Joost Pals: ‘Laat mij voorlopig maar wethouder zijn in Bergen op Zoom’
Joost Pals (foto: ZuidWest Update).
Joost Pals (Lokaal Realisme) is inmiddels aan zijn tweede periode als wethouder van Bergen op Zoom begonnen. Zijn portefeuille is breed, met onder meer financiën, personeelszaken, ICT, facilitair, grondzaken, mobiliteit en parkeren. Maar achter die bestuurlijke verantwoordelijkheid zit vooral een man die zichzelf omschrijft als nuchter, zakelijk en inhoudelijk gedreven.
Joost Pals, bevalt het wethouderschap je nog steeds?
“Zeker. Tot vier jaar geleden had ik eigenlijk nooit verwacht dat ik ooit wethouder zou worden. Nu ik het eenmaal ben, geniet ik er nog iedere dag van. Ik doe het met veel plezier. Wat mij vooral aanspreekt, is dat ik dit doe in de gemeente waar ik ben geboren en getogen en waar ik ook woon. Die nabijheid vind ik belangrijk. Ik heb bewust gekozen voor een lokale partij. De lokale politiek staat voor mijn gevoel veel dichter bij de inwoners dan de landelijke politiek.”
Je hebt ook nooit de ambitie gehad om naar de provincie of naar Den Haag te gaan?
“Nee, dat trekt me niet zo. De provincie staat al wat verder van mensen af en bij het Rijk is die afstand nog groter. Daar gaat het veel meer over de politieke dynamiek. Laat mij maar wethouder zijn in Bergen op Zoom. Liefst met een portefeuille als financiën: nuchter, zakelijk en met onderwerpen waar ik iets mee kan.”
Dat komt rationeel over. Waar komt die opstelling vandaan?
“Ik denk dat het voor een belangrijk deel in mijn karakter zit. Ik heb een opleiding als ICT’er gedaan en daarnaast een blauwe maandag bestuurskunde. Ik ben gewend om dingen uit te pluizen en te kijken hoe iets in elkaar zit. Dat zie je waarschijnlijk ook terug in mijn politieke manier van werken. Ik wil graag weten waarom iets gebeurt, welke keuzes eraan vooraf zijn gegaan en of daar goed over is nagedacht.”
Als raadslid stond je bekend om je enorme hoeveelheid vragen, vooral over financiën…
“Dat klopt. Toen ik raadslid was, stelde ik inderdaad veel vragen. Als ik ergens iets niet begreep, wilde ik weten hoe het zat. Toen ik in 2010 in de gemeenteraad kwam, zat Bergen op Zoom nog volop in de nasleep van de problemen rond de aankoop van het Nedalco-terrein in 2005. Dat maakte indruk op mij. Daaruit is voor mij de behoefte ontstaan om door te vragen. Niet om moeilijk te doen, maar juist om te proberen te voorkomen dat je dezelfde fouten opnieuw maakt.”
En nu je wethouder bent, kijk je anders naar raadsleden die heel veel vragen stellen?
“Daar kan ik moeilijk kritiek op hebben, want dan zou ik behoorlijk hypocriet zijn. Er zijn nog steeds raadsleden die soms hele reeksen vragen stellen. Dat hoort ook bij hun rol. Ik vind alleen wel dat je jezelf moet afvragen waarom je een vraag stelt. Vragen stellen om het vragen stellen vind ik minder interessant. Het gaat mij om de gedachte erachter.”
Is dat ook wat jou als wethouder drijft?
“Ja. Ik ben vooral inhoudelijk gedreven. Ik wil begrijpen wat er speelt en vervolgens kijken wat verstandig is. Dat klinkt misschien heel rationeel, maar politiek is natuurlijk niet alleen rationeel. Mensen hebben emoties, ambities en overtuigingen. Dat moet je ook erkennen. Ik probeer daarom altijd het gesprek te voeren. Ik kan heel goed begrijpen dat iemand iets graag wil. Maar dan moet je ook bespreken wat het kost en waar je het geld vandaan haalt. En als je iets nieuws wilt, moet je soms ook zeggen wat je daarvoor níét gaat doen.”
Je bent sterk gericht op de financiële kant. Waarom spreekt juist dat onderwerp je zo aan?
“Omdat financiën uiteindelijk onder bijna iedere politieke keuze liggen. Je kunt heel veel willen, maar iemand moet het betalen. Toen ik raadslid was, werd dat steeds duidelijker voor mij. Iedere begroting die je bestudeert, laat weer nieuwe verbanden zien. Je gaat steeds beter begrijpen hoe de gemeente werkt. Ik vind het interessant om die puzzel te leggen.”
Mis je het soms om de kritische luis in de pels van het college te zijn?
“Ja en nee. Als raadslid kon ik heel kritisch zijn en heel veel vragen stellen. Achteraf hoor ik van mensen die toen bij de afdeling financiën werkten dat ze die vragen eigenlijk niet zo erg vonden. Het waren er wel veel, maar ze sloegen meestal ergens op. Als ik erop terugkijk, zie ik het vooral als een volgende stap in mijn ontwikkeling. Eerst leer je als raadslid hoe het werkt en daarna ontdek je als bestuurder hoe ingewikkeld het is om zelf verantwoordelijkheid te dragen.”
Je bent dus milder geworden?
“Misschien wel. Je kijkt anders als je zelf verantwoordelijk bent. Tegelijkertijd vind ik nog steeds dat je kritisch moet blijven. Ook op jezelf. Als iets niet goed is, moet je dat kunnen erkennen. Voor mij is dat misschien wel de belangrijkste les uit de afgelopen jaren: blijf nuchter, blijf vragen stellen en houd voortdurend voor ogen voor wie je het uiteindelijk doet.”
En waar zie je jezelf over vier jaar staan, bij de volgende verkiezingen?
“Ik weet niet wat er in 2030 aan de orde is. Daar kan ik moeilijk op vooruitlopen. Wat ik wel weet, is dat ik het hier erg naar mijn zin heb. Ik ben geboren en getogen in Bergen op Zoom, woon hier en voel me verbonden met deze gemeente. Ik hoef niet zo nodig naar een grotere politieke bühne in Den Haag. Ik vind het juist mooi om hier, dicht bij de inwoners, iets te kunnen betekenen. Nogmaals: laat mij voorlopig maar gewoon wethouder zijn in Bergen op Zoom.”