Wethouder Martijn de Kort: ‘Naast dat ik keihard werk als wethouder, ben ik ook vader’

Wethouder Martijn de Kort bij de plek uit zijn jeugd, het station Roosendaal (foto: gemeente Roosendaal).

Ronald Joore Ronald Joore

Waar ze eind mei nog de beoogde wethouders waren, hebben ze inmiddels hun portefeuilles ter hand genomen. Tijd voor ZuidWest Update om kennis te maken met de wethouders en de waarnemend burgemeester. Zo vertelt wethouder Martijn de Kort over hoe hij zijn reistijd een nuttige invulling geeft en hoe hij in zijn spaarzame vrije tijd ontspanning zoekt. Maar ook over het belang van het aan elkaar knopen van verschillende zaken en het bewaren van rust. En het station van Roosendaal als jeugdsentiment. De Kort rolde vanuit het ondernemerschap de politiek in.

Dat ondernemerschap was niet zo vreemd met een opleiding als International Business aan de universiteit van Tilburg. Daarna runde hij enkele jaren samen met zijn broer en vader een kappersketen. Dat ging niet onverdienstelijk en er volgde een tweede keten. Toch wist De Kort toen al dat hij iets wilde gaan doen in het openbaar bestuur. “In die kappersketen heb ik overigens geen belangen meer”, benadrukt De Kort, die inmiddels gewapend is met zeven jaar ervaring bij de Provinciale Staten en vier jaar wethouderschap.

Hoe bevalt het reizen tussen woon- en werkplaats tot nu toe? Elke dag vanuit Vught naar Roosendaal is geen klein stukje. 

“Dat gaat naar verwachting, want ik was de vorige vier jaar in Helmond ook wethouder van buiten. Toen moest ik ook reizen vanuit Vught. Dat reizen was ik eigenlijk al gewend. De reistijd gebruik ik ook om veel belafspraken te doen. Eigenlijk is de werkdag dan al begonnen.”

Houd je voldoende tijd over om te ontspannen, en zo ja, hoe doe je dat?

“Ik kan tussendoor, in tegenstelling tot sommige collega’s, niet even naar huis om thuis te eten. Ik ben, naast dat ik keihard werk als wethouder, ook een vader. Als ik thuis ben, doe ik graag dingen met mijn gezin, met de kinderen. Dat vind ik ontspannend. Het helpt je ook goed om af te schakelen en dingen weer in perspectief te zetten.

Fitness doe ik ook graag, maar dat schiet er de laatste tijd teveel bij in. Verder vind ik het fijn om met vrienden af te spreken. En ik ben wel echt wel een groot filmfan, het liefst thrillers met een verrassend plot. Maar ook fantasy en science fiction. En, als er dan nog tijd over is: gamen.”

Hoe ervaar je het inwerktraject na je eerdere ervaring als wethouder? 

“Dat heb ik als positief ervaren. Want hoe werkt het nu precies hier? Dan gaat het over de opgaven en over hoe het georganiseerd is. Communicatie en participatie zijn daarbij belangrijke onderwerpen, maar bijvoorbeeld ook de financiën. Dat gaat in details die mij eerder niet bekend waren.

Wat ik vooral heel waardevol vond, is dat we op de fiets de stad ingegaan zijn. We hebben op allerlei plekken met mensen en partners gesproken. Het programma is nog niet af, we gaan de dorpen ook nog langs. Dat is om te zien en te voelen wat er aan de hand is in de gemeente. Waar we mee bezig zijn in Roosendaal, waar de uitdagingen liggen.”

Welke overeenkomsten zijn er tussen jouw vorige portefeuille en de portefeuille die je nu hebt?

“Het is zo dat Helmond, net als Roosendaal, voor een grote kwaliteitssprong staat. Er zitten parallellen, beiden zijn echte industrie- en arbeiderssteden. Met allebei een flinke tweedeling.

De kwaliteitssprong doe je alleen als je integraal werkt, dus al die onderwerpen aan elkaar knoopt. Als je wilt dat je gezonde wijken bouwt, dan zul je moeten zorgen dat groen, mobiliteit, onderwijs, werk en huisvesting met elkaar in balans zijn.”

Wat voor wethouder kan Roosendaal verwachten, als het gaat om karaktereigenschappen? Je straalt rust uit.

“Ik probeer er met een stoïcijnse denkwijze in te staan. Als ik ergens geen invloed op heb, probeer ik me er niet al te druk over te maken. In geval van zaken waar ik wel invloed op heb, probeer ik te zorgen dat ik van de hoed en de rand weet. Als ik weet waar ik het over heb, voel ik me comfortabel en kalm over het algemeen.

Dat ik rust uitstraal, heb ik in Helmond ook wel eens meegekregen. Als het ingewikkeld is of druk, blijf ik kalm en rustig. Tegelijkertijd maak ik me wel druk. Maar je kunt je ergens druk om maken en nog steeds kalm en collected blijven.”

Wat is voor jou een bijzondere of favoriete plek in Roosendaal en de dorpen?

“Dat is een stukje sentiment uit mijn jeugd. Als ik vroeger met mijn broertje naar België ging, dan gingen we met de trein. Als kind ben ik, ik weet niet hoe vaak, op het station Roosendaal geweest. Toen ik daar de eerste keer, vanuit deze rol, weer stond riep dat die herinneringen op. Die treinsporen zijn de absolute drivers geweest van de welvaart en de groei van deze stad.”

Is er iets wat je nog kwijt wilt? 

“Ik ga geen wethouder worden die alleen achter zijn bureau zit. Omdat ik niet in de raad wil praten over een onderwerp dat ik alleen van papier ken. Voelen, zien, beleven en met mensen spreken. Dat wil ik meegeven en ik laat me daar graag voor uitnodigen door de mensen.”