Wethouder Sjef van der Touw wil dat de Roosendalers weer trots zijn op hun stad

Archieffoto Sjef van der Touw (foto: ZuidWest Update).

Ronald Joore Ronald Joore

Sjef van der Touw is anderhalve maand onderweg met zijn vier nieuwe collega’s. Met hem maakt ZuidWest Update vandaag nader kennis. Hij bruist van de energie. Dat komt omdat hij goed gaat op nieuwe situaties, legt hij uit. En de werkbelasting die is nagenoeg hetzelfde als toen hij raadslid was naast zijn vaste baan. In die tijd zag hij ook zijn voorgangers van dichtbij aan het werk. Hij vertelt wat hij daar als goed voorbeeld uit meeneemt en wat hij zelf nooit zou doen.

Ooit was hij matroos technische dienst bij de Koninklijke Marine. Hij heeft een voorliefde voor de meet- en weegtechniek binnen het werktuigelijk vlak. Echter werd Van Der Touw geënthousiasmeerd door een vriendin over de politiek. Op dat moment begon hij kennis te maken met de Roosendaalse politiek.

Voor de Roosendaalse Lijst werd hij fractieondersteuner en vervolgens burgerraadslid, waarna het raadslidmaatschap volgde. Nu is hij een wethouder die energie uitstraalt. Van Der Touw is vastbesloten deze energie vier jaar vast te houden. “Ik ga goed op nieuwe situaties en ik ben nieuwsgierig, dat zorgt meteen voor een hoog energieniveau”, vertelt hij.

Zaten er veel bekende zaken in het inwerktraject? 

“Ik heb in het inwerktraject herkenbare zaken gezien, het ging dan echt over de dossiers. Daar hebben we natuurlijk wel een verdiepingsslag gemaakt, dus er is veel extra informatie bij gekomen.

Vooral hoe het proces hier intern loopt, dat is natuurlijk een hele nieuwe wereld. We hebben een college-tweedaagse gehad waar we elkaar beter hebben leren kennen. Dat is waardevol en ik ben content met het feit dat we dit inwerkprogramma hebben gehad. Ik heb zelfs begrepen dat er andere gemeentes zijn die er een voorbeeld aan nemen.”

Hoe gaat het met de balans tussen werk en privé?

“Ik had een fulltime baan en het raadslidmaatschap erbij. Als raadslid komt er ongeveer twintig uur per werkweek bij. Voor wat betreft urenbelasting is dit hetzelfde. Ik ben altijd heel actief geweest. Voor nu is het even de agenda extra in de gaten houden. De afspraken goed plannen. Maar verder is het energieniveau goed en dat helpt.”

Je hebt wethouders vanuit een andere positie ervaren. Wat zou je zelf absoluut niet doen en wat neem je mee als goede voorbeelden?

“Wat ik zelf nooit zou doen is: in ieder geval niet roepen dat ik zelf nooit iets zou doen. Zaken die ik als fijn heb ervaren neem ik mee als voorbeeld. Er zijn voorgangers geweest waarmee ik af en toe op de inhoud stevig het debat heb gevoerd. Daarna konden we dan nog steeds een fijn gesprek met elkaar hebben.

En dat vind ik vooral belangrijk: dat het over de inhoud gaat en dat het niet op de man gaat. Dat is niet alleen in de raadszaal of hier intern, maar dat is natuurlijk ook daarbuiten. Het gaat erom dat je elkaar hebt gehoord en het goede gesprek hebt gevoerd.”

Zijn er zaken uit je portefeuille bekend terrein voor je?

“Ja, de meeste portefeuilles die ik nu heb, heb ik als raadslid ook gedaan. Dat geeft een iets zachtere landing. Zo kan ik sommige zaken hier makkelijk terug ophalen, want dan herinner ik me nog hoe we dat eerder hebben afgesproken.”

Wat is voor jou een bijzondere of favoriete plek in Roosendaal en de dorpen?

“Ik vind het Rozenven in Roosendaal een mooi plekje en zodra er ijs ligt, ben ik helemaal verkocht. Van jongs af aan ben ik gek op schaatsen en helemaal in de natuur. Zeker als die dauw er nog een beetje hangt en dan later op de dag het zonnetje erbij, dat vind ik prachtig.”

Het zomerreces komt eraan. Hoe ziet dat eruit voor het gezin Van der Touw?

“Dat gezin stapt in de auto en rijdt naar Italië. Daar gaan wij veel bekijken, zowel stedelijk als in de natuur. En we beginnen vaak, dat is ook dit jaar, eerst met een stedentrip. Daarna landen we aan een meer, om vervolgens de boot op te halen die daar al ligt. Daar gaan we dan lekker mee het meer op.”

Wat gaan we van jou zien de komende jaren? 

“Ik hoop dat jullie heel veel van mij gaan zien. In ieder geval iemand die samen met het college en met de bewoners de stappen vooruit wil zetten. In het fysieke, maar ook gewoon in het sociale onderlinge gevoel. Ik zeg altijd: we mogen af en toe wel eens wat chauvinistischer zijn in Roosendaal. Dat we trots zijn op wat onze stad is, trots om hier te wonen. Als we dat kunnen bereiken, dan hoop ik dat ik daar tussen mag staan.”