Pauline Joosten ging van inspraak naar wethouder: ‘Ouderen hebben mijn hart gestolen’

Pauline Joosten ging van inspraak naar wethouder: ‘Ouderen hebben mijn hart gestolen’

Wethouder bij de gemeente Moerdijk Pauline Joosten (foto: ZuidWest Update).

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk is na de zomerperiode weer druk aan het werk. De vier wethouders hebben inmiddels een bekend gezicht binnen de gemeente. ZuidWest Update ging bij ze langs om hen naast hun werk beter te leren kennen. Dit keer vertelt Pauline Joosten over haar eerste contact met de gemeente en de combinatie met mantelzorgtaken.

Hoe ziet je achtergrond eruit en hoe ben je vanuit daar in de politiek terecht gekomen?

“Ik kom uit het onderwijs en was juf op een basisschool. Met vier kinderen was ik ook heel actief bij ons in de wijk voor de kinderen. Op een gegeven moment werd er een skatebaan in Willemstad gebouwd. Kinderen gingen daar met stepjes op en dat kletterde tegen het ijzer. De mensen vlakbij maakten bezwaar en de baan moest weg. Toen heb ik ingesproken in de gemeenteraad om een andere plek te vinden voor de skatebaan of iets anders terug te zetten. Dat was mijn eerste contact met de gemeente.”

Heb je altijd bij dezelfde partij gezeten?

“Destijds ben ik bij BBM begonnen, maar dat ging niet lang goed en toen ben ik losgegaan. Twee andere raadsleden zaten ook los en toen zijn we eens koffie gaan drinken. We dachten er namelijk een beetje hetzelfde over. Dat is uiteindelijk Moerdijk Lokaal geworden met een fijne club mensen.”

Had je ambitie om wethouder te worden?

“Niet specifiek. Toen duidelijk werd dat we als partij goed lagen en in de coalitie zouden kunnen belanden, ben ik erover na gaan denken. Eerst heb ik stage gelopen bij wethouders in het land. Om te kijken wat je dan doet, want er is geen opleiding voor. Toen dacht ik: dit is misschien wel iets, maar alleen het sociaal domein.

Omdat ik uit het onderwijs kom, dacht ik dat jeugd mij het beste zou liggen. Maar gaandeweg in het wethouderschap hebben ouderen mijn hart gestolen en dat had ik niet van tevoren bedacht. Maar ik maakt me ook nog steeds hard voor de Moerdijkse jeugd.”

Hoe zien jouw werkdagen eruit?

“Alle dagen zijn nagenoeg vol. Niet alleen in Moerdijk, maar ook in de regio waar ik op een aantal dossiers een voortrekkersrol heb. Als ik geen afspraken in mijn agenda heb, ben ik niet op het gemeentehuis. Dan wil ik naar buiten. Dat is in de zin van in de verschillende kernen kijken en met mensen praten. Ik wil zeker weten dat wat wij hier bedenken, ook werkt. Ik heb niet zoveel met enquêtes en cliëntervaringsonderzoeken, maar ik wil het in de praktijk zien.

Ook bij vrijwilligers moet je af en toe zijn en laten zien dat je ze waardeert. Voor deze mensen kom ik elke dag uit mijn bed en voor hen wil ik Moerdijk een beetje mooier maken. We hebben het in Moerdijk echt goed geregeld, maar mensen weten nog lang niet wat er mogelijk is. Dus mijn missie is dat als ik even niks heb, naar buiten ga om dat op te halen.”

Welke veranderingen zijn er in jouw portefeuille ten opzichte van de vorige periode?

“Ik heb cultuur, welzijn en sport erbij gekregen. Dat vind ik behalve leuk ook een noodzaak. Ik zag de verbinding met jeugd, onderwijs, de bibliotheek en senioren. Dan heb je ook kruisbestuiving om te zorgen dat het beter tot zijn recht komt.”

Waar ben je het meest trots op?

