Geen regio geselecteerd

Roosendaler voelt zich minder veilig dan in 2017

Roosendalers ervaren veel overlast die met drugs te maken hebben

Bianca van Vugt Bianca van Vugt

Roosendalers voelen zich minder veilig dan in 2017. Dat blijkt uit de bewonersenquête die de gemeente heeft gehouden. Er deden ongeveer 2700 mensen mee aan de enquête.

Uit de enquête blijkt dat veel mensen plekken mijden waar ze zich niet veilig voelen. Bijna de helft van de ondervraagden doet dat wel eens. Ook hebben Roosendalers meer overlast die met drugs te maken hebben. Maar de overlast door drugshandel (bijvoorbeeld door drugsrunners en -dealers) is juist verminderd. Verder hebben ze overlast van te hard rijdend verkeer, rommel op straat en hondenpoep.

Roosendaler tevreden over levensstijl

Roosendaal scoort wel heel goed op de thema’s ‘meedoen’ en ‘gezondheid’. De Roosendalers zijn dus tevreden over het meedoen met verenigingsleven, de leefbaarheid in de buurt en het cultuuraanbod. Ze zijn ook tevreden over de levensstijl in de gemeente Roosendaal en de geestelijke en sociale gezondheid. De score is minder goed voor de onderhoud van wegen en het schoonhouden van de straten. Maar ook daar krijgt de gemeente Roosendaal nog net een voldoende.

Tevreden over de eigen buurt

Inwoners vinden Roosendaal een fijne gemeente om te wonen. De meeste ondervraagden vinden hun buurt prettig en zijn tevreden over de kwaliteit van hun woning. Over de gezelligheid in de buurt en de saamhorigheid zijn de meningen verdeeld. Maar de Roosendaalse Kermis, de evenementen in de gemeente en het voortgezet onderwijs krijgen hoge punten in de enquête.

Kijken of beleid moet worden aangepast

De bewonersenquête is verstuurd naar 8499 inwoners van 16 jaar en ouder. Daarvan heeft 32% de vragenlijst ook echt ingevuld. Dat is ongeveer net zo veel als in andere jaren. Wethouder Cees Lok is blij met de reacties. “De uitkomsten van deze enquête kunnen we vergelijken met voorgaande jaren en onderzoeken of beleid moet worden aangepast. Daarnaast vergelijken we deze resultaten met data van de politie, de GGD en onze eigen registraties. Van daaruit gaan we kijken waar we beleid op willen maken of aanpassen.”