Van individueel naar collectief: sociaal domein zoekt ‘de kracht van de wijk’

Van individueel naar collectief: sociaal domein zoekt ‘de kracht van de wijk’

Het stadskantoor van Bergen op Zoom (foto: ZuidWest Update).

Bergen op Zoom “is op de goede weg” met de omvorming van het sociaal domein, zo kregen de raads- en burgerleden donderdagavond te horen van de ambtelijke dienst. Het doel is een ‘demping’ van de uitgaven van zo’n 2,9 miljoen euro per jaar. En nee, het is géén bezuiniging; en ja, Bergen op Zoom zal óók mensen moeten teleurstellen, omdat bestaande Wmo-beschikkingen tegen het licht worden gehouden. Tegelijk gaat de nieuwe aanpak uit van de kracht van de wijk. De zorgbenadering móet anders, leggen beleidsmakers uit, om het betaalbaar én uitvoerbaar te houden.

De Bergse gemeenteraad is donderdagavond uitvoerig bijgepraat over de omvorming, ofwel transformatie, van het huidige sociaal domein. Dat omvat voorzieningen voor ondersteuning van onder meer ouderen (Wmo) en jeugdzorg. Voor deze omslag heeft de raad eerder een transformatiebudget van 5,8 miljoen euro vrijgemaakt voor de periode 2025 tot 2037. Daarmee moeten initiatieven worden ontwikkeld die uiteindelijk moeten leiden tot een demping van de uitgaven met 2,9 miljoen euro ten opzichte van 2025.

Huishoudelijke steun uit Wmo?

“Want verdwijnt de huishoudelijke ondersteuning straks uit de Wmo, als de plannen uit Den Haag doorgaan”, wil commissielid Piet van den Kieboom (Bergs Collectief) weten. “Die plannen zijn er zeker”, beamen de ambtenaren. “Maar wél met de kanttekening dat er iets moet blijven voor de mensen die de huishoudelijke ondersteuning écht nodig hebben.” En hoe dat eruit komt te zien, dat is nu nog niet duidelijk.

De kern van de verandering: ondersteuning moet dichter bij inwoners worden georganiseerd, problemen moeten eerder worden gesignaleerd en inwoners moeten méér invloed krijgen op de hulp en ondersteuning in hun wijk. Kwartiermaker Laura van Alteren neemt de Bergse raad mee in hoe die omslag in de praktijk vorm krijgt.

Wijkteams

De wijkteams vormen één onderdeel van een bredere transformatie. De gemeente wil in dit jaar en in 2027 doorgroeien van één naar vijf wijkteams. Ook de gemeentelijke organisatie zal moeten veranderen: niet alleen hulpverleners moeten meer in de wijken aanwezig zijn, ook beleid moet anders worden gemaakt en uitgevoerd.

De wijk moet het vertrekpunt worden voor ondersteuning. Inwoners moeten niet zelf hun weg hoeven te vinden door een ingewikkeld stelsel van organisaties, maar waar mogelijk dichtbij huis geholpen worden. De gemeente wil daarbij voortbouwen op wat er al is: actieve bewoners, bestaande initiatieven, maatschappelijke organisaties en professionele hulpverleners. De wijkteams moeten die werelden bij elkaar brengen.

Oude Stad

Laura van Alteren is kwartiermaker voor de wijkteams. Het eerste team ging in januari van start in Oude Stad, het gebied rondom de binnenstad. Inmiddels is ook het wijkteam voor Halsteren-Lepelstraat begonnen. In deze wijkteams is een onderlinge samenwerking van organisaties voor welzijn en zorg, gemeentelijke jeugdprofessionals, medewerkers van werk en inkomen en Wmo-consulenten. “Ook de politie en woningcorporatie Stadlander zijn belangrijke partners”, legt de kwartiermaker uit.

Lees ook: Nieuwe wijkteams moeten inwoners het leven makkelijker gaan maken

Versnippering

Het huidige systeem is volgens Van Alteren niet meer houdbaar. Daarom komt er een wijkgerichte aanpak met “minder versnippering, eerder ondersteuning bieden en vooral samen met inwoners kijken wat er in hun wijk nodig is.” Aanleiding voor de transformatie is onder meer de groeiende vraag naar zorg en ondersteuning. Problemen worden volgens de gemeente complexer en de kosten stijgen. Sinds de decentralisatie van taken van de landelijke overheid naar de gemeenten in 2015, is de ondersteuning volgens haar steeds meer versnipperd. Inwoners weten niet altijd waar zij met hun vraag terecht kunnen en organisaties werken niet altijd vanzelfsprekend samen.