“Ik heb me aan de voorkant heel hard ingezet voor mentale gezondheid bij jongeren. Dat is best heftig geweest. Ik denk en hoop dat we een gemeente aan het creëren zijn, waarin je je veilig genoeg voelt om te zeggen: ‘het gaat niet goed met mij’. En dat we vervolgens ook samen gaan kijken wat verstandig is. Maar ik realiseer me ook dat we er nog niet zijn.”

Waar liggen voor jou de uitdagingen voor de komende periode?

“Het sociaal domein gaat altijd over de kosten in de jeugdzorg. Dat is ook bij ons zo, dus het roer moet om. Ik denk dat wij heel lang in de positie hebben gezeten van: we hebben nog nooit iets niet gedaan, omdat het financieel gezien niet kon.

Het is ook goed om er kritisch naar te kijken. Maar dan niet alleen naar de zorg voor de jeugd, maar domein-breed. Vaak begint een jeugdzorgvraag met iets achterliggends in een gezin en als dat niet opgelost wordt, helpt jeugdzorg ook niet. Het aantal jongeren in de zorg neemt af, maar de jongeren met jeugdhulp hebben veel complexere problematiek. Dat kan niet in één of twee jaar. Maar ik hoop wel aan het eind van deze vier jaar te kunnen laten zien, hoe het wel kan.”

Hoe was de hele periode rondom Powerport voor jou?

“Wij hebben altijd collegevergadering op dinsdag en op die bewuste dinsdag dat het op de agenda stond, waren we er gewoon niet klaar voor. Op vrijdag zijn we teruggekomen en hebben we er nog heel de ochtend over gesproken. Als dit een onomkeerbaar besluit is zoals het Rijk toen voorhield, en het dorp zou daarvoor moeten wijken, dan alleen onder hele strikte door ons gestelde voorwaarden om de inwoners, voor wie dit heel ingrijpend is, te begeleiden naar een nieuwe woonplek.

Ik hoor Aart-Jan Moerkerke nog zeggen: ‘zijn we het hier dan over eens’. In zijn stem hoorde ik de brok in zijn keel. Niemand had droge ogen. Dit was het meest ingrijpende besluit dat wij als college hebben genomen. Er gaat waarschijnlijk ook nooit een zwaarder besluit komen dan dit.”

Zijn er dan dingen om buiten het werk te ontspannen?

“Ik merkte dat ik mijn werk mee naar huis begon te nemen. In het sociaal domein komen heftige zaken voorbij en ik kwam daar soms niet los van. Toen dacht ik: ik neem een volkstuintje. Daar gaat mijn hoofd uit en ga je letterlijk met de handen in de klei. En het is meerdere vliegen in een klap, want in het weekend zorg ik voor mijn moeder en zij vindt tuinieren fantastisch. Dus ik doe iets leuks met haar, mijn hoofd gaat leeg en mijn koelkast en diepvries zijn de hele winter vol.

Maar ook als in het weekend mijn kinderen allemaal thuiskomen met de aanhang. Dan moet de tafel van buiten naar binnen, want anders kunnen we inmiddels niet allemaal meer zitten. Dat vind ik zo gezellig.”

Naast je werk ben je ook nog mantelzorger voor jouw moeder. Dat lijkt me best intensief.

“Ik sta elke ochtend om zes uur op en dan ga ik eerst naar mijn moeder om haar te helpen. Vervolgens ga ik werken en als ik ’s avonds niet hoef te werken, ga ik ’s avonds weer hetzelfde riedeltje doen, maar dan andersom. Als ik wel moet werken doen mijn man of kinderen dat.

Vrijdagmiddag hou ik vrij en haal ik haar op en is ze in het weekend bij ons. Dan gaat ze of met mij naar de tuin of met een van mijn kinderen mee. Daar kijkt zij echt naar uit. Het is best intensief, maar het is voor mij niet meer dan gewoon. Zij heeft altijd voor mij gezorgd, dus ik zorg nu voor haar.”

Wat is de mooiste plek in de gemeente?

“Het ligt zo voor de hand dat het Willemstad is. Ik ben daar geboren, getogen en nooit meer weggegaan. Als het aan mij ligt, ga ik ook niet meer weg. Ik ben het meer gaan waarderen, in de zin van dat ik het altijd heel gewoon vond.”