Roosendaal

Moreno fotografeerde in verboden zone Tsjernobyl: ‘Hier word je stil van’

Fotograaf Moreno Molenaar uit Roosendaal (foto: Omroep Brabant).

bron: Omroep Brabant bron: Omroep Brabant

“Ik ben op plekken geweest waar je eigenlijk niet mocht komen.” Fotograaf Moreno Molenaar (31) uit Roosendaal bezocht acht jaar geleden de ‘exclusion zone’ rond de rampplek van de voormalige kerncentrale in Tsjernobyl. Wat begon als een spannend avontuur eindigde als een indrukwekkende ervaring die hij niet snel zal vergeten.

“Toen ik mijn moeder vertelde dat ik erheen zou gaan, was ze best bezorgd. Zij heeft het nieuws over de ramp destijds uitgebreid meegekregen op tv. Ik kende inmiddels ook de geschiedenis van de ramp. Daarvoor bestond Tsjernobyl voor mij alleen in videogames”, vertelt Moreno terwijl hij de foto’s van zijn reis terugkijkt op het scherm.

Nucleair Disneyland

Als jonge twintiger zette de Roosendaler zijn eerste stappen in de fotografie. Het vastleggen van verlaten gebouwen en gebieden had destijds zijn voorliefde. Tsjernobyl gold daarbij als een ultieme bestemming.

Moreno reisde samen met een vriend af naar het gebied dat tegenwoordig bij Oekraïne hoort. “Toen we daar aankwamen, viel meteen op dat er nog steeds veel politiemensen en militairen rondreden. We zagen ook bussen met toeristen die even snel een dagje Tsjernobyl deden, als een soort nucleair Disneyland. Dan denk je: waar gaat dit naartoe?”

Het is moeilijk voor te stellen dat hier ooit mensen leefden en plezier hadden.

Volgens de Roosendaler werden deze dagjesmensen op grote afstand gehouden. Ze hadden, in tegenstelling tot hem, nauwelijks contact met de bewoners. “Omdat wij wel oprecht geïnteresseerd waren, werden we zeer hartelijk ontvangen. De mensen in het gebied rond de centrale leven nog steeds vrij geïsoleerd. Water en elektriciteit zijn er geen vanzelfsprekendheid. Toch zijn het hele dankbare en warme mensen.”

Onwerkelijk

Moreno maakte talloze foto’s, ieder met een eigen verhaal. Zo legde hij een verlaten kapsalon vast, waar shampooflessen onder een dikke laag stof nog op de kaptafel staan. Op de vloer liggen duidelijk herkenbare plukken haar. In een gymzaal van een school staat een turntoestel alsof de leerlingen nog ieder moment kunnen terugkomen. “Het is moeilijk voor te stellen dat hier ooit mensen leefden en plezier hadden. Wanneer ik naar de foto’s kijk, word ik altijd even stil. Echt heel onwerkelijk.”

De kernramp in Tsjernobyl vond plaats in de nacht van 26 april 1986, toen reactor 4 van de kerncentrale explodeerde tijdens een veiligheidstest. In de directe nasleep kwamen twee werknemers om het leven door de explosie zelf. In de weken daarna stierven nog eens 28 hulpverleners aan acute stralingsziekte. Geschat wordt dat enige duizenden mensen extra kanker hebben ontwikkeld als gevolg van de ramp.

In 2018 maakte het gebied voor Moreno nog altijd een desolate indruk. Rond de centrale werd een verboden zone van ongeveer 30 kilometer ingesteld, waaruit meer dan 100.000 mensen werden geëvacueerd. De nabijgelegen stad Pripjat, ooit een levendige woonplaats voor werknemers van de centrale, werd binnen één dag volledig verlaten en ligt er sindsdien spookachtig bij.

Op sommige plekken dicht bij de reactor is de straling lager dan verderop.

Dagelijks rijden er nog steeds tankwagens door het gebied om te voorkomen dat radioactief stof opwaait. “Op sommige plekken dicht bij de reactor is de straling lager dan verderop. Tegelijkertijd zijn er zones die nog altijd gevaarlijk zijn, zoals het Rode Bos. Daar mochten we het busje niet verlaten”, vertelt Moreno.

Mensen komen tot leven

Hij vervolgt: “Er is in de loop der jaren veel geplunderd en er lopen wilde honden rond. Het zijn nazaten van de dieren waarvan hun baasjes dachten dat ze binnen een paar dagen wel weer terug zouden zijn. De honden zijn niet agressief. Een van hen, Tarzan, volgde mij overal waar ik heen liep. Hij liet zich gewillig fotograferen; ik raakte echt aan hem gehecht. Het afscheid viel mij dan ook zwaar.”

Moreno in Tsjernobyl (foto: Moreno Molenaar).

Juist door hun afwezigheid kwamen de mensen voor Moreno steeds meer tot leven. Zoals op de kinderafdeling van het ziekenhuis, waar de knuffels nog op de bedjes lagen. Of in een schoollokaal met de opengeslagen lesboekjes nog op de tafeltjes. “Het is er vies en het ruikt er muf. Maar wanneer je even alleen in zo’n ruimte bent, komt het echt bij je binnen. Dan realiseer je je dat het allemaal echt is en dat gebouwen niets waard zijn zonder mensen.”

Veertig jaar na de ramp zou de Roosendaalse fotograaf nog eens terug willen gaan naar Tsjernobyl. Door de oorlog met Rusland is dat nu onmogelijk. “Ik heb mij ontwikkeld als fotograaf. Ik zou daarom nu de focus meer leggen op de mensen in plaats van op de gebouwen. Aan de andere kant kijk ik tevreden terug. Ik heb een belangrijk stukje geschiedenis kunnen vastleggen. Dat nemen ze mij nooit meer af. Want ook wanneer alles ooit wordt gesloopt, blijven  de foto’s voor altijd.”

De Kernramp van Tsjernobyl vond plaats op 26 april 1986, in de toenmalige Sovjet-Unie (nu Oekraïne). Tijdens een veiligheidstest ging het mis in een reactor. Er volgde een explosie. Radioactieve stoffen kwamen vrij en verspreidden zich over grote delen van Europa, ook in onze provincie. Naast directe slachtoffers, onder wie medewerkers van de centrale en brandweermensen, moesten tienduizenden mensen in de omgeving worden geëvacueerd.

Een groot deel van het gebied rondom de centrale is tot op de dag van vandaag onbewoonbaar. De ramp geldt nog altijd als de zwaarste kernramp ooit, met langdurige gevolgen voor mens en milieu.
Streekomroep ZuidWest maakt in samenwerking met Omroep Brabant een serie verhalen rondom deze historische gebeurtenis nu precies veertig jaar geleden.