Veilig Thuis vraagt weer om financiële hulp, gemeenten willen inzicht in organisatie
De vestiging van Veilig Thuis West-Brabant in Breda (foto: ZuidWest Update).
Het bestuur van Veilig Thuis heeft de gemeenten in West-Brabant opnieuw om een financiële bijdrage gevraagd. Het regionale advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling kreeg eerder dit jaar al een aanvullende subsidie van 1,8 miljoen euro, maar dat blijkt niet genoeg te zijn. Voor de gemeenten de subsidie toekennen, willen zij eerst inzicht in de financiële en organisatorische situatie van de organisatie. Uit een gezamenlijke brief van de gemeenten blijkt dat het vertrouwen in het bestuur van Veilig Thuis namelijk tot een nulpunt is gedaald.
Veilig Thuis voert namens de deelnemende gemeenten uit West-Brabant wettelijke taken uit door als advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling te fungeren. Inwoners, professionals en andere betrokkenen kunnen bij Veilig Thuis terecht voor advies. Ook kunnen zij een melding maken als er vermoedens zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling. Uiteindelijk onderzoekt Veilig Thuis de meldingen en zet waar nodig vervolgstappen in gang.
Wettelijke termijnen overschreden
De organisatie trok onlangs opnieuw aan de bel bij de deelnemende gemeenten voor financiële ondersteuning om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. Ook geeft Veilig Thuis aan tegen een structurele financiële opgave aan te lopen. Verder worden op dit moment de wettelijke termijnen voor de uitvoering van de taken niet gehaald door Veilig Thuis, schrijven de colleges van de gemeenten in een brief aan hun gemeenteraad. Acute veiligheidsrisico’s worden nog wel door de organisatie opgepakt, maar meldingen kunnen niet altijd binnen het gestelde termijn behandeld worden.
Dat maakt de situatie zorgelijk, vinden de gemeenten. Eerder dit jaar sprongen zij al bij om het bestuur van Veilig Thuis te ondersteunen om de organisatie financieel en organisatorisch te herstellen. Daarvoor kreeg Veilig Thuis een aanvullende subsidie van 1,8 miljoen euro. Dat bedrag kwam bovenop het jaarlijkse bedrag van ruim 10 miljoen euro dat zij krijgt voor de uitvoering van haar taken. Ook zorgden de gemeente ervoor dat er een interim-bestuurder werd aangesteld. “Deze inzet was gericht op herstel van de organisatie en het verkrijgen van inzicht in de aard, omvang en oorzaken van de problematiek”, schrijven de gemeenten.
Financiële wanorde
De gemeenten trekken nu de conclusie dat de extra hulp de problemen niet heeft opgelost en het problemen fundamenteler is dan gedacht. De organisatie vroeg namelijk opnieuw om een extra subsidie van 600 duizend euro. Ook worden er nog altijd termijnen overschreden en is er nog geen zicht op herstel. “De eerder ingezette financiële en bestuurlijke interventies hebben vooralsnog onvoldoende effect gehad. Daarom zetten gemeenten nu een volgende stap om beter inzicht te verkrijgen in de maatregelen die nodig zijn om Veilig Thuis weer sterk, betrouwbaar en financieel gezond te maken”, aldus de bestuurders van de gemeenten.
Het bestuur van Veilig Thuis is daarom opnieuw gevraagd om aanvullende, volledige en controleerbare informatie aan te leveren over de financiële en bestuurlijke situatie. “We willen periodieke financiële en operationele rapportages en zicht op de aanhoudende overschrijding van wettelijke termijnen en de mogelijke gevolgen daarvan. Daarnaast vragen we een expliciete bestuurlijke reactie op de vraag of het bestuur zich in staat acht Veilig Thuis binnen afzienbare termijn naar een sterke, betrouwbare en financieel gezonde organisatie te leiden”, zo staat in de brief.
Vervolgstappen
Op basis van die informatie gaan de gemeenten kijken welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. “Gezien de ernst van de situatie en de overschrijdingen van de wettelijke termijn voelen de gemeenten zich verantwoordelijk om een melding te doen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)”, stellen de gemeenten. Ook het bestuur van Veilig Thuis heeft zo’n melding bij de IGJ gedaan.
Wel blijft voor de gemeenten centraal staan dat inwoners die te maken krijgen met huiselijk geweld of kindermishandeling moeten kunnen rekenen op een organisatie die haar wettelijke taken tijdig, adequaat en duurzaam uitvoert. “Juist daarom vinden gemeenten het noodzakelijk om op dit moment scherp inzicht te verkrijgen in de aard en omvang van de problematiek, het herstelvermogen van de organisatie en de maatregelen die nodig zijn om tot duurzaam herstel te komen”, sluiten de gemeenten de brief af. Binnenkort staat er ook weer een bestuurlijk overleg op de agenda.