Waterschap wil strengere regels voor schadelijke stoffen in afvalwater
Een waterzuiveringsinstallatie van Brabantse Delta. (foto: ZuidWest Update)
Waterschap Brabantse Delta wil strenger optreden tegen bedrijven die schadelijke stoffen lozen in het riool. Het waterschap wil vooral voorkomen dat moeilijk afbreekbare en schadelijke stoffen, zoals PFAS en metalen, in grote hoeveelheden in rioolwaterzuiveringen terechtkomen. Het dagelijks bestuur (AB) stelt daarover een nieuwe strategie vast, een voorstel daartoe staat woensdag op de besluitvormingsagenda.
Het onbehandelde rioolwater dat naar de zuiveringen stroomt, heet in vaktermen influent. Daar wordt het grotendeels gezuiverd en gaat als effluent weer naar het oppervlaktewater van bijvoorbeeld de Westerschelde. En hoe minder vervuiling er in het influent zit, hoe beter. De voorgestelde nieuwe aanpak richt zich vooral op bedrijven die een vergunning nodig hebben voor het lozen afvalwater op het rioolstelsel. Zij moeten in de toekomst beter zien te voorkomen dat schadelijke stoffen in het afvalwater terechtkomen. Ook wil het waterschap vaker controleren en onderzoeken waar vervuilende lozingen vandaan komen.
Strengere aanpak bij bedrijven
Brabantse Delta heeft voor de voorgestelde aanpak verschillende mogelijkheden onderzocht. In de aan het AB voorgestelde variant blijft het uitgangspunt dat vervuiling zo veel mogelijk bij de bron wordt aangepakt. Dat betekent dat bedrijven schadelijke stoffen zoveel mogelijk moeten voorkomen of verminderen voordat het afvalwater het riool bereikt.
Het waterschap wil de controles en monitoring intensiveren. Ook moeten zogenoemde ‘hotspots’ beter worden opgespoord: plekken waar opvallend veel schadelijke stoffen in het afvalwater terechtkomen. Voor bedrijven en huishoudens die geen vergunning nodig hebben, wil het waterschap meer voorlichting geven.
Grotere bedrijven
De strengere aanpak begint vooral bij grote bedrijven met een vergunning. Volgens de adviesnota is het voor deze bedrijven beter mogelijk om schadelijke stoffen bij de bron aan te pakken dan voor kleine bedrijven en huishoudens.
Een belangrijke reden voor de nieuwe strategie is dat rioolwaterzuiveringen niet in staat zijn álle schadelijke stoffen goed te verwijderen. De Europese regels verplichten het waterschap onder meer om stikstof, fosfor en bepaalde medicijnresten uit afvalwater te halen. Stoffen zoals PFAS en metalen zijn moeilijker te verwijderen met de huidige technieken. En, zo is het uitgangspunt: ‘Wat er niet in zit, hoeft er ook niet uit te worden gehaald.’
Geen extra zuivering
Ook heeft het waterschap onderzocht of het mogelijk is om op één of meer rioolwaterzuiveringen extra zuiveringsstappen te bouwen. Daarmee zouden probleemstoffen alsnog uit het afvalwater kunnen worden gehaald. Die variant krijgt niet de voorkeur in het advies aan het AB, want het is technisch ingewikkeld en erg kostbaar. Brabantse Delta wil eerst inzetten op het voorkomen en beperken van lozingen. Extra zuivering kan later nodig zijn als blijkt dat dit technisch mogelijk en doelmatig is.
Volgens de adviesnota kan een strengere aanpak van lozingen bovendien voorkomen dat het waterschap later veel grotere investeringen moet doen in zuiveringen en slibverwerking.
Lastenstijging huishoudens
De nieuwe aanpak heeft ook financiële gevolgen voor de West-Brabantse huishoudens. Als bedrijven minder afvalwater in het riool lozen, ontvangt het waterschap ook minder inkomsten van deze ondernemingen. Volgens de adviesnota kan dit leiden tot een hogere zuiveringsheffing voor alle gebruikers. De huidige inschatting is een stijging van ongeveer 0,6 procent per jaar.
Voor indirecte lozers, zoals bedrijven die afvalwater via het gemeentelijke riool afvoeren, blijft voorlopig de bestaande zuiveringsheffing gelden. Het Rijk onderzoekt of er in de toekomst een andere heffing moet komen voor schadelijke stoffen.
Uitwerking in 2027
In de eerste helft van komend jaar moet het nieuwe zogeheten acceptatiebeleid verder worden uitgewerkt. In het derde kwartaal van 2027 kan het algemeen bestuur vervolgens besluiten over de nieuwe regels. Nieuwe en aangepaste vergunningen moeten daarna rekening kunnen houden met de strengere eisen. Brabantse Delta doet dit samen met twee andere Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel, en met Limburg. Ook provincie, gemeenten en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) worden hierbij betrokken.
Regels niet helemaal duidelijk
De precieze eisen zijn nog niet bekend. Het Rijk werkt nog aan de Nederlandse wetgeving rond de herziene Europese regels voor stedelijk afvalwater en de Kaderrichtlijn Water. Ook worden de definitieve eisen voor het gezuiverde afvalwater pas in 2027 vastgesteld.
Daarom kan het beleid later nog worden aangepast. Brabantse Delta wil de nieuwe strategie in 2032 evalueren. Dan wordt bekeken of de aanpak voldoende werkt en/of extra maatregelen bij de zuiveringen nodig zijn.