Oosterscheldekreeft laat nog op zich wachten, maar: er is hoop
Kreeft met Brabantse Wal-asperges: een regionale lekkernij.
Het kreeftseizoen is inmiddels van start. Na enkele dramatische jaren lijkt de populatie van de Oosterscheldekreeft zich voorzichtig te herstellen. Maar het zal nog zeker tien jaar duren voordat de jonge kreeftjes weer op sterkte zijn. Vooralsnog zijn de restaurants in de regio aangewezen op “buurkreeften” uit onder meer de Grevelingen of verder weg, vanuit de Atlantische kust. En de smaak? “Je moet ze écht naast elkaar zetten, wil je het verschil zien en proeven.”
We nemen de proef op de som en gaan daarvoor aan tafel bij Stadsbrasserie Thalia in Bergen op Zoom, waar Frank en Femke de scepter zwaaien. We kiezen voor de gegrilde kreeft. Uiterlijk is er inderdaad geen verschil, en de kreeft laat zich goed combineren met de asperges van de Brabantse Wal – geteeld op de hoge zandgronden, op kilometers afstand van de Scheldewateren. Qua smaak doet het niet af van de bekende Oosterscheldekreeft, maar de smaakbeleving?
Eigen DNA
Volgens de kenners zou deze “een eigen DNA’ beschikken, ontwikkeld door de eeuwen heen, aangepast aan de specifieke gebiedsomstandigheden van de Zuidwestelijke delta op de grens van zoet en zout. Ook de nieuw uitgezette kreeftjes in de Grevelingen beschikken over dat DNA en zijn daarmee directe verwanten van de Oosterscheldekreeften.
Staalslakken
Veel gasten vragen bewust naar de Oosterscheldekreeft, maar Femke moet daarin duidelijk zijn: de eerstkomende jaren is er weinig te verwachten. De reden voor de terugval is niet bekend. Chefkok Frank weet het zeker: “Het komt door de staalslakken”, het afval van de hoogovens die Rijkswaterstaat bij de Zeelandbrug heeft gestort. En ja, de dieren in de Grevelingen doen het wél goed. Over de exacte oorzaak zal onderzoek van de WUR, de universiteit in Wageningen, te zijner tijd uitkomst moeten bieden. Duidelijk is wél, dat drie jaar geleden de Oosterscheldekreeft van het één op het ander moment het liet afweten.
Atlantische kust
De aanvoer komt niet allen uit de regio maar ook van de Atlantische kust. Wereldwijd is ook Canada een belangrijke leverancier, “maar die gaan vooral richting China”, weet Femke. De kreeften die wij én de andere gasten op tafel mogen verwelkomen, hebben allen een Atlantische oorsprong. Maar dat moet je dan echt wel wéten. Vooralsnog hebben de uitgezette kreeftjes nog de tijd om tot wasdom te komen. Of blijft de Oosterscheldekreeft, net als de ansjovis, alsnog weg uit de Oosterscheldewateren? “Wie zal het zeggen… de tijd zal het leren.”