West-Brabant

Wespenstichting: ‘Nuance over Aziatische hoornaar is essentieel’

aziatische hoornaar nieuws

De Aziatische hoornaar (foto: Yvonne van Groenendaal)

Anne van Egeraat Anne van Egeraat

De Aziatische hoornaar is een grote last voor veel imkers en hun honingbijen. Maar de bewering dat ze ‘grootste dreiging voor de biodiversiteit’ zijn, zoals eerder deze week bij ZuidWest Update te lezen was, is volgens Nathan Veenstra van de Wespenstichting echt niet waar. “Een nodeloze overdrijving.” Daarom wil hij graag wat nuancering bieden.

Er wordt regelmatig gesteld dat de Aziatische hoornaar een grote bedreiging vormt voor de biodiversiteit. Maar van die claim ontbreekt wetenschappelijk bewijs, reageert Veenstra. “Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen terechte zorgen en overdreven conclusies.”

Lees ook: Aziatische hoornaar ontwaakt nu al uit winterslaap: ‘Grootste bedreiging voor bio­diversiteit tot nu toe’

Dit betekent volgens Veenstra niet dat er geen impact kan zijn. “Maar op dit moment weten we simpelweg nog niet hoe groot die impact daadwerkelijk is.” Er zijn namelijk nog veel meer dingen die invloed hebben op de biodiversiteit, zoals klimaatverandering, stikstof, het gebruik van pesticiden en de steeds kleiner wordende leefomgeving van insecten. “Dat heeft veel meer impact dan één nieuw roofinsect.”

Zijn de zorgen van de imkers dan onterecht? Zeker niet, aldus Veenstra. “Honingbijen staan op het menu van de Aziatische hoornaar, imkers zijn verplicht om hun bijen te beschermen en ze zijn vaak emotioneel betrokken bij hun bijenvolken.” Bovendien hangen Aziatische hoornaars regelmatig rond bij bijenkasten, omdat de bijen daar een makkelijke prooi zijn. “Aziatische hoornaars zijn opportunistische jagers, dat betekent dus dat ze vooral eten wat ze makkelijk te pakken kunnen krijgen.”

Naast de honingbij staan ook gewone vliegen en andere wespensoorten op het menu. Die eten deze hoornaars overigens niet zelf op, ze voeden ze aan hun larven.

Gevolgen

Een (indirect) gevolg van de Aziatische hoornaar kan liggen bij de bestuiving van bijvoorbeeld bloemen en fruitbomen. Dat is volgens Veenstra vooral bij laatbloeiende planten. “Omdat de hoornaar vaak pas actief wordt vanaf juni.” Iets waar nog goed onderzoek naar gedaan moet worden, aldus de wespenexpert. “Het is nog te vroeg om al harde conclusies te trekken.”

Daarnaast zijn de kaken van deze grote wespensoort zó sterk, dat ze ook graag van (over)rijp fruit eten. “Maar vogels knagen ook graag fruit aan. Wat is die verhouding dan? Het is geen nieuw probleem.”

Waarom dan de focus op deze specifieke hoornaar gelegd wordt? Veenstra denkt vanwege de zorgen van de imkers. “Maar het is jammer om te zien dat dit zo gebruikt wordt terwijl de context ontbreekt.” Daarmee doelt hij op andere dieren die ook insecten eten zoals andere wespensoorten, of het feit dat veel insecten zichzelf dood vliegen tegen bijvoorbeeld een auto. “Je moet alles met elkaar in verhouding zetten”, concludeert hij.

Defensief, niet agressief

Dat de beestjes makkelijker steken dan een andere wespensoort staat vast. “Zeker een serieus probleem”, zegt Veenstra. De hoornaars bouwen vaak twee nesten, en zeker dat tweede nest wordt fel verdedigd. Veel van die nesten worden hoog in bomen gebouwd, maar zitten ze in een struik? “Ja, dan is het een risico.” Het advies is dan ook om minimaal vijf meter afstand te houden van een nest.

aziatische hoornaar
Een beginnend nest.

De aanpak

Veenstra meent dat de huidige aanpak tegen de Aziatische hoornaar nu wat te reactief is en soms ingegeven door angst. Embryonesten worden vroegtijdig vernietigd, terwijl een groot deel van die nesten waarschijnlijk toch al zou mislukken. Door gerichter te handelen, vanaf het moment dat de eerste werksters gezien zijn, kan de bestrijding effectiever en duurzamer volgens Veenstra.

Daarnaast kan deze aanpak onbedoelde schade voorkomen. “We hebben de laatste jaren gezien dat de verkeerde nesten kapot worden gemaakt of de verkeerde wespen vermoord.”

De Aziatische hoornaar is dus een soort waar we mee moeten leren leven. “Maar geen reden tot paniek”, aldus Veenstra. Het ecosysteem zal hierdoor gaan veranderen. In plaats van geld te steken in bestrijding, lijkt het Veenstra goed om juist te investeren in het versterken van de biodiversiteit. “Minder tegels, meer groen en minder gebruik van schadelijke stoffen.” Ook zouden imkers geholpen moeten worden met beschermingsmaatregelen.

Dat je op moet passen met het beestje is zeker. “Maar nuance is daarbij essentieel.”