Roosendaal

Leeftijd is maar een getal in de gymzaal van Bas Verraert

Liselotte de Lobel Liselotte de Lobel

Al veertig jaar lang verzorgd Bas Verraert (81) intensieve trainingen voor zijn seniorengroep in Roosendaal. Geen rustige gymnastiek, maar intensieve oefeningen met een flinke dosis humor. Aan dat tijdperk komt dit jaar een einde, want Bas legt het stokje neer. Maar stoppen met sporten? Dat zit er zeker niet in.

Achter de geraniums zitten? Daar moeten de mannen van de mannengymclub in Roosendaal niet aan denken. Elke dinsdagavond komen ze samen om te trainen. En wie denkt dat zo’n training er rustig aan toe gaat, die heeft het mis. “Ik maak het ze niet makkelijk, maar ik probeer oefeningen te bedenken waardoor ze denken ‘is dat nou een oefening?’, en ze doen het vervolgens allemaal”, vertelt de 81-jarige gymleraar Bas Verraert.

”Oké, rechterhand, linkerhand, grond aantikken! Yes, ga door!”, roept Bas met enthousiasme door de gymzaal op sportpark Vierhoeven. “Ja, Bas die houdt het tempo er gigantisch in”, zegt voorzitter Kees de Keiser. Al twaalf jaar is hij lid van de groep, maar hij voelt zich nog als een van de ‘junioren’. “Sommigen zitten er al veertig jaar bij. Ja, dan voel ik mij nog een jonkie.”

Frans de Nijs (78) is twintig jaar geleden door zijn collega meegevraagd en is sindsdien blijven plakken. Die vastberadenheid beloont. In tegenstelling tot zijn leeftijdsgenoten merkt hij dat hij fitter is. “Hoewel de leeftijd wel een rol gaat spelen nu, ook omdat ik wat hartproblemen heb. Dus ik moet nu wat doseren”, vult hij daar snel achteraan.

Spierpijn? Geen last van!

Na de warming-up, bestaande uit balansoefeningen, rekken en strekken en hardlopen, start de echte training. Uit de berging verschijnen de basketballen. De boys (zo noemt Bas zijn groep) mogen rustig beginnen met dribbelen.

Al snel wordt het tempo opgevoerd en moeten de boys de bal van elkaar zien weg te tikken. Niet veel later maakt Bas er een wedstrijdje van. “Wie als eerste vijf keer de bal bij de ander weggetikt heeft, mag op de bank gaan staan.” Jan Doggen is de eerste die de bank weet te bereiken. Al vijftien jaar zit hij bij de groep, maar dat is niet de enige sport die hij doet. “Ik ben ook een sportmaat van Bas. Wij tennissen elke week samen.”

Een, twee, houvast die buikspiertjes!

Op de vraag hoe het morgen zit met spierpijn schudt hij meteen zijn hoofd. “Geen last van”, zegt hij. Na de wedstrijd beginnen de buikspieroefeningen. “Ja, hij weet wel van aanpakken”, zegt Doggen lachend. De matten verschijnen en de mannen beginnen liggend – terwijl de benen van de grond zijn – de basketbal van boven naar beneden te bewegen. “Een, twee, houvast die buikspiertjes!”, roept Bas.

Stoppen op het hoogtepunt

Trainen op eigen niveau vindt de gymleraar het allerbelangrijkste. “Ik wil niet dat ze met blessures rond gaan lopen. Ze moeten luisteren naar hun eigen lichaam, niet wat ik allemaal eis”, vertelt hij.

Die regel hanteert hij al sinds 1986. Al veertig jaar geeft hij les aan de groep van 28 mannen. Veertig jaar vindt Bas een mooi hoogtepunt om te stoppen, want dit is het laatste seizoen dat hij les geeft. “Dat kwam wel even als een shock ja”, zegt Kees. Maar helemaal stoppen gaat niet gebeuren volgens hem. “Bas gaat volgend jaar lekker met ons meedoen in de groep.” Tijdens de jubileumviering aankomende vrijdag wordt de trainer daarom extra in het zonnetje gezet.