Bergen op Zoom

Mary leerde 20.000 kinderen zwemmen: ‘Maar nu is het mooi geweest’

Na vijftig jaar in en langs het zwembad, is het mooi geweest voor Mary.

Sven de Laet

Na bijna vijftig jaar langs het zwembad te hebben gestaan, is Mary van Meel (65) uit Steenbergen nu klaar voor haar pensioen. Een beslissing waar ze heel wat nachten zwetend van wakker heeft gelegen. “Twintigduizend kinderen. Dat is niet niks.”

Het zat er al even aan te komen, vertelt Mary, die inmiddels zo’n 38 jaar haar eigen zwembad in Bergen op Zoom runt. “Een klein jaar terug begon ik me af te vragen hoe lang ik dat nog kon en wilde doen. Mijn hart zei dat ik door moest gaan met de lessen. Ik moet die kinderen nog zo veel bijbrengen.”

Maar er zijn meer belangrijke dingen in het leven. “Mijn man is wat ouder. Als we samen nog jarenlang leuke dingen willen doen, moet ik die knoop een keer doorhakken.” Dat deed ze eerder deze zomer. “Verschrikkelijk. Ik kon er gewoon niet van slapen. Vooral omdat ik het nog tegen de leerlingen, ouders en collega’s moest vertellen.”

Die zorgen bleken nergens voor nodig. “Vorige week heb ik naar alle leden een mail verstuurd dat het zwembad in de verkoop gaat. Daarna heb ik het ook op Facebook gezet. Wat een lieve en positieve berichtjes ik daar allemaal op ontvangen heb… Ik had een brok in mijn keel toen ik het las.”

Twintigduizend leerlingen, dat is een derde van Bergen op Zoom.

De stroom aan complimenten geeft maar weer aan wat een begrip Mary in de gemeente is geworden. “Blijkbaar, al heb ik daar zelf nooit bij stil gestaan. Totdat laatst iemand me een feitje vertelde. Twintigduizend leerlingen, dat is een derde van Bergen op Zoom.”

Het zijn dan ook de kinderen die ze het meest gaat missen. “Maar goed, daar komt meer tijd voor mijn eigen kleinkinderen voor in de plaats.” En Mary heeft al meer spannende toekomstplannen. “Ik woon op een boot. Daarmee hopen we straks een paar maanden per jaar te kunnen varen. Als ik dan zie hoe kinderen plezier hebben in het water… Ik krijg al een warm gevoel als ik eraan denk. Wat heb ik toch een mooi beroep gehad.”