Roosendaler Robert E. Bal haalt inspiratie uit moeilijke gesprekken: ‘Woorden om in te lijsten’
Al zestien jaar luistert de Roosendaalse vrijwilliger Robert E. Bal (76) naar de verhalen van mensen die hun leven in één klap zagen veranderen. Als vrijwilliger bij Slachtofferhulp Nederland hoorde hij de meest aangrijpende verhalen, maar juist in die moeilijke gesprekken vond hij ook inspiratie voor zijn nieuwe dichtbundel Als alles verandert in jouw leven.
De oud-politieman schreef de bundel op basis van de duizenden gesprekken die hij met slachtoffers voerde. “Je komt natuurlijk met mensen in aanraking die in de meest verdrietige omstandigheden verkeren. Maar die mensen vertellen je soms de mooiste dingen. Dingen waarvan je denkt: jeetje, dat is toch wel heel erg mooi wat je me nu vertelt.”
Die uitspraken neemt hij mee naar huis. “Als de tijd daar is, ga ik achter mijn computer zitten en schrijf ik daar een gedicht over.” Regelmatig leest hij zo’n gedicht eerst voor aan de betrokkene. “Die vallen bijna altijd in goede aarde.”
Woorden om in te lijsten
Een van de vele uitspraken die hem het raakte, kwam van een vrouw die haar man verloor door een ongeluk. “Ze zei tegen mij: ‘Waar ik enorm veel moeite mee heb, is dat als ik over hem praat, dat alles een herinnering is en dat er nooit meer eentje bij komt.’ Dat zijn woorden om in te lijsten. Daar móét ik dan wat mee.” Die woorden vormden de basis voor het gedicht Jij bent mijn herinnering, waarin Bal schrijft over het verlies van een dierbare en de kracht van herinneringen.
Volgens Bal zijn het juist mensen die op hun kwetsbaarst zijn, die soms de meest treffende woorden vinden. “Als mensen echt heel diep in de put zitten, radeloos zijn, dan zeggen ze de dingen die recht uit hun hart komen. Dat zijn soms echt prachtige dingen.”
Slachtofferhulp
Als vrijwilliger begeleidt Bal mensen die slachtoffer zijn geworden van een ingrijpende gebeurtenis. Zijn taak is om hen te helpen weer grip op het leven te krijgen. ‘Wij moeten proberen om dat leven weer een beetje op orde te krijgen, zodat mensen de draad van het leven weer kunnen oppakken.” Dat gebeurt volgens een vaste methode, waarvoor vrijwilligers uitgebreid worden opgeleid. De begeleiding kan enkele weken duren, maar soms ook meer dan een jaar.
Het werk is volgens Bal niet voor iedereen weggelegd. “Het is zwaar en soms heel heftig. Je bent tenslotte ook maar gewoon van vlees en bloed.” Daarom zijn er intervisiebijeenkomsten waarin vrijwilligers hun ervaringen met elkaar delen.
Troost
Bal schreef ondertussen al vijf boeken en ziet zijn gedichten niet als een manier om zelf gebeurtenissen te verwerken. “Ik vind het heel mooi om aan gevoelens woorden te geven. Dat is eigenlijk heel simpel gezegd wat het is.”
Met zijn nieuwe bundel hoopt hij vooral anderen te raken. “Ik hoop dat mensen die iets ergs hebben meegemaakt een gedicht vinden dat past bij hun situatie en dat het hen troost geeft.” Ook hoopt hij dat collega’s van Slachtofferhulp de gedichten kunnen gebruiken in hun gesprekken met slachtoffers.
Ondanks de zware verhalen blijft Bal zich met veel overtuiging inzetten. “Dit werk zorgt ervoor dat je heel betrokken blijft bij de maatschappij. De geraniums staan bij mij niet voor het raam.” Daarnaast hoopt hij dat meer mensen na hun pensioen vrijwilligerswerk bij Slachtofferhulp overwegen. “Ik hoop dat mensen die niet weten wat ze na hun pensionering moeten doen, denken: dat zou wel eens iets voor mij kunnen zijn.”