Bergen op Zoom

Cultuursector Bergen op Zoom krijgt eenmalige subsidie: ‘Geld was nog over na coronaperiode’

Het stadskantoor van Bergen op Zoom (foto: ZuidWest Update).

Tomlin Smits Tomlin Smits

De zelfstandige cultuurmakers, buurtcultuur en jongerencultuur in Bergen op Zoom kunnen de komende drie jaar op een extra impuls rekenen. De drie groepen werden volgens wethouder Berend Doedens fors geraakt tijdens de coronaperiode. Omdat er nog geld over was uit het potje Rijkscompensatiemiddelen Cultuur, kunnen de drie groepen de komende jaren op bijna een half miljoen euro rekenen.

“Het leek ons wel verstandig om deze keuze nu wél al van tevoren aan de raad kenbaar te maken. Dat scheelt weer een hoop ophef”, zegt wethouder Doedens met een knipoog. Het is namelijk niet voor het eerst dat het college mag beslissen waar de coronasteungelden voor de cultuursector naar toe gaan. In 2021 leidde het nog tot het vertrek van toenmalig wethouder Patrick van der Velden. Uit het potje van destijds is nu nog altijd geld over.

Lees ook: Bergs restcollege overleeft ternauwernood motie van wantrouwen

Ondergewaardeerd

Volgens Doedens was er ooit wel een plan om de ruim 450 duizend euro te besteden in de cultuursector. “Het eerste deel wat wij toen hadden gekregen, is naar verenigingen in de culturele sector gegaan. Maar het plan voor dit deel is nooit uitgevoerd. Het is natuurlijk eenmalig geld, dus hebben wij een analyse gemaakt waar wij met dit geld een impuls kunnen geven.”

Uiteindelijk viel de keuze op de zelfstandige cultuurmakers, buurtcultuur en jongerencultuur binnen de gemeente Bergen op Zoom. “Zij hebben allen wel een forse klap gekregen tijdens de coronaperiode. Daarnaast vinden wij dit ook belangrijke groepen waar best wel wat extra geld naar toe mag”, vertelt de wethouder. Daarnaast is hij ook van mening dat deze groepen de afgelopen jaren misschien een beetje ondergewaardeerd zijn geweest. “Maar ook zij hebben die ondersteuning wel nodig.”

Tussen 2027 en 2030 kunnen de drie culturele groeperingen daarom rekenen op 456 duizend euro. “Daarbij geldt wel: op is op. Dus het kan dat dat bedrag in 2027 al op is, maar het kan ook over de drie jaar uitgesmeerd worden”, vertelt Doedens.