West-Brabant

Hoe Roosendaal en Bergen op Zoom de leegstand in de stad te lijf gaan

Hans-Jorg van Broekhoven Hans-Jorg van Broekhoven

In veel Nederlandse binnensteden loopt de leegstand terug, soms zelfs flink. Ook in Noord-Brabant gaat het best goed, laten landelijke cijfers zien. Alleen Bergen op Zoom en Roosendaal blijven achter, aldus een begin juni gepubliceerd overzicht. Roosendaal denkt daar heel anders over. Bergen op Zoom erkent de cijfers maar wil er snel verandering in brengen.

Het staatje dat op 3 juni verscheen is onderdeel van een rapport dat de leegstand van voor en na de coronapandemie in beeld brengt. Het betreft een publicatie van de Nederlandse overheidsinstantie Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Daarin valt te lezen dat Bergen op Zoom vóór de corona-uitbraak 30,1 procent leegstand had en erna 28,1 procent. Voor Roosendaal zijn die getallen respectievelijk 23,7 en 21,7 procent. In beide steden is het dus met maar twee procent verminderd, dat steekt schril af ten opzichte van veel andere plaatsen, waar de leegstand veel meer verminderde.

Andere benadering

De gemeente Roosendaal denkt duidelijk anders over de interpretatie van de cijfers. Woordvoerder Nicky Eemsing meldt dat er maar sprake zou zijn van 7,5 procent leegstand in het centrum. Daarop volgt een uitgebreide rekensom, die vooral bestaat uit plannen, voornemens en onderzoeken.

  • Er is al gepland om bij 4,9 procent van de bestaande leegstand de winkelfunctie eraf te halen. Dit moet woningbouw worden.
  • Voor 6,3 procent lopen onderzoeken naar mogelijkheden om ook hier vierkante meters winkelruimte weg te nemen.

Als voorbeelden worden onder meer de voormalige V&D locatie en delen van de Dokter Braberstraat genoemd. Maar ook, voor de toekomst, de Biggelaar en het Halve Maantje.

Beide percentage zijn nog niet gerealiseerd. De gemeente gaat er echter vanuit dat dit gaat gebeuren. Toch blijft er dan nog een verschil van enkele procenten met de cijfers van het PBL. Volgens de verklaring die Eemsing geeft, heeft dat te maken met het feit dat er landelijk anders wordt gemeten. In de Roosendaalse lokale berekeningen is een kleiner gebied meegenomen dan bij het landelijke overzicht. Blijkbaar is men niet gelukkig met het planbureau. De gemeente wil met de rijksinstelling in gesprek over hun cijfers en de opbouw ervan.

Vooruit rekenen

Desondanks loopt Roosendaal behoorlijk op de feiten vooruit, door te stellen dat er nog maar 7,5 procent leegstand zou zijn. Er wordt met vastgoedeigenaren en ondernemers volop aan gewerkt maar zo ver is het zeker nog niet. Op enkele locaties is winkelruimte al wel ingewisseld voor wonen, zoals in de Raadhuisstraat en aan de Burgemeester Prinsensingel.

Het college liet onlangs blakend van zelfvertrouwen weten dat er binnen de gemeente in de afgelopen periode veel winkels zijn bij gekomen. De Passage is inmiddels weer gevuld en ook de winkels aan de zuidzijde van de Nieuwe Markt zijn allemaal open. De meeste panden die nu leeg staan hebben geen Retail bestemming meer in de toekomst. “We zijn goed bezig binnen gemeente Roosendaal om, samen met onze partners, de leegstand beperkt te houden”, zo viel te lezen.

Grote plannen

Ad Dekkers is één van de twee bestuurders bij Roosendaal Binnenstad BV, de organisatie die zich ontfermt over onder andere de nieuwe invulling van het centrum hier. Hij onderschrijft de percentages die de gemeente noemt maar geeft ook toe dat nog niet alle plannen zijn gerealiseerd. Het idee is om een compactere binnenstad te krijgen, met ook volop andere invullingen zoals wonen, zorg, kantoren en andere werkplekken. De lat ligt hoog en Dekkers is blij dat alle betrokken partijen nauw samenwerken en die ambitie delen.

De inzet is om de plannen die voor de genoemde leegstandcijfers moeten gaan zorgen in vier jaar tijd gerealiseerd te hebben, aldus de bestuurder. Wel voegt hij er relativerend aan toe: “Een binnenstad is nooit af. Dan zou je stilstand hebben en een centrum is toch een soort etalage van wat er in de maatschappij gebeurt, dus continu in beweging.” Verder zal het tevens afhangen van hoe de markt zich ontwikkelt. In die zin is de genoemde 7,5 procent leegstand inderdaad vooral een streven, erkent Dekkers. Hij is echter vol goede moed; “We hebben echt goede plannen in handen en die gaan ook gerealiseerd worden.”

