Uitdagende dossiers gaat wethouder Rick Zagers niet uit de weg: ‘Niet lullen, maar poetsen’

Rick Zagers

Wethouder Rick Zagers (foto: Charles van Campenhout).

Tomlin Smits Tomlin Smits

Met een gloednieuw college kan de gemeente Zundert er de komende vier jaar weer tegenaan. Na een korte inwerkperiode zijn de wethouders inmiddels aan de slag gegaan met hun portefeuille. Maar wie zijn de nieuwe gezichten die samen met burgemeester Joyce Vermue aan het roer van de gemeente Zundert staan? Vandaag vertelt wethouder Rick Zagers over zijn vorige leven bij Defensie, de eer om bestuurder te zijn en prangende dossiers op zijn bureau.

Ben jij geboren en getogen in Zundert? 

“Net zoals velen hier in de gemeente ben ik geboren in het ziekenhuis in Breda. Twee dagen later was ik weer gewoon terug in Zundert, waar ik ben opgegroeid. Toen ik als twintigjarige op mezelf wilde gaan wonen, zaten we midden in de economische crisis en kon ik geen woning in Zundert vinden. Uiteindelijk verhuisde ik toen naar Breda.”

Snel daarna raakte je ook betrokken bij de lokale politiek. Hoe ging dat in zijn werk?

“De interesse in de lokale politiek is er altijd al wel geweest. Als wij bijvoorbeeld op vrijdag bij het toenmalige café In de Wandelgangen op de Markt zaten, dan ging het over voetbal, maar had ik het ook over het nieuws. Ik was dan altijd vooral benieuwd waarom de zaken gaan zoals ze gaan. Toen ik in Breda ging wonen, besloot ik me daarom aan te sluiten bij een politieke partij. Binnen een jaar zat ik in de gemeenteraad. In totaal heb ik daar twaalf jaar in de fractie gezeten.”

Als je jouw naam intypt in een willekeurige zoekmachine, kom je ook een foto van jou in een legeroutfit tegen. Wat is het verhaal daarachter?

“Die hangt inderdaad nog steeds in de kast! Voor ik wethouder werd, werkte ik bij Defensie. Daar was ik innovatiemanager, wat in het kort inhoudt dat wij speurden naar civiele innovaties. Na dertig jaar bezuinigen was alles wat in de kast lag verouderd, terwijl de samenleving steeds innovatiever werd.

Uiteindelijk zag je zelfs dat de burgermaatschappij betere spullen had dan wij bij Defensie. Daarvan kochten wij er dan een paar, spoten ze groen en lieten ze testen door eenheden. Wij moesten ook wel echt bijblijven, zeker toen de oorlog in Oekraïne uitbrak.”

En nu zit je hier, in het gemeentehuis in Zundert. Dat lijkt mij een flinke verandering? 

“Dat is het zeker. Toen ik laatst een afscheid had bij Defensie vroegen oud-collega’s wat de grootste verschillen zijn. En eigenlijk zijn dat er heel veel. Maar toen men mij vroeg om wethouder te worden, wist ik al wel gelijk dat ik dit wilde doen. Ik kom hier namelijk vandaan en ik heb heel veel gevoel bij het Zundertse. Als je dan gevraagd wordt om wethouder te worden, is dat een hele grote eer. Zo zie ik dat ook echt.

Als je dan toch een verschil moet noemen, zou ik het over de impact hebben. Defensie is een hele grote organisatie en je doet heel belangrijk werk, maar je hebt een hele kleine impact. De gemeente Zundert is juist weer een kleine organisatie, maar je hebt wel heel veel impact. Dat is wel heel erg mooi, dat je over veertig jaar kan zeggen: hé, daar heb ik aan bijgedragen.”

Hoe waren de eerste weken als wethouder? 

“Vooral hectisch, maar wel op een leuke manier. Je merkt namelijk dat ondertussen alles in de gemeente gewoon verder gaat, dus je moet eigenlijk op een rijdende trein springen. Daarbij wil je alles zo goed mogelijk tot je nemen en iedereen leren kennen. Maar eigenlijk is daar geen tijd voor, want ondertussen moeten er ook gewoon besluiten genomen worden. Ik hou wel van die hectiek. Daar komt toch een beetje de Defensie-mentaliteit naar boven: niet lullen, maar poetsen.”

Bij een van de eerste raadsvergaderingen verontschuldigde je je dat je nog geen antwoord op alle vragen had.

“Dat klopt inderdaad, maar dat was ook wel het eerlijke antwoord. We zitten er als wethouders niet om te verkondigen dat we alles weten. Je ziet bij de gemeenteraadsleden ook dat ze enorm goed ingelezen zijn. Daardoor krijg je soms hele specifieke vragen, maar zeker in de eerste weken weet je gewoon nog niet alles. Dan moet je ook gewoon eerlijk zijn en ik denk dat niemand je dat dan kwalijk kan nemen.”

Je hebt een behoorlijk uitdagende portefeuille. Waar kijk je het meest naar uit om mee aan de slag te gaan? 

“Het openen van de Schroef is wel iets wat hoog op het lijstje staat. Zundert zit namelijk al veel te lang zonder cultureel centrum. Ook denk ik gelijk aan de randweg in Rijsbergen. Die ligt er over vier jaar nog niet, maar ik wil wel dat wij als college elkaar over vier jaar aankijken en kunnen stellen dat we er alles aan hebben gedaan om alle randvoorwaarden in orde te hebben. En dan hebben we het natuurlijk ook over de nieuwe school die we gaan bouwen aan de Hoge Dreef. Dat is een lastig dossier met meerdere kanten. Maar ik hou wel van een uitdaging.”

Laatste vraag: hoe kom jij buiten je werkzaamheden als wethouder tot rust?

“Ik kan niet zo goed tegen rust, daar word ik juist onrustig van. Dus ik werk wel veel en zou mezelf wel als workaholic omschrijven. Maar verder vind ik het fijn om met vrienden op het terras te zitten, probeer ik weer goed te sporten en ga ik graag naar NAC. Dan gaan we lekker met vrienden die kant op en genieten we van de beleving, want voor het voetbal hoeven we al een tijdje niet meer te gaan, haha.”