De Heen

Topsporter Valence Bickel ontvangt Koninklijke erkenning uit handen van burgemeester

Valence Bickel De Heen

Valence Bickel krijgt de Koninklijke erkenning opgespeld (foto: Gemeente Steenbergen).

Tomlin Smits Tomlin Smits

De Heense karate- en kickbokskampioene Valence Bickel is maandagavond benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Tijdens de Nieuwjaarsontmoeting ontving zij de Ridderorde uit handen van burgemeester Ruud van den Belt van de gemeente Steenbergen. Daarbij prees de burgemeester haar winnaarsmentaliteit en noemde Bickel een visitekaartje voor de sport én de gemeente.

De 27-jarige topsportster was uitgenodigd om maandagavond de Nieuwjaarsontmoeting in het gemeentehuis van Steenbergen bij te wonen. Burgemeester Van den Belt stond in zijn toespraak namelijk stil bij alle bijzonderheden en hoogtepunten uit 2025, waarbij de prestaties van Bickel niet mochten ontbreken. In het geheim waren ook haar familie en leden van ‘Team Bickel’ aanwezig om te zien hoe zij de Ridderorde kreeg.

Internationale topper

De afgelopen jaren is Bickel uitgegroeid tot een internationale topper in de karate- en kickbokswereld. Zo won zij al meerdere Nederlandse, Europese en wereldtitels en veroverde zij onlangs haar vierde wereldtitel op rij in het Kyokushin karate. Daarnaast won Bickel, afkomstig uit De Heen, afgelopen zomer goud op de World Games. Dat zijn de Olympische Spelen voor niet-Olympische sporten. Verder werd de karateka ook genomineerd voor de uitverkiezing ‘Sportvrouw van het jaar 2025’.

Volgens burgemeester Van den Belt verdient Bickel uiteraard veel meer erkenning en waardering. “Deze Ridderorde komt Valence dan ook ruimschoots toe. Wat zij op haar jonge leeftijd allemaal al gepresteerd heeft, is werkelijk ongekend. Hoewel van huis uit zeer getalenteerd, moet ze er ook keihard voor werken en kan ze zich fantastisch focussen op de doelen die ze wil bereiken.”

Veel mensen kunnen aan haar winnaarsmentaliteit een voorbeeld nemen, stelt Van den Belt. “Wij zijn supertrots op haar. Dankzij Valence hebben wij hier écht goud in handen.”