Bergse binnenstad

In Bergen op Zoom wordt iets anders naar de cijfers gekeken. Wethouder Dominique Hopmans: “We onderkennen natuurlijk dat die leegstand er is en dat die inderdaad iets hoger is dan gemiddeld.” Daarvoor zijn wel een aantal oorzaken aan te wijzen, legt hij uit. Er zaten veel woon- en modewinkels in de stad en die sectoren hebben flinke klappen gekregen van de online concurrentie. Door corona bleven niet alleen de bezoekers uit de eigen regio weg maar ook de Belgen. Deze mensen zijn maar deels weer teruggekomen daarna. Bergen op Zoom is bovendien ten opzichte van veel steden laat werk gaan maken van het anders inrichten van de binnenstad. Ook dat zorgt ervoor dat de cijfers nu nog hoog zijn.

Ander besef, nieuwe invullingen

Sander Pasmans, projectleider voor de Bergse binnenstad, sluit zich aan bij de wethouder. “De noodzaak dat we aan de bak moeten hebben we al eerder onderkent.” Er zijn eerder volop pogingen gedaan het tij te keren maar het lijkt erop dat men er nu pas echt de noodzaak van in gaat zien. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk bij eigenaren van winkelpanden, die lang niet eens over woonfuncties na wilden denken maar inmiddels wel vaak zo ver zijn. De huidige woningmarkt maakt het ook veel aantrekkelijker voor beleggers.

De binnenstad is een mooie wijk om te kunnen wonen, vult de wethouder aan. Met name jongere mensen zien hier mogelijkheden. En er is al het een en ander gebeurd. Pasmans: “Er zijn in de loop der jaren al best wat panden getransformeerd.” Hij noemt het voormalige V&D pand als voorbeeld maar benadrukt dat het niet alleen gaat om wonen. Dat moet zelfs voorkomen worden, geeft hij aan. De gemeente mikt op “een mix van functies om de stad aantrekkelijk te houden”, variërend van winkels, horeca, kleine dienstverlening én inderdaad wonen. “Het is best wel zoeken”, geeft hij toe, maar het levert wel een goede dynamiek op. De balans bewaken tussen al die functies is wel ontzettend belangrijk.

Anders kijken naar wat er kan

Wethouder Hopmans vertelt dat er een toekomstvisie is voor het centrum, die als basis geldt voor een nieuwe aanpak. Er wordt op drie hoofdpunten ingezet. Met de provincie is twee jaar eerder een intentieovereenkomst opgesteld waarin die visie in grote lijnen is opgenomen. Op basis daarvan is een actieplan ontstaan dat in gezamenlijkheid wordt ingevuld en uitgevoerd. Als derde onderdeel worden bestemmingsplannen kritisch tegen het licht gehouden. De huidige regels staan ontwikkelingen te vaak in de weg.

Bruisende binnenstad

“Het zit niet alleen in stenen.” Daarmee geeft de projectleider binnenstad aan dat er meer dient te gebeuren. Een stad moet niet alleen letterlijk ruimte bieden voor bedrijvigheid, leven en ontspanning. Je moet het tevens inhoudelijk vorm geven. Dit betekent samen met ondernemers, bewoners, het cultuurveld en organisatoren van evenementen kijken naar wat er kan, wat wenselijk is.

“Het doel is een bruisende binnenstad zonder leegstand”, citeert wethouder Hopmans de ambitieuze plannen die door de gemeenteraad zijn opgesteld. Er moet een ‘gezonde mix’ van functies en mogelijkheden komen. Daarvoor is een participatietraject ingezet waar alle betrokken partijen in vertegenwoordigd zijn. Daarnaast moet er levendigheid, samenwerking en oog voor uitstraling zijn. En die wil is er zeker al, benadrukt Hopmans, ook ambtelijk. “Maar de huidige regels dateren uit een andere tijd en vormen een blokkade.” Door dit te wijzigen moet een flexibelere en dienstbare overheid ontstaan die mede aanjaagt, faciliteert en ondersteunt. Om in die ‘actiestand’ te komen is wel het vertrouwen nodig van onder meer de gemeenteraad, geeft de bestuurder aan. Hij is ervan overtuigd dat daarna versneld kan worden doorgepakt en er over vijf jaar een totaal andere binnenstad is ontstaan, waar het goed wonen, ondernemen en verblijven is.