Aftrap kinderboekenweek in Bibliotheek Rijsbergen: ‘Meer lezen begint bij de volwassenen’
In de bibliotheek van Rijsbergen is het normaal een oase van rust. Maar tijdens de aftrap van de Kinderboekenweek is dat wel anders. Als kinderboekenschrijver Pim Lammers begint met voorlezen uit zijn boek “Het Lammetje dat een Varken is” vult de ruimte zich met dierengeluiden en lachende kinderen. Toch daalt bij steeds meer jongeren het leesplezier en de leesvaardigheid.
Langzaam druppelen de kinderen binnen en wachten tot kinderboekschrijver Lammers begint. Hij komt voorlezen uit een aantal van zijn boeken en dichtbundels. “Het is ontzettend belangrijk dat kinderen meer lezen. Het zorgt ervoor dat je meer leert over jezelf, maar ook over anderen”, begint Lammers. Uit het recent gepubliceerde PISA-onderzoek blijkt dat veertig procent van de 15-jarigen niet goed kan lezen of schrijven.
Gertruud Hoff, programmamaker educatie bij de Bibliotheek West-Brabant, is teleurgesteld over de cijfers. “Het is jammer dat Nederland met de recente resultaten er zo negatief uit is gekomen.” Hoff is met haar team de afgelopen jaren hard bezig geweest om samen met gemeenten, scholen en kinderdagverblijven het leesplezier te verbeteren. “We hebben bijvoorbeeld de Boekstart. Daarbij gaan collega’s langs bij kinderdagverblijven of docentenopleidingen om het gesprek aan te gaan over lezen.”
Oplossing ligt niet bij kinderen
Volgens Lammers ligt het probleem niet bij de kinderen. “De oplossing zoeken mensen vaak bij kinderen door hen meer te laten lezen, maar ik denk dat de oplossing juist ligt bij volwassenen”, stelt Lammers. “Juist volwassenen lezen minder. En als kinderen ouders of juffen en meesters niet meer zien lezen, waarom zouden ze dan zelf nog lezen?”
Kinderliteratuur is literatuur dat vanuit kinderen is geschreven.
“Goed voorbeeld doet goed volgen”, sluit Hoff aan. “Op het moment dat kinderen zien dat hun ouders lezen, prikkelt dat kinderen om ook te gaan lezen. Als ouders dan ook nog met hun kind erover in gesprek gaan, kunnen ze kinderen laten zien dat wat jij leest interessant, leuk of grappig is.”
Hoff merkt dat veel kinderen worden onderschat door ouders of andere volwassenen. “Volwassenen hebben lagere verwachtingen dan dat de kinderen uiteindelijk laten zien. Volwassenen zijn altijd verrast door de antwoorden die hun kinderen geven op het moment dat jij het hebt over datgene wat gelezen is”, vertelt Hoff.

Lammers vindt dat meer volwassenen een kinderboek moeten lezen. “Kinderliteratuur is heel interessant. Voor mij betekent het woord ‘kinder’ voor literatuur iets anders. Het is literatuur dat vanuit kinderen is geschreven.” Volgens hem zou juist die kinderblik ervoor kunnen zorgen dat mensen anders naar de wereld gaan kijken.
Kinderen zelf laten lezen
De kinderen hebben zelf ook oplossingen. “Boeken moeten goedkoper worden. Ze zijn nu bijna twintig euro”, vertelt Mirthe. Stas vindt dat er meer boeken gedeeld moeten worden. “Door boeken te delen met kinderen die minder goed kunnen lezen, kunnen we elkaar helpen.” Volgens Sep moet je je telefoon niet meer opladen en een boek bij de hand hebben.
Ik ben een echt leesbeest.
De aanwezige kinderen zijn echte lezers. “Ik ben echt een leesbeest, als ik aan het lezen ben, dan krijg ik eigenlijk een soort film in mijn hoofd”, vertelt Riva. “Je kan heel veel emoties loslaten als je een stomme dag had”, voegt Sep toe. Vooral spannende en fantasierijke boeken zijn populair bij deze ‘leesbeesten’, maar ook grappige boeken vallen in de smaak.
Hoff heeft nog een tip voor ouders die echt niet willen lezen. “Benoem het niet hardop en doen alsof werkt net zo goed.” Hoff en haar collega’s proberen een aantrekkelijk programma neer te zetten tijdens de Kinderboekenweek. Daarmee hopen ze kinderen enthousiast te maken, maar ook volwassenen.