Zo maakt Jean-Benoît Cogels Groote Meer veerkrachtig tegen klimaatverandering
Wie door natuurgebied Kalmthoutse heide wandelt, ziet vooral bomen, struiken, vogels en insecten. Wat minder zichtbaar is, is het werk dat nodig is om zo’n bos gezond en biodivers te houden. Op landgoed Groote Meer in Ossendrecht wordt daar volop aan gewerkt door de particuliere eigenaar Jean-Benoît Cogels (64). Rododendrons worden verwijderd, nieuwe bomen aangeplant en takken worden niet afgevoerd, maar verwerkt tot lange takkenrillen.
Jean-Benoît Cogels werkt op die manier samen met adviseur Anton Vos aan een veerkrachtig bos dat bestand is tegen klimaatverandering, droogte en stikstof. Een passie waar volgens Cogels veel tijd en geld in gaat zitten. Nu hij als ondernemer met pensioen is, is hij zeker twee dagen in de week bezig met het landgoed dat al meer dan honderd jaar in de familie is.
Rododendrons overwoekeren alles
Dat particulier natuurbeheer vooral draait om de natuur haar gang laten gaan, is volgens Cogels een misverstand. Juist door gericht in te grijpen kan de biodiversiteit worden versterkt. Een duidelijk voorbeeld zijn de rododendrons. De struik, die oorspronkelijk niet in het gebied thuishoort, groeide door de veranderende omstandigheden steeds sneller en dreigde andere planten en dieren te verdringen. “Met de klimaatverwarming groeien die twee keer zo snel als vroeger toen ik hier als kind rondliep”, vertelt Cogels. “En die overwoekeren alles.”
Daarom zijn de afgelopen jaren grote aantallen rododendrons verwijderd. Maar ook daarna houdt het werk niet op. Het snoeihout en de stammen worden niet afgevoerd. In plaats daarvan worden ze op de randen van het gebied verwerkt tot zogenoemde takkenrillen.
De takkenril wordt eigenlijk een insectenhotel
Dat lijkt op het eerste gezicht misschien een praktische manier om van het hout af te komen, maar de ril heeft juist een belangrijke functie in het natuurbeheer. “Dat wordt eigenlijk een hotel. Een flatgebouw waar gigantisch veel insecten, knaagdieren, noem maar op. Er komt heel veel leven in”, zegt Cogels. De takkenrillen bieden schuilplekken en voedsel voor allerlei soorten. Naarmate het hout verrot, komen voedingsstoffen vrij. De struiken die naast en tussen de rillen zijn geplant, kunnen die voedingsstoffen benutten. Zo ontstaat volgens Cogels geleidelijk een nieuw leefgebied.
Op de plekken waar de rododendrons zijn verdwenen, worden bovendien nieuwe bomen geplant. In de afgelopen jaren ging het volgens Cogels om duizenden exemplaren. Het merendeel bestaat uit loofbomen, met nog maximaal ongeveer vijftien procent naaldbomen.
De aanplant gebeurt bewust gemengd. Groepjes van verschillende boomsoorten worden door elkaar geplant, met het oog op de lange termijn. Het uiteindelijke doel is een bos met verschillende soorten en leeftijden.
Het is boompje groot, planter dood
Anton Vos, beheerder-adviseur op de Brabantse Wal ondersteunt particuliere eigenaren bij het beheer van hun landgoederen. Juist de lange geschiedenis van een landgoed vindt hij waardevol. “Het toffe van landgoederen is dat ik ook veel geschiedenis meekrijg”, vertelt Vos. “Vanaf het begin. Hoe het honderd jaar geleden is begonnen, tot aan waar ze heen willen naar de toekomst.”
Volgens Vos is die kennis belangrijk om goede keuzes te maken. “We zijn maar een jaar of veertig beheerder eigenlijk. Dat is maar een voetnoot in de geschiedenis. Maar het is boompje groot, planter dood. Het is wel heel belangrijk dat wij beseffen hoe het begonnen is, zodat we ook weten waar het naartoe kan.”
Belangrijke schakel
Groote Meer vormt volgens het Grenspark Kalmthoutse Heide een belangrijke schakel in het grotere ecosysteem. Het landgoed ligt op de Brabantse Wal en fungeert als infiltratiegebied. Water dat hier valt, begint vanuit dit hoger gelegen gebied zijn weg naar beneden te vinden. Het gebied is grotendeels niet vrij toegankelijk. Slechts enkele paden zijn opengesteld voor wandelaars. Die rust is juist van grote waarde voor de natuur. Soorten die gevoelig zijn voor verstoring kunnen er profiteren van de relatieve stilte en ruimte. Daarmee krijgt het particuliere beheer betekenis die verder reikt dan de grenzen van het landgoed.
De bossen proberen wij zodanig te beheren dat het beter voorbereid is op de klimaatverandering en op de stikstof die allemaal neerdwarrelt
De noodzaak om het bos actief te beheren wordt volgens Vos alleen maar groter. Klimaatverandering, stikstof en luchtvervuiling zetten natuurgebieden onder druk. Het beheer is er daarom op gericht om het bos veerkrachtiger te maken. “De bossen proberen wij zodanig te beheren dat het beter voorbereid is op de klimaatverandering en op de stikstof die allemaal neerdwarrelt”, zegt Vos. “Dus we proberen de bossen veerkrachtiger te maken, fitter te maken. Als de boel fitter is, dan zijn wij ook beter bestand tegen de onzekere toekomst.”
Er waren vragen of zulke rillen niet juist brandgevaarlijk zouden zijn. Vos ziet het anders. “We leggen eigenlijk die takkenril aan om het bos minder brandgevaarlijk te maken. Doordat de takken nat worden, verrotten we, dus houden we meer vocht vast en komt er ook meer leven in onze bossen.” Daarnaast zijn brandweerroutes verbreed en zijn op plekken rododendrons verwijderd. Zo wordt geprobeerd het risico op natuurbrand verder te beperken.
Het illustreert hoe veelzijdig natuurbeheer kan zijn. Een ingreep die begint met het verwijderen van een invasieve struik, raakt uiteindelijk aan biodiversiteit, bodem, waterhuishouding, brandveiligheid en klimaatbestendigheid.
Je mag de natuur zijn gang laten gaan tot een bepaald niveau
Zowel Cogels als Vos benadrukken dat natuurbeheer niet betekent dat mensen alles naar hun hand moeten zetten. Het gaat er volgens hen om natuurlijke processen een handje te helpen. “Je mag de natuur zijn gang laten gaan tot een bepaald niveau, maar je moet hem ook helpen”, zegt Cogels. Zonder beheer zou het bos volgens hem op lange termijn steeds eenvormiger worden. Vos sluit daarbij aan: “Men zegt wel vaak: doe niets, dan gaat het vanzelf. Alleen dat gaat heel, heel langzaam.”