Bergen op Zoom

Zonder subsidie geen Vastenavendbouw: gemeente past regels aan

De vernieuwde bouwkoten in aanbouw, op 'r Konterscherp. (Foto: ZuidWest Update)

Han Verbeem Han Verbeem

Vastenavendbouwclubs die gebruik maken van de vernieuwde, ‘marktconforme’ bouwkoten kúnnen niet zonder subsidie. Daarom heeft het Bergse college nieuwe subsidieregels vastgesteld, zegt wethouder Berend Doedens. “Om de bouwcultuur overeind te houden.” Door landelijke wetgeving moet de gemeente voortaan kostprijsdekkende huur vragen voor bouwkoten, maar zonder financiële steun is dat voor veel clubs niet op te brengen.

Om die reden zijn de subsidieregels aangepast. In de Uitvoeringsnotitie Bouwcultuur Versterckt legt het college vast hoe huur en subsidie voortaan hand in hand gaan. “Wij vinden die bouwcultuur zo belangrijk, dat daar een subsidie tegenover móét staan”, benadrukt wethouder Doedens.

Wet Markt en Overheid

De aanleiding ligt bij de Wet Markt en Overheid. Die verplicht gemeenten om minimaal kostprijsdekkend te verhuren. “We stellen veel ruimtes beschikbaar aan bouwclubs, maar om geen marktverstoring te krijgen moeten we die huur voortaan doorberekenen”, aldus Doedens. “Dan ontstaat er automatisch een andere situatie dan voorheen.”

Voorwaarden

De subsidie die daar tegenover staat, is wel gebonden aan voorwaarden. Na kritiek vanuit de gemeenteraad zijn die voorwaarden vereenvoudigd: het aantal punten waaraan bouwclubs moeten voldoen is teruggebracht van twaalf naar zeven. “We hebben geschrapt waar dat kon en verduidelijkt waar dat nodig was”, zegt Doedens. Een deel van de oude voorwaarden bleek al geregeld via het optochtreglement. “Artistieke kwaliteit en duurzaamheid worden daar al beoordeeld en beloond”, legt de wethouder uit. “Dat zit dus al intrinsiek in de bouwcultuur.”

Gefaseerd in vier jaar

De nieuwe regeling wordt de komende vier jaar gefaseerd ingevoerd. De gemeente gaat met elke bouwclub afzonderlijk afspraken maken over huur en subsidie, die gelijktijdig ingaan. “We willen niet eerst een huurfactuur sturen en daarna pas over subsidie praten”, aldus Doedens. “Het moet in één keer duidelijk zijn.”