Bergen op Zoom kiest daarom voor een wijkgerichte aanpak met vijf werkgebieden: Oude Stad, Oost, Noord, West en Halsteren-Lepelstraat. Sommige wijken werken al volgens deze aanpak en uiteindelijk zal in elk gebied een wijkteam actief zijn.

‘Eén vraag, meerdere problemen’

In Oude Stad, waar het wijkteam al aan de slag is, blijkt veel behoefte aan hulp rond werk en inkomen. Inwoners maken zich bijvoorbeeld zorgen over hun financiële situatie en vragen zich af of zij hun huur nog kunnen betalen. Het idee achter de wijkteams is dat een inwoner niet telkens van het ene naar het andere ‘loket’ hoeft te gaan. Er wordt samen gekeken wat er aan de hand is en welke mogelijkheden er zijn. Zo zijn er spreekuren van de ISD voor vragen over inkomen en kan bij vragen over wonen direct contact worden gelegd met Stadlander.

‘Samen kijken naar perspectief’

Kwartiermaker Van Alteren noemt het voorbeeld van een inwoner die al langere tijd op een woning wachtte, maar vooral reageerde “op weinig kansrijke woningen.” Door samen naar andere mogelijkheden te kijken, “bleek er in een ander gebied sneller perspectief te zijn.” Dit voorbeeld laat volgens Van Alteren zien waar het wijkteam voor staat: niet voor ieder probleem afzonderlijk een antwoord bieden, maar sámen met de inwoner naar de hele situatie kijken.

Inwoners hebben een stem

Inwoners moeten volgens Van Alteren niet alleen ontvangers van ondersteuning zijn, maar ook gesprekspartner bij de ontwikkeling van hun wijk. De wijkteams willen daarom aansluiten bij bestaande bewonersgroepen, platforms en dorpsraden. “Daar ligt al veel kennis en initiatief”, aldus Van Alteren. De gemeente hoeft volgens haar niet alles zelf te bedenken.

Daarbij wordt ook gekeken naar de kracht van buurten, bewoners en informele netwerken. De gemeente heeft inmiddels een kwartiermaker informele zorg aangesteld, die zich onder meer richt op samenwerking met dorpsraden en wijkcommissies.

Buurtgezinnen voor zwaardere hulp

Een van de concrete initiatieven is Buurtgezinnen. Gezinnen die wat meer ruimte en stabiliteit hebben, kunnen een gezin ondersteunen waar sprake is van stress of andere problemen. Een kind kan bijvoorbeeld wekelijks bij een ander gezin terecht om huiswerk te maken, te ontspannen of mee te gaan naar een sportactiviteit.

Lees ook: Buurtgezinnen van start in Bergen op Zoom: ‘Er is echt behoefte aan’

Het gaat niet om professionele hulpverlening, maar om steun vanuit een ander gezin. Daarmee kan volgens Van Alteren worden voorkomen dat problemen verder oplopen en zwaardere zorg nodig is.

Het initiatief is begin september gestart. Twee ondersteunende gezinnen hadden zich aangemeld, terwijl acht gezinnen met kinderen hadden aangegeven behoefte te hebben aan ondersteuning.

Eerder ondersteuning op scholen

Een tweede voorbeeld is de samenwerking met het voortgezet onderwijs. Via een trajectvoorziening wordt geprobeerd kinderen langer op school te houden en hen daar beter te ondersteunen. De ondersteuning moet beschikbaar zijn voor alle leerlingen op een school. Het doel is om kinderen én onderwijsmedewerkers veerkrachtiger te maken en problemen eerder op te pakken. Ook hier is de gedachte dat vroegtijdige ondersteuning kan voorkomen dat zwaardere hulp nodig is.

Niet alles overnemen

Bij de hervorming van de huishoudelijke ondersteuning onderzoekt de gemeente hoe inwoners meer zelf kunnen doen en welke ondersteuning daarvoor nodig is. Van Alteren en haar ambtelijke collega’s kijken onder meer naar reablement: mensen opnieuw leren om bepaalde handelingen zelf uit te voeren. Ook wordt onderzocht welke rol vrijwilligers kunnen spelen. Een vrijwilliger zou bijvoorbeeld kunnen helpen om samen een praktische planning te maken voor het huishouden.

Daarmee verschuift volgens haar de vraag van “welke zorg moeten we overnemen?” naar “wat heeft iemand nodig om het zelf weer zo veel mogelijk te kunnen?”