Roan uit Oudenbosch droomt van de Tour de France: ‘Dat blijft het ultieme doel’

Tomlin Smits Tomlin Smits

Hij is pas 23 jaar, maar Roan Konings uit Oudenbosch begint steeds meer naamsbekendheid te krijgen in de wielersport. Want terwijl de temperatuur stijgt, trekt ZuidWest Update de komende weken kriskras door de regio voor de ZuidWest Sportzomer. Het doel: de meest bijzondere sporten en sporters in de schijnwerpers zetten. Dit keer vertelt Roan over de liefde voor wielrennen en doelen voor de toekomst. “Ik ben snel op de laatste meters.”

Vanuit de verte komt Roan dinsdagochtend op zijn racefiets teruggefietst naar zijn huis in Oudenbosch. “Zo, de krachttraining in de sportschool zit er weer op”, lacht hij, terwijl hij de fiets weer op het standaard zet. Straks kleedt de wielrenner zich om en stapt hij opnieuw op de fiets voor een trainingsrondje van zo’n twee uur. “Gisteren reed ik nog met de Draai van de Kaai mee. Dat is een ander niveau dan onze normale wedstrijden, maar wel leuk om te doen”, begint hij te vertellen.

Vader als inspiratiebron

Roan is namelijk al een tijdje bezig om naam te maken in de wielersport. De 23-jarige inwoner van Oudenbosch rijdt in dienst van de continentale ploeg Metec-Solarwatt en staat zodoende regelmatig aan de start tussen de echte wielertoppers. “Wij zijn als ploeg voor sommige wedstrijden afhankelijk van wildcards. Zodoende konden wij vorig jaar de Tour of Holland rijden, waarbij er meerdere toprenners aan de start stonden. Voor mij was het leuk om op wegen te rijden die ik zo goed ken, en dan ook nog eens tegen toppers”, lacht Roan.

Lees ook: Tour of Holland trekt door Etten-Leur: ‘Dit is normaal mijn trainingsrondje’

De liefde voor de wielersport zat er bij de Oudenbosschenaar al van jongs af aan in. “Mijn vader deed vroeger voor de lol aan wielrennen en zo ben ik er een beetje ingerold. Dat was in eerste instantie met mijn vader mee op pad.” Later bleek dat Roan talent had voor het wielrennen. “Op mijn zesde deed ik al aan wedstrijdfietsen. Later bleef ik dat ieder jaar doen, waarbij ik ook best wat overwinningen behaalde. Uiteindelijk belandde ik zo in het semiprofcircuit”, legt hij uit.

Slag om Woensdrecht

Inmiddels rijdt Roan zo’n vijf jaar voor Metec-Solarwatt, de ploeg waar zijn vader vroeger verzorger was. “De eerste paar jaar gingen wat moeizaam. Ik had net wat meer van mezelf verwacht. Maar nu gaat het echt supergoed en ik hoop dat ik dat kan volhouden in de tweede seizoenshelft.” Hij ziet zichzelf als sprinter die kansen krijgt in wedstrijden met een moeilijke finale. “Ik zou mezelf geen pure sprinter noemen, maar ik ben wel snel in de laatste meters. Zeker als het een zware wedstrijd is geweest of er nog maar weinig renners over zijn, dan ben ik op mijn best”, aldus Roan.

Het is enorm mooi dat ik juist de Slag om Woensdrecht won.

Zijn mooiste overwinning behaalde hij dit jaar in de Slag om Woensdrecht. “Dat was mijn eerste UCI-overwinning voor Metec-Solarwatt, dus dat maakte wel wat los bij mij.” Dat was na afloop ook te zien, toen Roan tot tranen toe geroerd was. De gedachten gingen daarbij naar zijn vader, die in 2020 overleed. “Op de wegen rond Hoogerheide kwam ik vaak met hem om te trainen. Dan pakten we de auto, gingen we daar naar toe en dan de Rijzendeweg een aantal keren op en neer. Het is enorm mooi dat ik juist daar de overwinning pakte.”

Ultieme doel

Dan is het tijd om op de fiets te stappen. Met zo’n veertig kilometer per uur rijdt Roan door de polders rondom zijn woonplaats. “Dit is een rustig trainingsrondje voor mij. Tijdens wedstrijden gaat het nog wel een stukje harder”, legt hij uit. Zo is de wielrenner net terug van een aantal wedstrijden in Polen. “Dat is wel een andere manier van koersen. Later in het seizoen sta ik nog aan de start van onder meer de ZLM Tour en de Tour of Holland.”

Het ultieme doel is om ooit aan de start van de Tour de France te staan. “Als ik naar mijn wedstrijden van dit jaar kijk, denk ik echt dat ik die potentie in mij heb. Ik mis misschien nu nog echt die ene uitschieter, maar ik train hard om dat voor elkaar te krijgen. En dan denk ik dat ik over bijvoorbeeld vijf jaar een goede sprinter of lead-out zou kunnen zijn bij een profploeg.”