Bergse wethouder Berend Doedens: ‘Ik hoef niet nu al te weten waar dit eindigt’
Berend Doedens (foto: ZuidWest Update).
Berend Doedens (D66) is begonnen aan zijn tweede periode als wethouder van Bergen op Zoom. Waar hij de vorige keer halverwege een bestuursperiode instapte, kan hij nu vanaf het begin mede bepalen waar hij zijn energie in gaat steken. Dat levert een andere dynamiek op. ‘De techniek is vaak niet het probleem. Het gaat erom hoe je mensen bij elkaar krijgt.’
Je bent nu aan je tweede periode als wethouder begonnen. Is het vooral een voortzetting van wat je al deed, of voelt het toch als een nieuwe start?
“Het voelt wel als een nieuwe start. De vorige keer ben ik halverwege een bestuursperiode ingestapt. Dan ligt er een bepaalde opdracht en daar heb je invulling aan te geven. Je hebt daar zelf, maar beperkt invloed op. Nu kon ik ook zelf een opdracht formuleren. Dat geeft een andere dynamiek. Mijn portefeuille is anders, de uitdagingen zijn anders en ook mijn eigen rol is anders.”
Je hebt zowel de rol van raadslid als die van wethouder meegemaakt. Welke past beter bij je?
“Ik denk dat beide rollen bij mij passen. Maar je moet je heel goed realiseren in welke rol je op dat moment zit. Dat is soms best lastig. Ik merk dat bijvoorbeeld in het contact met mijn eigen fractie. Zij willen bepaalde onderwerpen misschien anders benaderen dan ik vanuit mijn rol als wethouder kan doen. Ik kan informatie hebben waardoor ik mijn eigen standpunt als raadslid misschien zou veranderen. Als wethouder denk je daardoor veel meer na over wat je zegt. Als raadslid ben je veel onbevangener, als wethouder moet je dat persoonlijke oordeel soms even naar de achtergrond drukken.”
Vind je dat een makkelijke omschakeling?
“Je moet voortdurend schakelen tussen je eigen opvatting en de verantwoordelijkheid die je als bestuurder hebt. En iedere vier jaar wordt de politieke werkelijkheid weer min of meer opnieuw ingericht. Er komen verkiezingen, een nieuw bestuursakkoord en een nieuw college. Dan begint er weer een nieuwe periode. Voor mij is dat deze keer ook echt zo.
Ik heb een andere portefeuille en andere verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd word ik soms nog aangesproken op onderwerpen die inmiddels bij een collega liggen. Dan moet ik mensen soms uitleggen: drie maanden geleden had je hiervoor inderdaad bij mij moeten zijn, maar nu niet meer. Dat kan best lastig zijn, want het gaat je nog steeds aan het hart. Je hebt er misschien anderhalf jaar intensief aan gewerkt. Maar je moet het ook kunnen loslaten.”
Een van je nieuwe aandachtspunten is sport. Waarom wilde je daar meer tijd aan besteden?
“Sport is een onderdeel van mijn portefeuille waar ik de vorige periode minder aandacht aan kon besteden dan ik zelf wilde. Er speelde ontzettend veel rond cultuur en erfgoed en daar ging een groot deel van mijn tijd naartoe. Je hebt maar zoveel uren in een week. Je moet keuzes maken. Dat wil ik nu anders doen. Ik wil daar veel meer tijd en energie in sport steken, en vooral ook buiten het stadskantoor.”
Ben je zelf ook een sportliefhebber?
“Ik sport minder dan ik zou willen, maar dat geldt waarschijnlijk voor veel mensen. Ik vind het wel ontzettend leuk. Ik mountainbike al zo’n dertig jaar. Alleen heb ik daar de laatste tijd te weinig gelegenheid voor. En als je het een tijdje niet doet, wordt de drempel steeds hoger. Dan kijk je naar buiten en denk je: laat maar. Daarom heb ik onlangs een roeimachine in de kelder gezet. Dat is laagdrempeliger. Je hoeft alleen maar naar beneden te lopen.”
Nu je sport in portefeuille hebt, maak je dan ook een kennismakingsronde langs de verenigingen?
“Dat gaat inderdaad gebeuren. En daar kijk ik naar uit. Je gaat langs clubs, spreekt besturen en komt op trainingsvelden. Verenigingen hebben natuurlijk allemaal wensen. Ze willen misschien meer velden, betere voorzieningen of andere investeringen. Maar de harde realiteit is dat er de komende tijd niet zo heel veel mogelijk zal zijn. Op sport ligt een behoorlijke bezuinigingsopgave. Een aantal taken wordt daarom teruggelegd bij de verenigingen. Juist dan is goed contact belangrijk.”
Maar contact met een verenigingsbestuur betekent niet automatisch dat je de hele achterban bereikt.
“Nee, en daar zit ook een uitdaging. Je kunt een goed gesprek hebben met een bestuur, maar dat betekent niet dat iedereen binnen de vereniging dezelfde boodschap heeft gehoord of dezelfde mening deelt. Daar kan ruis ontstaan. We moeten dus zoeken naar manieren om dat goed met elkaar te doen. Daarbij heb je de besturen heel hard nodig. En uiteindelijk kun je als wethouder niet iedereen tevreden stellen.”
Je bent nu nog maar net begonnen aan je tweede periode. Heb je al wel een beeld van je politieke eindstation?
“Nee, helemaal niet. Mijn route naar het wethouderschap is stap voor stap gegaan. Er kwamen op verschillende momenten mogelijkheden voorbij en dan maak je een keuze: doe ik dit wel of niet? Ik heb nu niet een bepaald einddoel voor ogen. Ik ben nog maar net begonnen aan deze periode en het wethouderschap bevalt me nog steeds ontzettend goed. Wat ik hierna ga doen, zie ik dan wel.”