Woensdrecht

Honderd vrijwilligers redden reekalfjes en haasjes voordat de maaiers komen

Bianca van Vugt Bianca van Vugt

In alle vroegte zijn honderd vrijwilligers maandag op pad gegaan om reekalfjes te redden in de buurt van Woensdrecht. De boeren mogen weer maaien, maar in het hoge gras liggen jonge dieren verstopt. Als de reekalfjes niet weggehaald worden, sterven ze een gruwelijk dood onder de messen van de enorme maaimachines. Het Brabants Landschap wist dat maandagochtend te voorkomen.

Het is maandagochtend 6 uur. De vrijwilligers moeten vroeg uit de veren, want de boeren willen vandaag beginnen met maaien. Dus de graslanden moeten zo snel mogelijk doorzocht worden op slapende reekalfjes. In een lange rij lopen de vrijwilligers naast elkaar, steeds ongeveer op dezelfde afstand. Op die manier kunnen ze elk hun eigen baan controleren. En omdat ze met zo veel mensen zijn, kunnen ze elke centimeter bekijken.

Vijf reekalfjes en drie jonge haasjes

Om een uur of half één zitten ze uit te rusten. De opbrengst van een ochtend vrijwilligerswerk is de moeite waard. Ze redden vijf reekalfjes, drie jonge haasjes, een nest jonge fazanten en een nest met eendjes. De dieren zijn allemaal in een naastgelegen bos gezet, waar hun ouders hen snel terug kunnen vinden. Er vluchtten ook enkele volwassen reeën en hazen weg. En zelfs een paar jonge vossen. Die hebben zelf een veiligere plek gezocht.

Boswachter Erik de Jonge van Brabants Landschap is “ontzettend tevreden” over de ochtend. Hij deed vrijdag een oproep of mensen wilden komen helpen. Want het gebied in Woensdrecht was te groot om met een kleine groep te doorzoeken. En meestal komen daar zo’n 20 mensen op af, op een goede dag zelfs wel 40. Maar tot groot plezier van De Jonge liep het deze keer storm.

Droneteam met warmtecamera

“We hadden 100 mensen en zelfs een droneteam,” lacht hij. “Nog nooit eerder had ik er zo veel. Ik moest zelfs mensen afzeggen. Dat is natuurlijk hartstikke mooi.” Hij heeft alles afgestemd met de gemeente en de politie, zodat er een uitzondering gemaakt kon worden op de coronaregels. Want eigenlijk mag zo’n grote groep niet samen komen. Maar vanwege het maatschappelijk belang mocht het deze keer wel.

Het droneteam kwam van het Dutch Drone Centre Aviolanda. Zij hadden niet alleen een gewone camera, maar ook een infraroodcamera onder de drone hangen. Daarmee kun je temperatuurverschil zien, dus warme dieren lichten op. “Dat ging heel goed, we hebben de nodige beestjes gered,” vertelt dronepiloot Rudy Muller.

Verhaal gaat verder onder de foto

Infraroodfoto vanaf drone genomen waarop je man zit kruipen naar een reekalfje
Foto: Dutch Drone Centre Aviolanda

De dronecamera’s hebben van bovenaf een prima zicht. Beter dan de mensen op de grond. “We konden de boswachters er centimeter voor centimeter naar toe begeleiden. Want ze zien de dieren niet liggen, al staan ze er bovenop. Pas als ze met de handen in het gras voelen, kunnen ze ze vinden. Dus de warmtecamera is een goede hulp.”

Ook De Jonge is enthousiast over de infraroodcamera. “We zagen zelfs de muizen lopen.” Dat lukt natuurlijk alleen ‘s ochtends vroeg, als de grond nog niet te veel opgewarmd is door de zon. En ook alleen als je de juiste apparatuur hebt. “Wij hebben er een warmtecamera van 9.000 euro onder hangen,” aldus Muller.

Nu nog wat kleinere percelen doorzoeken

Het Dutch Drone Centre Aviolanda doet graag mee aan dit soort acties, legt hij uit. “We willen ook maatschappelijk doelen steunen. En het publiek laten zien dat een drone meer is dan privacyschending.” En Brabants Landschap maakte er maandagochtend dankbaar gebruik van. Zelf zijn de boswachters voorlopig nog niet klaar. “Een paar terreinen waren in oppervlakte te groot om alleen te doen, maar andere percelen kunnen we met een kleine groep aanpakken,” vertelt De Jonge. Op naar de volgende reekalfjes-speurtocht dus.