Bijzondere vondst bij Tholen: reusachtige zeeslak voor het eerst ontdekt in Nederland
De zeeslak op de bodem van de Oosterschelde (foto: Job Fermie via Omroep Zeeland)
Bij de Bergse Diepsluis aan de Oesterdam in Tholen hebben duikers een reusachtige zeeslak ontdekt. Het weekdier van 10 centimeter lang komt op verschillende plekken langs de Europese westkust voor, maar is nog nooit eerder levend in Nederland aangetroffen.
“Het is heel bijzonder”, zegt bioloog Peter van Bragt tegen Omroep Zeeland. “Het is een aparte groep weekdieren die we nog nooit in Nederland hebben gezien. Hij is wel al voor de Europese kust waargenomen, maar in ons land nog nooit”, vertelt hij.
Omdat Akera bullata nog niet eerder levend in Nederlandse wateren is aangetroffen, heeft de soort nog geen Nederlandse naam. Vanuit het Naturalis Biodiversity Center in Leiden komt het voorstel om het weekdier de naam ‘purperkogelzeehaas’ te geven, op basis van vorm, kleur en namen die voor het dier al in Duitsland en Denemarken worden gebruikt. Dit onderzoeksinstituut houdt zich bezig met het beschrijven, begrijpen en behouden van biodiversiteit.
Nog niet in Nederland gezien
Dat de zeehaas nog niet eerder in Nederland is waargenomen, kan meerdere redenen hebben, zegt de bioloog. Er wordt volgens Van Bragt in Nederland relatief weinig gedoken, en alleen op vaste duikstekken. “Het kan dus zijn dat we hem over het hoofd hebben gezien. Maar het kan ook zijn dat hij pas een of twee jaar geleden hier is binnengebracht, bijvoorbeeld door de import van schelpdieren.”
De zeehaas is een bijzonder weekdier met een opvallend uiterlijk. Het dier heeft een dunne, breekbare schelp die grotendeels onder zijn huid verstopt zit. In rust ziet de zeehaas eruit als een rond, paarsachtig bolletje met een ingesneden kop die op twee lange oren lijkt. Aan de zijkanten van zijn lichaam zitten twee brede flappen, ook wel ‘vleugels’ genoemd. Deze flappen liggen meestal over de rug gevouwen. Wanneer de zeehaas zich bedreigd voelt, gebruikt hij deze vleugels om een klein stukje boven de bodem te zwemmen en zo te vluchten.
Bron: Nature Today / Peter H. van Bragt
Dat zou ook verklaren waarom de slak niet aan de ‘deur’ van de Oosterschelde is gevonden bij de Oosterscheldekering maar helemaal achterin, bij Tholen. “Maar ze doen het wel heel goed hier. Er zijn er al meer dan tien gevonden en dat zijn heel grote, gezonde exemplaren. En er zijn ook veel eisnoeren gevonden, dus ze zijn druk bezig zich voort te planten.”
Groter dan normaal
En vooral de grootte is bijzonder, vertelt Van Bragt. “Normaal worden ze niet veel groter dan een centimeter of zes. Zo staat het in de literatuur. Maar hier zijn ze tot 10 centimeter groot geworden. Dat geeft aan dat het in ieder geval heel gezonde beesten zijn.”
Is zo’n nieuwe soort dan niet bedreigend voor het Zeeuwse ecologische systeem? “Nee”, zegt Van Bragt. “Het zijn vegetariërs, dus ze zijn geen bedreiging voor andere dieren. Ze leven van wieren, en dat hebben we hier genoeg.”
Slak spotten
Ondertussen trekt Van Bragt zelf zijn duikpak aan. Hij hoopt ook zelf een glimp op te vangen van de zeeslak. “Dat is de reden dat ik hier ben”, glundert hij. “Het zou heel mooi zijn als dat gaat lukken”, zegt hij terwijl hij zijn zuurstoffles klaarmaakt. “En ik hoop natuurlijk mooie beelden te maken.”