zo, ik wil het graag zo houden zoals het is. Dichtbij zoals het van origine is.” Zo laat hij ook blijken als zijn klanten vragen om een schuifpui te plaatsen richting het terras. “Dat gaat dus niet gebeuren, het is mooi met ze”, vertelt Mart met een knipoog.

De klanten lieten hem niet stoppen

Op de vraag of hij nu verder alles alleen doet antwoordt hij: “Tja, buiten de hulp van mijn klanten en als het echt nodig is van mijn twee zoons, doe ik het helemaal alleen. Ken je het gezegde: Als je van je vrouw af wilt moet je een café beginnen?” Waar hij veelzeggend niets meer aan toevoegt.

Eigenlijk wilde hij met zijn 65 jaar stoppen, maar dat ging niet door. Met een complimenteuze reden namelijk dat zijn klanten niet wilden dat hij zou stoppen met de kroeg. “Dus nu ga ik door tot het echt niet meer anders kan. Misschien kan ik van die 36 jaar dat ik de kroeg heb dan toch nog 50 jaar maken”, sluit Mart in alle rust af.