Roosendaal gaat starterswoningen beschermen door reguleren en niet speculeren
Het Oude Raadhuis op de Markt in Roosendaal. (foto: ZuidWest Update)
Door het invoeren van zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding voor nieuwbouwwoningen neemt de gemeente Roosendaal starters in bescherming. Ook doorstromers krijgen hiermee een betere kans op de woningmarkt. De regeling moet de trend doorbreken dat beleggers de bedoelde woningen kopen en deze niet zelf gaan bewonen maar verhuren of doorverkopen. Dit deelde het college donderdagavond tijdens de commissievergadering mee.
Vanaf de feitelijke aankoop telt het beding voor een tijdsduur van vijf jaar. Mocht de woning worden doorverkocht dan blijven de voorwaarden hetzelfde omdat het een kettingbeding betreft. Bij het overtreden van de voorwaarden kan de gemeente een boete opleggen van 100 duizend euro. Wel is er rekening gehouden met uitzonderingssituaties, zoals een scheiding of een executieverkoop. Zo moeten de woningen behouden blijven voor de doelgroep.
Lees ook: Roosendaal voert zelfbewoningsplicht in om starters en doorstromers te beschermenDe zorgen van de daad zitten er vooral erin wanneer er nu sprake is van deze uitzonderingssituaties. En hoe is dit te handhaven?
Stel je bent wethouder en wilt na 4 jaar terug naar Breda.
“Wanneer zijn omstandigheden zwaarwegend om eerder dat huis te kunnen verkopen dan?”, stelt Sjef van der Touw (Roosendaalse Lijst). Hij haalt daarbij sprekende individuele casussen aan. Het raadslid vervolgt met een kwinkslag naar wethouder De Beer. “Stel je bent wethouder in Roosendaal, je koopt hier een huis en je wilt na vier jaar terug naar Breda?” Daarmee doelend op de uit Breda afkomstige wethouder en de termijn van vijf jaar verplichte bewoning.
De Beer laat zich niet van de wijs brengen en gaat geen casussen af zitten pellen. “Het inzetten van dergelijke instrumenten is altijd een koorddansact. Maar ze zijn nodig om ongewenste fenomenen aan te pakken”, aldus de wethouder.
Niet bij ieder huis een boa
Corry van Leerzem van Forum voor Democratie maakt zich zorgen over het handhaven van dit beleid. En met name of er wel voldoende ambtelijke capaciteit voor is.
Volgens wethouder De Beer kan het soms pieken in de ambtelijke taken maar is er de ambtelijke capaciteit op dit moment toereikend. “We gaan hiermee juridisch palen in de grond zetten. Maar we zetten niet bij elk huis een boa voor de deur”, vervolgt de wethouder.
We gaan tanden laten zien.
Hij gaat verder: “We zetten nu stevig in door onze tanden te laten zien aan ongewenste fenomenen. En perspectief te bieden aan de goedwillende inwoners.” De termijn van vijf jaar vindt hij redelijk en wordt in andere plaatsen meer gebruikt dan bijvoorbeeld drie jaar.
Geen ombudspolitiek
Bernadette Zijp van PVDA en namens GroenLinks lijkt zich in het beleid te kunnen vinden. Zij ziet een rol voor de raad weggelegd als mensen vastlopen met de gestelde voorwaarden.
“We hebben gevoel bij de eerlijke bewoner, maar we moeten niet aan aan ombudspolitiek gaan doen”, volgens Van der Touw.
We gaan dit niet tot in de eeuwigheid doen met oogkleppen op.
Wethouder De Beer toont begrip voor de aangehaalde argumenten en als de tijden veranderen kan het beleid worden aangepast. “We gaan dit niet tot in de eeuwigheid doen met oogkleppen op. Als er zich bijvoorbeeld een marktverschuiving voordoet”, vertelt hij. “Ook kunnen de scherpe randen er op een gegeven moment mogelijk worden afgehaald.” Er zijn volgens hem nu al voorbeelden van projectontwikkelaars die zelf een clausule inbouwen voor zelfbewoning.
Zorgvuldigheid
“We zullen hier heel zorgvuldig mee omgaan op het stadskantoor”, zegt de wethouder toe. Hij vind dat de raad daar met de aangedragen argumenten mede voor heeft gezorgd. Wethouder de Beer belooft de raad begin 2027 te informeren over het ingezette beleid, omdat er dan meer zicht is op de effecten.