Jiu-Jitsu Leraar Marc traint leerlingen én beroepsmilitairen
Terwijl de temperatuur stijgt, trekt ZuidWest Update deze zomer kriskras door de regio voor de ZuidWest Sportzomer. Het doel: de meest bijzondere sporten en sporters in de schijnwerpers zetten. Deze keer Marc Schipperen uit Etten-Leur, die al veertig jaar ervaring heeft binnen de budosport. Dat doet de leraar in zijn eigen school Anjin Ryu. Daarnaast combineert hij zijn passie voor vechtsport met zijn rol bij Defensie, waar hij ook lessen verzorgd.
“Opstellen”, roept Schipperen naar zijn studenten. De groep van acht mannen vormt een rij tegenover hun Sensai. “Seiza”, wordt er vervolgens geroepen, waarna de heren in een knielende houding gaan zitten. Vervolgens geeft de leraar een opwarmoefening. “Oké, looppasje kriskras door elkaar, zonder elkaar te raken.”
Al bijna dertig jaar geef Marc training en zo’n vijftien jaar binnen zijn eigen school Anjin Ryu. Maar zijn Jiujitsu carrière begon al in zijn tienerjaren. Op zijn dertiende is hij gestart met de sport, op aanraden van zijn vader. “Hier en daar had je weleens een onenigheidje en dan kwam ik thuis en zei mijn vader: ‘Eigen schuld, had je maar Jiu-Jitsu moeten doen’.” Vanaf dat moment heeft hij judo ingeruild voor Jiu-Jitsu.

De sport die meer draait om verdediging dan aanvallen. Daarnaast komen allerlei disciplines vanuit Japanse vechtsporten aan bod. “Er komt soms een stukje boksen in, soms een stukje karate en we gebruiken technieken die overeen komen mei Aikido. Het is een best aardige, grote mengelmoes”, vertelt Marc lachend.
Van Jiujitsuka tot Sensai (leerling tot leraar)
Na jarenlange training behaalde Schipperen zijn eerste dan (de zwarte band), “Toen was ik helemaal happy de peppy.” Hoewel dat een hele prestatie is – het behalen van een zwarte band duurt namelijk zo’n vijf jaar – merkte hij bij diverse internationale stages dat je met een zwarte band alsnog een beginneling bent. Daarom is hij zich nog verder in de sport gaan verdiepen en is hij er karatelessen bij gaan volgen.
De leraren waar Marc les van kreeg hebben hem uiteindelijk gemotiveerd om zelf leraar te worden. “Dat ben ik toen gaan doen voor Jiu-Jitsu leraar A en B. Kort daarna ben ik begonnen met lesgeven.” Na jarenlang lesgeven op verschillende scholen, maakte Marc de overstap in 2011 om een eigen school op te richten. Ondertussen heeft hij sinds twee jaar zijn zesde dan.

Het mooiste aan lesgeven vindt Marc het verschil dat de sport maakt bij kinderen. “Dan krijg je kinderen binnen die hebben het moeilijk hebben op school of zitten niet lekker in hun vel zitten. Zij komen hier dan tot bloei. Dan zeggen de ouders: ‘Ik weet niet wat je met die kinderen doet, maar we hebben een hele andere zoon/dochter teruggekregen.’ Dan denk ik – yes.”
Elke maandag en dinsdag vinden de trainingen plaats. Marc ziet een groot verschil in de periode voor en ná corona. Met name de groepsgrootte; in de jaren daarvoor waren de groepen voller én waren er meer klassen. Sinds de epidemie is dat aantal teruggelopen. Jammer, vindt Marc, want de dynamiek met een grote groep maakt de lessen een stuk leuker.
Koninklijke Luchtmacht
Maar de groepsgrootte is niet het enige wat na corona veranderde. De Jiu-Jitsu leraar kreeg namelijk ook een hele nieuwe groep studenten erbij: de Koninklijke Luchtmacht. Sinds 1998 is hij al werkzaam als reservist; eerst bij de landmacht en een tijdje later bij de luchtmacht, waar hij aan de slag kon als instructeur aanhouding- en verdedigingslessen.
“Ik dacht: Hoe gaaf is dat! Dat wat ik doordeweeks doe óók in het weekend kan doen voor reservisten. Dus de overstap was gauw gemaakt.” Als senior instructeur geeft hij nu aan twaalf beroepsmilitairen trainingen in de Japanse discipline. Ondertussen doet hij dat al vijf jaar voor defensie en sinds twee jaar als sergeant-majoor.
Daar maakt hij lange dagen tussen de tien en twaalf uur per dag. Hoewel Marc door zijn werkzaamheden minder tijd heeft om les te geven in zijn school, wil hij dat wel weer gaan oppakken. “Toen jullie mij opbelden is er weer een vuurtje in mij aangewakkerd. Ik kreeg er meteen zoveel energie weer van en ik merk dat ik lesgeven aan studenten toch wel mis.”