Geen regio geselecteerd

Mondkapjes zijn het nieuwe zwerfafval

Pepijn Vermunt Pepijn Vermunt

Naast de vertrouwde blikjes, flesjes en snoepzakjes duikt er steeds vaker een nieuwe soort zwerfafval op: de gebruikte mondkapjes. De wegwerpkapjes worden argeloos achtergelaten in plantsoenen, bij bushaltes en bij supermarkten. Tot grote ergernis van mensen die hun mondkapjes wel keurig in de afvalbak doen en de mensen die de troep mogen opruimen. In Bergen op Zoom zijn dat Ton Verraes en Peter Elsevier van leerwerkbedrijf WVS.

Door: Erik Peeters

Beiden hebben maandag een dagtaak aan het verzamelen van de ‘zwerfkapjes’. Binnen een paar minuten hebben ze er in de buurt van een supermarkt al vier gevonden. Volgens voorman Ton Verraes liggen ze vooral in de bosjes bij de parkeerplaats. “Onbegrijpelijk”, klinkt het als hij er weer eentje ziet bij een glasbak. Geroutineerd stopt hij met zijn afvalgrijper het blauwe mondkapje in een plastic zak. “Je vraagt je af waarom mensen dit doen. Er zijn afvalbakken genoeg.”

Omdat je nooit weet wanneer een mondkapje is weggegooid, is het belangrijk om ze zo snel mogelijk te verzamelen, legt Ton uit. Aan mondkapjes die er nog maar net liggen, kunnen immers gevaarlijke virusdeeltjes kleven: “Vooral kinderen rapen van alles op en dat moet je zien te voorkomen.”

Peter Elsevier en Ton Verraes verzamelen gebruikte mondkapjes (foto: Erik Peeters)

Ton en Peter hadden zichzelf liever dit klusje bespaard. Maar sinds het dringende advies om een mondkapje te dragen in supermarkten, hebben ze er alleen maar meer werk mee. Voor hun eigen bescherming houden ze zoveel mogelijk afstand van wat ze vinden. Bovendien dragen ze handschoenen. “Normaal deed ik dat niet, maar nu toch maar wel”, vertelt Peter.

Op sommige plekken worden de mondkapjes zelfs opgehangen bij een verkeersbord.

Zijn plastic zak raakt naar verloop van tijd aardig vol met een bonte verzameling mondkapjes. De vuilniszak wordt aan het einde van zijn ronde hermetisch afgesloten en afgevoerd naar de milieustraat. En over een paar dagen begint hij met zijn collega’s weer van voor af aan. “Wie had dit nu kunnen bedenken een jaar geleden?”