‘Ik ben de vervanger, de invaller’, legt Erik van Merrienboer uit

‘Ik ben de vervanger, de invaller’, legt Erik van Merrienboer uit

Waarnemend burgemeester Erik van Merrienboer (foto: gemeente Roosendaal).

Ronald Joore Ronald Joore

De wethouders van Roosendaal zijn goed en wel anderhalve maand onderweg. Tijd voor ZuidWest Update om nader kennis met hen te maken. Wat zijn hun beweegredenen, hoe balanceren ze tussen werk en privé. Maar we slaan de waarnemend burgemeester van deze club natuurlijk niet over. Hij vertelt over jeugdherinneringen in de gemeente en over zijn politieke ervaring. “Ik voel me hier welkom en thuis”, aldus Erik van Merrienboer.

Hij groeide op in een drukke familie. Met een vader als wethouder en een moeder die in de bibliotheek in Oud Gastel werkte. Zij bracht in het weekend boeken mee naar huis. “Mensen in mijn omgeving zeiden toen al dat ik richting de politiek zou gaan, ik zag het alleen zelf nog niet”, begint Van Merrienboer.

Nadat de boeken in Oud Gastel waren verslonden, vervolgde Van Merrienboer zijn weg naar de universiteit van Nijmegen. Daar ging hij politicologie studeren. Na meerdere bestuursfuncties brengt hij nu zijn jarenlange ervaring mee naar Roosendaal. Die ervaring komt niet alleen, die gaat vaak gepaard met een gezonde dosis humor. Dat en andere zaken licht de waarnemend burgemeester graag toe.

Als u voorzitter bent bij de vergaderingen lijkt zich dit te kenmerken door een vleugje humor, coaching en strenger als het nodig is. Is dit typerend voor deze beginperiode of zit dit altijd in uw manier van besturen? 

“Ik denk het laatste. En als ik naar de toekomst kijk, dan ben ik nieuwsgierig of je iets anders gaat zien dan dat. Ik kijk daarbij wel in wat voor context ik terechtkom. Maar wat je ziet is wie ik ben. In die zin voel ik me hier al best snel op mijn gemak. Ik hou wel van humor.

Coaching, vind ik een beetje een ingewikkelde term, omdat dat veronderstelt dat de ander ook gecoacht wil worden. Maar in deze rol is er een zeker bewustzijn. Dan probeer je inderdaad te kijken van hoe kunnen we het hier zo goed mogelijk met elkaar doen. Dat is de juiste term.

Als dat goed staat, dan mag je ook vanuit ervaring het team ondersteunen. Dat vind ik leuk in het werk wat wij doen. Daar moeten dan wel de condities voor zijn. Dus het is ook een beetje aan elkaar wennen. En het is ook intuïtief. Je typeert me, denk ik, op een manier die voor mij wel heel herkenbaar is.”

Bent u inmiddels een beetje gewend in de Roosendaalse politiek?

“Gewend, ik voel me heel welkom. En ik voel me er ook thuis. Toen ik gevraagd werd hoefde ik er maar vijf seconden over na te denken. Daarbij ben ik zelf op zoek gegaan naar de verbinding. Dan kun je, je plek vinden. Het voelt als een soort klik.”

Is het openbaar bestuur vanaf uw jeugd ook altijd uw ambitie geweest?

“Je kunt het openbaar bestuur zoeken voor het ambt. Maar dat is het niet. Het is het goede willen doen, dus iets bijdragen. Dan telt het maatschappelijk rendement. Het ambt van burgemeester kwam voor mij pas echt in beeld na die eerdere opgedane ervaringen.”

U staat er erg op waarnemend burgemeester genoemd te worden. Met welke gedachtegang doet u dat? 

“Het is best uniek dat ik inval voor een burgemeester die moet herstellen. Waarnemers zitten vaak tussen twee burgemeesters.

Kijk naar onze website. Daar staan Mark en ik allebei op. Dat vind ik mooi. Juist omdat Mark weer een stapje vooruit heeft gezet in zijn herstel. Dat betekent ook dat ik waarneem in de context waarin de burgemeester van Roosendaal, in ieder geval voor de Roosendalers, gewoon nog onderdeel van ons is.

Dus daar zit wel een zeker bewustzijn in, daar hecht ik aan. Dat voelt voor mij vanzelfsprekend, dat we het op die manier duidelijk maken.

Het is voor de buitenwereld het makkelijkst uit te leggen dat je invalt voor iemand die ziek is. Dan denk ik, dan neem je waar, dan ben je de vervanger, de invaller.”

Wat is voor u een speciale plek binnen Roosendaal of de dorpen?

“Het is lastig om maar een plek te noemen. Ik heb hier een heleboel fijne herinneringen. Roosendaal was voor mij de plek waar ik met de voetbaltas achterop mijn fiets doorheen reed om te gaan voetballen. Het betekent voor mij ook familie. We fietsten laatst met het college door de Van Gilselaan. Mijn oudste oom en tante woonden daar. Het is prachtig om op die plekken te komen.

Nispen zal ik altijd vereenzelvigen met mijn eerste concert van Doe Maar. Daar hebben we hen ontdekt. En Wouwse Plantage daar ging ik ook weer voetballen of fietste er doorheen om naar familie in Hoogerheide te gaan. Die plaatsen zie ik nu terug als ik in het buitentheater ben of bij 150 jaar Wouwse Plantage. Voor mij is gemeente Roosendaal, al die plekken. Plekken die mij verbinden met mijn jeugdherinneringen en familie.”

Hoe gaat de vakantie van de waarnemend burgemeester eruit zien?

“We gaan het eens even allemaal laten landen. Dat gaan we doen in de mooie omgeving van de Somme. Daar gaan we twee weken naartoe.

We gaan er voor de tweede keer heen. Normaal doen we dat niet, teruggaan naar een plaats waar we al eens geweest zijn. Dat heeft vooral te maken met  onze puppy van vier maanden. Die nemen we mee.”