Moerdijk

Moerdijks raadslid worstelt soms met positie: ‘Spelregels veranderen tijdens het spel’

Raadslid en fractievoorzitter van het CDA, Nico van Drimmelen. (Foto: ZuidWest Update)

Anouk Houweling Anouk Houweling

Sinds de gemeenteraad in november 2025 uitsprak dat dorp Moerdijk mogelijk moet wijken voor Powerport, schrijft raadslid Nico van Drimmelen (CDA) zijn gevoel regelmatig op. Met name na grote of nieuwe ontwikkelingen. Als raadslid worstelt hij wel eens met alles wat er gebeurt en of hij wel de goede keuzes maakt.

Na een persoonlijk gesprek met de staatssecretaris schreef hij onlangs opnieuw zijn gedachten op. “Ik wilde hem duidelijk maken dat dit allang niet meer alleen over het dorp Moerdijk gaat”, begint Van Drimmelen. “De ruimtevraag is weliswaar kleiner geworden, maar niet verdwenen.” En dus weten inwoners niet waar ze aan toe zijn. In de brief geeft hij aan dat hij zich steeds ongemakkelijker voelt in zijn positie als raadslid.

“Wij worden door inwoners aangesproken en afgerekend op het besluit dat wij in november hebben genomen. Dat besluit hebben wij destijds naar eer en geweten genomen, op basis van de kennis en informatie die toen beschikbaar waren”, schrijft hij. Daarom staat hij achter de keuze van november 2025. “Maar het zwaarste is dat de uitgangspunten waarop je die keuzes hebt gebaseerd voortdurend lijken te verschuiven.”

Twijfels

Het voelt voor Van Drimmelen alsof het Rijk de gemeente niet de volledige informatie heeft gegeven. En dat vindt hij een ‘ernstige constatering’. “Vertrouwen vormt de basis van iedere goede samenwerking tussen overheden”, geeft hij in zijn brief aan. Bijvoorbeeld door informatie die uit woo-verzoeken komt. “Je wil het zo goed mogelijk doen voor iedereen, maar dat is dan best wel lastig.”

Een scenario waarin het dorp kan blijven, vindt hij zeker niet slecht, maar dan moet de discussie niet over een paar jaar weer beginnen. Vooralsnog geeft het Rijk alleen een doorkijk richting 2040. “Zekerheid tot 2035 of 2040 is geen structurele zekerheid als de volledige ruimtevraag daarna beleidsmatig overeind blijft.”

Daarin reflecteert Van Drimmelen ook op zichzelf. “Je bent er voor de inwoners en dan krijg je het gevoel: heb ik het wel goed gedaan, en ga je twijfelen”, geeft hij toe. Onderling heeft hij het daar wel eens over met andere raadsleden. “Ik merk dat het ook bij hun speelt. Dan is het een kort appje of een gesprek, dat is prettig.”

In de steek gelaten

De provincie laat de gemeente wat Van Drimmelen betreft helemaal in de steek. “Zij moet voor ons het eerste steunpunt zijn. Dan kan je nog verschillen van mening, maar je ziet of hoort ze niet.” Dat de provincie haar mening op andere informatie baseert, stoort hem. “Het wordt voor de raad bijna onmogelijk om inwoners uit te leggen waarop eerdere besluiten waren gebaseerd.”

Hij vreest dat er losse projecten overal in de gemeente komen. “En niet de integrale aanpak. Als de spelregels tijdens het spel veranderen werkt het niet.” En die zorg gaat nog verder. “Door de gewijzigde ruimteopgave dreigt de ruimtelijke druk zich juist te verplaatsen naar andere kernen. Dan lossen we het probleem niet op, maar verschuiven we het”, zegt Van Drimmelen.

Druk op plannen

Zolang de ruimtevraag blijft bestaan, staat Van Drimmelen achter zijn stem van november. Al is dat soms lastig. “De publieke opinie is soms snoeihard en dat kan ik ook wel begrijpen. Maar soms moet je een keuze durven maken, want daar vragen inwoners om.”

Daarin ziet hij ook de druk die bijvoorbeeld ligt op de plannen rondom het elektriciteitsnet. “We smachten om het elektriciteitsnet te upgraden, dus de druk dat die plannen doorgaan blijft.”

Hij vraagt het Rijk en de staatssecretaris een fundamentele keuze te maken. Niet voor tien of vijftien jaar, maar voor de lange termijn. De kern van het dossier draait voor hem om zekerheid, betrouwbaarheid en generaties. “Onze inwoners hebben geen behoefte aan tijdelijke geruststelling. Zij hebben recht op duurzame zekerheid”, aldus Van Drimmelen.