West-Brabant

Huisartsenzorg in de knel door psychiatrische problematiek en agressie

Illustratie: Casper Eggermont

Hans-Jorg van Broekhoven Hans-Jorg van Broekhoven

De deuren van Medisch Centrum De Poort in Bergen op Zoom staan altijd wijd open voor iedereen die zorg nodig heeft. Maar achter die gastvrije gevel groeit een zorg die Joyce Suijkerbuijk niet langer onbenoemd laat. Als manager van deze locatie en van coöperatie huisartsengroep Eendracht overziet zij een netwerk van praktijken in Tholen, Bergen op Zoom, Roosendaal en Sprundel. Waar de focus voorheen lag op het organiseren van de beste zorg voor de patiënt, wordt haar agenda tegenwoordig voor een serieus deel in beslag genomen door een toename van agressie en onveiligheid.

In de negentien jaar dat Suijkerbuijk verbonden is aan het centrum, is het klimaat veranderd, vertelt ze. Vooral de laatste tijd is er sprake van escalatie. Het gaat hierbij niet alleen om de mondige patiënt die uit frustratie een grote mond opzet aan de telefoon, maar om een veel groter en gevaarlijker probleem: de verwaarloosde groep patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen en zware verslavingsproblematiek.

Een gat in de zorgketen

Suijkerbuijk windt er geen doekjes om: de huidige situatie is het gevolg van jarenlange bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg. De visie dat deze zeer kwetsbare groep prima in wijken opgevangen kan worden, blijkt in de praktijk een misrekening. “Deze groep is aan het escaleren”, vertelt Suijkerbuijk met hoorbare bezorgdheid. “Het is de groep die steeds vaker schreeuwt om hulp.”

Het meest zorgelijke vindt zij de machteloosheid van de instanties die eigenlijk verantwoordelijk zijn voor deze patiënten. Wanneer de huisartsenpraktijk aan de bel trekt bij de GGZ of de politie, stuit deze vaak op muren van bureaucratie en capaciteitsgebrek. Er zit een gat in het huidige systeem. “De keten staat steeds vaker met de rug tegen de muur. Iedereen zegt dat het zo niet langer kan, maar er is geen doorzettingsmacht en geen capaciteit om deze mensen op te vangen.”

Suijkerbuijk noemt de incidenten waar het medisch centrum in de dagelijkse praktijk wordt geconfronteerd zorgwekkend. Op de locatie is de overlast duidelijk merkbaar: diefstal van een motor en fiets tot de bezorgauto van de apotheek, die tijdens de jaarwisseling in brand werd gestoken. Er is veel hinder van drugsgebruik en vernieling. Recent werd een ruit van het historische pand vernield bij een poging tot inbraak.

De huisarts als beveiliger

Ondanks de toenemende druk op de veiligheid beschikt de huisartsenzorg, in tegenstelling tot ziekenhuizen, niet over structureel budget voor professionele beveiliging. Suijkerbuijk zegt dat haar team zich daardoor geregeld kwetsbaar voelt. “We hebben een zorgplicht. We moeten patiënten zien om te kunnen beoordelen wat er aan de hand is. Daardoor zijn onveilige situaties vooraf niet altijd goed in te schatten.”

Volgens haar vraagt het omgaan met veiligheidsincidenten inmiddels veel tijd en aandacht van de organisatie. De manager schat dat zij de afgelopen maanden alleen al tientallen uren kwijt is geweest aan één bijzonder complexe casus. Die tijd kan ze niet besteden aan het verbeteren van de zorg of het aanpakken van personeelstekorten. In de praktijk komt het erop neer dat ze steeds vaker ook veiligheidskwesties moet coördineren en daarvoor actief aandacht moet vragen bij betrokken instanties.

Ze hebben de problematiek inmiddels geagendeerd bij burgemeesters, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en zelfs bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er zijn al landelijke bestuurders langsgekomen, de rapporten zijn geschreven, maar op de werkvloer verandert er weinig. “We hebben het ministerie en de inspectie geïnformeerd: Weet dat dit speelt. Neem deze zeer zorgwekkende casussen in onze regio uiterst serieus, ter bescherming voor de persoon zelf en voor anderen.”

De veeleisende maatschappij en het korte lontje

Naast de psychiatrische problematiek ziet Joyce nog andere ontwikkelingen die volgens haar bijdragen aan de druk op de praktijk. Daarbij benadrukt zij dat het overgrote deel van de patiënten juist begrip toont en veel waardering heeft voor de inzet van de huisartsenzorg. Volgens haar is dat nog altijd de dagelijkse realiteit en moet dat ook de boventoon blijven voeren.

Tegelijk merkt zij dat een deel van de patiënten zorg steeds vaker benadert met hoge verwachtingen van snelheid en beschikbaarheid. Wanneer hulp niet direct kan worden geboden of een gewenste behandeling uitblijft, kan dat leiden tot ongeduld en spanning in het contact met de praktijk.

Het artikel gaat verder onder de foto.

Daarnaast ziet Joyce een groeiende groep kwetsbare mensen die door sociale, psychische of financiële problemen moeite heeft om het hoofd boven water te houden. Volgens haar kan die druk ertoe leiden dat frustratie of onmacht in de spreekkamer of aan de balie zichtbaar wordt. Voor een deel van die reacties is binnen de praktijk ook begrip, zegt zij, en vaak helpt een goed gesprek om de spanning weg te nemen.

Tegelijkertijd signaleert ze dat patiënten vaker formele stappen overwegen wanneer zij zich niet gehoord voelen of teleurgesteld zijn over de uitkomst van een behandeling. Dat varieert van discussies over diagnoses en dossiers tot vragen over verwijzingen of gemaakte zorgkosten. Volgens haar vraagt dat steeds meer tijd en aandacht van medewerkers, naast de reguliere zorgverlening.

Tijd voor verandering

Suijkerbuijk pleit daarom voor een krachtig regionaal signaal vanuit West-Brabant. Volgens haar is het tijd dat zorgpartijen en bestuurders gezamenlijk duidelijk maken wat nodig is om beter om te gaan met de groeiende GGZ-hulpvraag onder kwetsbare groepen en de druk op de huisartsenzorg te verlichten. Wat haar betreft komt er een gericht voorstel naar de landelijke overheid waarin niet alleen de knelpunten worden benoemd, maar ook de concrete ondersteuning die nodig is om de situatie werkbaar te houden.

Van angst is binnen het team geen sprake, zegt zij, maar de bezorgdheid is wel groot en al langer aanwezig. Om de veiligheid zo goed mogelijk te waarborgen, wordt er volgens haar al veel gedaan, van camera’s en agressietrainingen tot nauw contact met de wijkagent. Maar de rek is eruit. De maatschappelijke taak die de huisartsenzorg nu op zich neemt: het opvangen van de scherven van een falende GGZ, hoort daar simpelweg niet thuis.

“We blijven optimistisch zoeken naar oplossingen, want dat hoort bij wie we zijn als zorgverleners”, zegt de bevlogen manager. Volgens Suijkerbuijk kan dat echter alleen als de regio niet langer afwacht, maar zorgt voor de ondersteuning die nodig is om de huisartsenzorg toegankelijk te houden voor alle inwoners in West-Brabant.

Deze productie kwam mede tot stand met behulp van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.