West-Brabant

Mark bestuurt een ambulance: ‘Je krijgt vaak terug wat je zelf uitzendt’

Illustratie: Casper Eggermont

Hans-Jorg van Broekhoven Hans-Jorg van Broekhoven

Voor veel mensen is die gele ambulance een symbool van hoop en snelle hulp en de meesten van ons zijn vooral opgelucht als deze arriveert. Uitzonderingen zijn er echter ook. Mark Schipper (47) werkt nu drie jaar als ambulancechauffeur bij RAV Brabant Midden-West-Noord. Vanuit zijn standplaats in Bergen op Zoom stapt hij dagelijks letterlijk de wereld van vreemden binnen. Hoewel hij zijn werk met volle overgave doet, krijgt hij soms toch te maken met de schaduwkanten van de maatschappij: agressie, onmacht en verward gedrag.

Mark is wat je noemt een laatbloeier in dit vak. Geïnspireerd door de woorden van zijn vader; “Het leven is kort, ga ervoor”, maakte hij na zijn 40ste de overstap naar de ambulance. Iets waar hij als jongetje al over droomde. Zijn eerdere loopbaan bleek een mooie voorbereiding op de hectiek van deze baan. Met ervaring in de psychiatrie en de gehandicaptenzorg heeft hij een rugzak vol vaardigheden die hem nu goed van pas komen.

“In de gehandicaptenzorg heb ik de meeste agressie gezien en aan den lijve ondervonden”, vertelt Mark. Die ervaring heeft hem gevormd. Hij leerde daar de kunst van het spiegelen. “Het is een skill die je niet op school leert: zelfreflectie. Wat doet mijn houding met de ander? Je krijgt vaak terug wat je zelf uitzendt.” Door rust uit te stralen en een goede positie in de ruimte in te nemen, weet hij situaties vaak te de-escaleren voordat ze uit de hand lopen.

Kennis en middelen

Hoewel de regio West-Brabant relatief rustig is vergeleken met de grote steden, is agressie ook hier wel eens realiteit. Volgens Mark komt dit zelden voort uit pure boosaardigheid. Meestal is er sprake van een psychiatrisch ziektebeeld, middelengebruik, of een combinatie van beide.

Het wordt nog ingewikkelder als je letterlijk dezelfde taal niet spreekt, ondervond hij nog niet zo lang geleden. Toen moesten hij en een collega een verward persoon op straat ophalen die oorspronkelijk niet uit Nederland komt en ook geen Engels sprak. Daar moest de politie aan te pas komen, zodat de patiënt geboeid en wel meegenomen kon worden. “Dat is voor onze veiligheid noodzakelijk.” In zulke gevallen rijdt er standaard een agent mee in de ambulance. “Wij hebben immers de sleutels van die boeien niet.”

Naast deze vormen van agressie is er de agressie vanuit onmacht, bijvoorbeeld bij een reanimatie waarbij de familie eist dat de hulpverleners doorgaan zonder dat het nog wat uithaalt. “Dat is vaak pure wanhoop”, legt Mark uit. “Instrumentele agressie, waarbij mensen agressie inzetten om een doel te bereiken zoals een snellere behandeling, maken we gelukkig minder vaak mee.”

De verschuivende grens

In de 25 jaar dat Mark in de zorg werkt, heeft hij de maatschappelijke verhoudingen zien veranderen. De tolerantiegrens verschuift steeds verder, iets wat hij een zorgwekkende ontwikkeling vindt. Hij weet ook dat hulpverleners soms grenzen verleggen, bijvoorbeeld om verdere escalatie te voorkomen of de rust te laten terugkeren door iemand diens zin te geven. Zelf zal hij dit niet snel doen. “Dat is een slechte zaak. Waar stopt het dan?”

Ook de buitenwereld bemoeit zich steeds vaker met het werk van de ambulancemedewerkers. Tijdens een reanimatie op straat staan omstanders regelmatig met hun telefoon te filmen. Hij weet dat sommige collega’s daar moeite mee hebben maar zelf blijft Mark er nuchter onder: “Mij boeit het niet, ik ben met mijn vak bezig. Als ik naar de ambulance loop om iets te halen en mensen filmen me, dan interesseert me dat niet.”

Veiligheid door samenwerking

De veiligheid van het team staat bij de RAV Brabant Midden-West-Noord voorop. Bij meldingen van steekpartijen of situaties met verwarde personen wachten de hulpverleners vaak ‘om het hoekje’ tot de politie de situatie veilig heeft verklaard. “De politie is eigenlijk onze handen, onze spieren”, zegt Mark.

Hij blijft optimistisch over zijn vak. Het vluchtige maar diep menselijke contact is wat hem drijft. “Je komt iemands leven binnen op een moment dat het echt spannend is. Ik hoop dat die mensen over tien jaar denken: die chauffeur was aardig, die voelde mee. Dankzij hen en het ziekenhuis ben ik er nog.”

Wat Mark betreft, blijft hij dit werk doen tot aan zijn pensioen. Misschien dat hij in de toekomst zijn ervaring nog gaat inzetten om anderen te trainen in weerbaarheid. Want als er één ding is dat Mark heeft geleerd, dan is het wel dat een rustige houding in een explosieve situatie het verschil kan maken tussen escalatie en een goede afloop.

Deze productie kwam mede tot stand met behulp van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.