Jean-Pierre Schouw adviseert toekomstige wethouders van Etten-Leur: ‘Wil niet te veel tegelijkertijd’
Wethouder Jean-Pierre Schouw (foto: gemeente Etten-Leur).
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur is al weer volop aan de slag, maar binnen het team van wethouders zitten een aantal nieuwe gezichten. Daarom is ZuidWest Update benieuwd: wie zijn de mensen achter de wethouders? De volgende wethouder is ondertussen gestart met zijn vijfde termijn: Jean-Pierre Schouw.
U bent al sinds uw achttiende betrokken bij het APB en al 16,5 jaar in de rol als wethouder. Komt u uit een politiek geïnteresseerd gezin?
“Ja, mijn vader was best wel actief in de vakbondswereld en mijn opa ook. Zo ben ik overigens ook aan mijn eerste baan gekomen. Ik vond eigenlijk als jongere in Etten-Leur wel dat er meer voor de jeugd gedaan mocht worden. Dat was voor mij de reden om de politiek in te gaan.”
Van 2006 tot 2018 bent u wethouder geweest. Waarom bent u destijds in 2018 gestopt?
“Ik heb nu een tweeling van vijftien en een zoon van bijna zeventien, dat speelde destijds mee. Achteraf had ik misschien vier jaar eerder die keuze moeten maken, maar zeker de laatste paar jaar kreeg ik steeds meer gesprekken thuis met mijn partner. Dat ging met name over de momenten dat ik er gewoon moest zijn voor mijn gezin.
Uiteindelijk had ik wel iets meer thuis kunnen of moeten zijn. Met drie kinderen is het toch een hoop geregel, met bijvoorbeeld zwemlessen, sport en de kinderen op bed leggen. Onze kinderen zijn in een periode van vijftien maanden geboren, dus dat is redelijk druk. En je doet het toch samen, ook thuis. Dat was wel de reden om te zeggen: dan gaan we gewoon iets anders doen.”
Was dat een lastige keuze of niet?
“Ik heb het uiteindelijk heel goed los kunnen laten. Maar goed, als je eenmaal weer een beetje met de politiek gaat bemoeien, dan ben je snel weer op vlieghoogte. Ik ben gewoon heel erg bewogen als het gaat om wat er in Etten-Leur gebeurt.”
Ik ben eigenlijk wat dat betreft een beetje on-Brabants.
Nu voor de vijfde keer dus wethouder. Als u uzelf vergelijkt met de Jean-Pierre die voor de eerste keer wethouder werd, bent u dan veranderd?
“In sommige opzichten wel. Toen was ik veel onrustiger. Nu heb ik dat met momenten nog steeds wel hoor, dat ik me druk kan maken. Maar destijds had ik dat vaker. Toen had ik ook Ruimte, Wonen en Sporten in mijn portefeuille. Ik weet bijvoorbeeld nog dat we voor voetbalverenging Unitas’30 bezig waren met de omzetting naar een nieuw sportpark. Uiteindelijk kwamen we tot de huidige inrichting. Je mag gerust weten, ik was toen zelf nog spelend lid bij Internos. Daar maakte ik me toen wel druk over. Zeker over hoe er naar je gekeken wordt.”
En speelde dan ook uw leeftijd en een soort bewijsdrang mee of had u daar helemaal geen last van?
“Ik weet één ding: er waren nog geen kinderen in het spel, dus ik ging altijd maar door. Dat heeft zeker daar aan mee geholpen. Ik had nog geen vaste structuur en kon dus nog overal naartoe gaan. Deze periode heb ik wel gezegd tegen mijn partij: “Ik ga dat nu een beetje doseren, want ik moet mijn tijd ook een beetje verdelen tussen thuis en hier”.”
Want hoe zou u uzelf als wethouder omschrijven?
“Eigenlijk heel sociaal betrokken, denk ik. Uitgesproken ook. Ik ben van mezelf nieuwsgierig, maar daar zit ook een kant aan dat ik het gewoon wil weten.”
En hoe zou u Jean-Pierre omschrijven?
“Ik denk dat ik af en toe een beetje bot uit de hoek kan komen, want dat is mijn directheid. Wat dat betreft ben ik een beetje on-Brabants. Ik ben uiteindelijk nooit uit op een conflict, maar wil wel altijd een goede discussie aangaan. Gewoon direct, uitgesproken, maar altijd wel op zoek naar harmonie.”
Je moet ook een band opbouwen met je ambtenaren.
Voor toekomstige wethouders, wat voor advies heeft u?
“Wil niet te veel tegelijkertijd.”
Was dat een advies dat u zelf misschien ook had kunnen gebruiken?
“Ja, en ik heb er nog eentje. Als wethouder hebben wij in principe niks over ambtenaren te zeggen. Wij zijn wel van de inhoud, maar niet van de mensen. Dus je moet ook wel een band opbouwen met je ambtenaren, waarbij ze ook graag voor jou iets willen doen. En je moet ze om advies vragen. Laat mensen zelf dingen oppakken en er invulling aan geven. Daar worden mensen ook heel blij van. Dat kan soms wel een valkuil zijn. Wij denken al vaak dat we weten hoe het moet. Dus dat is ook een tip, doe dat niet. Ik heb daar ook collega’s op zien struikelen.”
Na vijf termijnen als wethouder, wat is een les die u aan uzelf meegeeft voor de komende vier jaar?
“Ik weet van mezelf dat ik niet iemand ben die thuis zorgzaam is. Maar ik ben wel zorgzaam als het gaat om betrokkenheid en advies geven. Daar moet ik wel verandering in gaan brengen. Mensen kunnen zelf nadenken. Dat heb je natuurlijk wel na zoveel jaren dat je bijna zoiets krijgt van: been there, done that. Dus ik heb voor mezelf voorgenomen dat ik wel scherp moet blijven en anderen ook gewoon moet laten nadenken.”