Met het Powerportdossier was stoppen als wethouder geen optie voor Danny Dingemans
Wethouder in de gemeente Moerdijk Danny Dingemans (foto: ZuidWest Update).
De vier wethouders van Moerdijk hebben inmiddels een bekend gezicht bij de gemeente. ZuidWest Update ging bij ze langs om ze naast hun werk beter te leren kennen. Danny Dingemans geeft een inkijkje in zijn werk als wethouder, waar hij van geniet en een terugblik op het Powerportdossier.
Hoe ziet je achtergrond eruit?
“Ik ben geboren en getogen in de gemeente Moerdijk. De eerste dertig jaar van mijn leven heb ik in Fijnaart gewoond en nu woon ik al achttien jaar in Noordhoek. Ik ben lang docent geweest op het Markland College in Zevenbergen. Daar gaf ik geschiedenis en maatschappijleer.
Ik werd lid van de gemeenteraad om middenin de samenleving te staan en veel te weten over wat er in de samenleving gebeurt. Maar soms komen rollen ook dicht bij elkaar als je gemeenteraadslid bent en in je eigen omgeving werkt. Om die situaties te voorkomen, en omdat ik toe was aan iets nieuws, heb ik ervoor gekozen om bij Fontys hogeschool in Tilburg te gaan werken; op de lerarenopleiding waar ik een aantal inhoudelijke vakken geef en stagebegeleider ben.”
Had je ambitie in de politiek of als wethouder?
“Eigenlijk niet. Ik vond het een leuke combinatie samen met het onderwijs. En ik heb het lesgeven altijd heel leuk gevonden en de politiek was mijn hobby. Ik zag het als een kans die voorbij kwam en ik vond het meteen superleuk om te doen. Halverwege de raadsperiode stapte ik in, dus als ik het na twee jaar niks zou vinden, kon ik terug naar het onderwijs. Maar dat pakte anders uit.”
Wat is voor jou deze periode anders in de portefeuille?
“Wat ik nu niet meer heb, is het woonbeleid. De uitvoering ervan, dus woningbouwprojecten, doe ik wel en mobiliteit en verkeer. Vooral omdat de opgave Powerport in de afgelopen periode veel groter werd, is het goed dat ik daar voldoende tijd voor heb.”
Is er iets waar je vanuit de vorige periode trots op bent?
“Ik ben het meest trots op wat we bereikt hebben met een actieve strategie op gronden, gebiedsontwikkelingen en subsidies. Daardoor kunnen we nu woningen bouwen in de hele gemeente.”
Waar zitten deze periode uitdagingen en kansen?
“Deze gemeente heeft veel mooie kansen om te kunnen ontwikkelen en voor inwoners een goede plek te zijn. Daarin hoort een ambitieuze woningbouwagenda. Dat zijn altijd ingewikkelde projecten, dus daar zie ik veel uitdaging in. Qua economie en vergunningen willen we meer met mensen meedenken.
En dan heb je de opgave Powerport waarvan ik vind dat we op z’n minst in de komende tijd zo snel mogelijk duidelijkheid aan mensen moeten geven, en vanuit die duidelijkheid ook perspectief bieden. Ook dat is ingewikkeld.”
Wilde je de opgave Powerport graag behouden?
“Het is een ingewikkeld dossier dat veel impact heeft op onze inwoners. Het doet ook veel met onze raad en het ambtelijk apparaat. Daarin vond ik, met alles wat er in het afgelopen jaar gebeurd is, ik de verantwoordelijkheid moet nemen.
Enerzijds om mij in de verkiezingen daarover te verantwoorden, maar ook vond ik het niet oké om te zeggen: ‘nu ga ik iets anders doen’. Dat zit niet in mij. Daarbij heb ik wel een gesprek gehad met de raad of er steun voor was, en dat was er.”
Het is bijna een jaar geleden, hoe was die periode voor jou?
“Op besluitvorming stond ik op piekniveau en waren we met de grote lijn bezig. Op vrijdagen kwamen wij in het dorp en hadden we gesprekken met inwoners over allerlei kwesties die ik ook niet allemaal bedacht en voorzien had. Die gaven je een realitycheck. Je kan het je best inbeelden, maar als je met mensen aan tafel zit dan heeft het een andere lading.
Ik denk dat ik in die periode slechter sliep. Op tijd rusten en eten was er toen even niet. Ik ben op een gegeven moment heel bewust met de kinderen naar de bioscoop gegaan. Om er voor de kinderen te zijn, maar ook om er even uit te zijn.
Wat ook meespeelde in die periode, is dat mijn vader ziek werd. Hij las en zag alles, maar had er ook zorgen over of het wel goed kwam. Dat maakte mij er bewust van dat het niet alleen is of ik het aankan, maar ook een omgeving die dat moet kunnen.
Achteraf denk ik wel dat het prima was om in die periode op piekstand te staan, maar dat moet wel tijdelijk zijn, want het is niet per se gezond.”
Naast het wethouderschap bleef je lesgeven, hoe is die combinatie?
“Toen ik fulltime lesgaf, was de gemeente mijn hobby. En toen de gemeente mijn werk werd, vond ik het leuk om soms uit deze bubbel te stappen. Het houdt je ook jong en fris. Mijn vakgebied, internationale betrekkingen, is superdynamisch. Zeker nu. Ik vond het leuk om daar mee bezig te blijven.”
Maar je gaat een nieuwe uitdaging aan.
“In de verkiezingstijd heb ik nagedacht over wat ik zou gaan doen als ik niet terug zou komen als wethouder. Het leek me toen leuk om weer iets te gaan studeren, dus daar ga ik binnenkort mee beginnen. Het is bestuurskunde geworden, omdat ik het leuk vind om iets in het openbaar bestuur te doen. Maar door Powerport ben ik ook gaan nadenken over hoe zo’n proces werkt.
Daarmee heb ik wel besloten te stoppen bij de hogeschool. Dat was best een heftig besluit, omdat ik vorig jaar september 25 jaar in het onderwijs zat. Normaal bereid ik zondagmiddag mijn lessen voor en ik ga er vanuit dat ik nu op zondagmiddag aan het studeren ben.”
Hoe ontspan je buiten het werk om?
“Ik kan redelijk ontspannen door in en rond het huis en in de tuin te rommelen. Maar ik vind het ook fijn om op vakantie te gaan en er tussenuit te zijn. En dan een stuk te wandelen, een stad te bezoeken of een terrasje pakken. Toen vanaf mei de mooie dagen kwamen, zijn we twee keer een weekendje weggeweest. Dan probeer ik te bewegen. Ik kan niet goed stilzitten, maar wel niks doen in de zin van dat er niks moet.”
Wat is je favoriete plek in de gemeente?
“Ik houd van open polders, maar die heb ik wel moeten leren waarderen. Ik ben erin opgegroeid en het was gewoon normaal. En ik vind de weidsheid van een polderlandschap waar gewerkt wordt en waar activiteiten zijn superfascinerend. De Tonnekreek vind ik ook een supermooi stukje Moerdijk. Wandelend of fietsend kom je daar wel tot rust.”