Nog geen concrete oplossingen voor overlast rondom Vogelaarpark
In het Vogelaarpark geld al een samenscholingsverbod. (Foto: ZuidWest tv)
Bewoners in het gebied rondom het Vogelaarpark in Etten-Leur hebben een brief gestuurd naar de gemeente waarin zij vragen om samen naar oplossingen te kijken voor het park. Het college liet daarop weten dat de opties die zij noemen geen mogelijkheden zijn. Daarom is ook raadslid Clasien de Regt van Leefbaar Etten-Leur in de pen geklommen.
In de brief die bewoners stuurden stelden ze ook een aantal oplossingen voor, zoals het park ’s avonds afsluiten en een hekwerk rondom het park. Daarnaast zouden ze graag een heemtuin willen realiseren. “Zodat ze ook een positieve bijdrage kunnen leveren”, zegt De Regt, die contact heeft met bewoners.
Maar het college van de gemeente Etten-Leur wil het park niet afsluiten, zo laat ze weten in een reactie op de bewonersbrief. Ook het volledig anders inrichten van het park is geen optie. “Maar ze denken er al twaalf jaar over. Sfeerbeheer en de politie doen hun best, maar het is iedere keer wat anders”, geeft De Regt aan. Ze krijgt wekelijks berichten van bewoners die overlast ervaren.
Toch erkent ze ook dat het park afsluiten misschien niet dé oplossing is. “Het is geen blijvende oplossing, want dan verplaatst de overlast naar het centrum. Ze moeten ten eerste de ouders aanspreken.”
Vervolg
Om meer duidelijkheid te krijgen, heeft ze zelf raadsvragen gesteld over de situatie. Daarin vraagt ze onder andere naar welke maatregelen het college wil nemen om de situatie onder controle te krijgen. Maar ook waarom het afsluiten van het Vogelaarpark met een hekwerk geen optie is.
Tot slot vragen bewoners om met de gemeente aan tafel te gaan, maar daar is tot op heden geen gehoor aan gegeven. Dat is volgens De Regt jammer. “Ik hoop dat ze aanleiding zien om serieus in gesprek te gaan. Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden, want bewoners zien het en hebben de beste oplossingen”, aldus De Regt.
Lees ook: Opnieuw samenscholingsverbod in Vogelaarpark: ‘Kijken welke stappen we nog meer kunnen zetten’