Rob van den Aarsen is nieuw als wethouder van Bergen op Zoom: ‘Eigenlijk ben ik helemáál geen politiek dier’
Rob van den Aarsen. (Foto: gemeente Bergen op Zoom / Gijs Proost)
Rob van den Aarsen (GBWP) maakt als wethouder zijn entree in het lokale bestuur: geen politieke ervaring, maar wél maatschappelijk betrokken. In het bedrijfsleven, als directeur van een transportonderneming, en in het verenigingsleven als bestuurder, dirigent en componist. Menig Vastenavendliedje heeft hij op zijn naam staan en nu staat Van den Aarsen ‘aan de andere kant van het veld’, als wethouder Cultuur, Economie en Werk & Inkomen.
Vertelt u eens, wie is eigenlijk Rob van den Aarsen?
“Ik ben geboren in Halsteren en opgegroeid in Lepelstraat, als zoon van een boerenfamilie. Na mijn middelbare school aan het Mollerlyceum ben ik naar het conservatorium gegaan. Ik heb gestudeerd in Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Daarna ben ik docent geworden aan de muziekschool en de Thomasmavo.
Vervolgens ben ik anderhalf jaar naar Zuid-Frankrijk vertrokken. Daar werkte ik als decorateur in een themapark. Toen ik terugkwam, wilde ik eerst eens uitzoeken wat ik eigenlijk wilde. Uiteindelijk ben ik in de transport en logistiek terechtgekomen. In 2004 werd ik directeur van Meeus Transport.”
Je hebt dus nogal een veelzijdige achtergrond.
“Ja, ik heb verschillende werelden meegemaakt. Muziek, cultuur en het bedrijfsleven. Daarnaast ben ik jarenlang actief geweest binnen de Stichting Vastenavend en tien jaar bij Stichting BOV. Ik ben daar bijna veertig jaar bij betrokken geweest en heb veel liedjes geschreven. Bergen op Zoom is daardoor echt een deel van mij geworden, al liggen mijn roots in Halsteren en Lepelstraat.”
En dan ineens wethouder. Hoe groot was die stap?
“Het is vooral wennen aan de hoeveelheid die op je afkomt. Ik ben niet gewend dat iemand anders mijn agenda bepaalt. Tegelijkertijd vind ik het ontzettend interessant. Ik ben nieuwsgierig en wil graag ontdekken hoe het werkt.”
Je bent nieuw in de politiek. Voel je je inmiddels politicus?
“Nee, ik ben eigenlijk helemáál geen politiek dier. Ik vind vooral dat we er met elkaar voor moeten zorgen dat de gemeente en de gemeenschap het goed doen. Iedereen die hier zit, doet dat omdat hij iets voor de maatschappij wil betekenen. Daar hoort ook bij dat je elkaar respecteert.”
Je kent veel mensen in het bedrijfsleven en de culturele wereld. Kun je die contacten nog gewoon onderhouden?
“Je hebt natuurlijk een netwerk opgebouwd, maar je zit nu op een andere stoel. Als wethouder moet je een knop omzetten. Je moet je realiseren dat je nu vanuit een andere verantwoordelijkheid naar zaken kijkt. Voor mij is dat niet zo moeilijk. Alles moet beredeneerbaar zijn.”
Mis je je oude leven al?
“Daar heb ik eigenlijk nog geen tijd voor gehad. Ik vind het ook mooi om eens in je leven iets totaal anders te doen.”
Je hebt een groot deel van je leven muziek gemaakt. Speel je nog steeds?
“Ja, af en toe. Mijn hoofdvak aan het conservatorium was blokfluit, maar ik zing ook graag en gebruik de piano veel. De blokfluit wordt vaak onderschat, terwijl het een serieus instrument is.”
En waar ontstonden je liedjes?
“Meestal tijdens de zomervakantie. Ik zat dan bij een riviertje en bedacht melodieën in mijn hoofd. Ik maakte daar een schemaatje van in mijn telefoon. Zodra ik weer een piano had, werkte ik het uit.”
Je bent bijna veertig jaar betrokken geweest bij de Vastenavend en tien jaar bij Stichting BOV. Is het vreemd om daar nu als wethouder naar te kijken?
“Dat is zeker bijzonder. Ik ben geen lid meer van de Stichting Vastenavend zolang ik wethouder ben. Maar ik vind het ook een mooie stap om eens iets totaal anders te doen. Het wethouderschap duurt niet eeuwig. Misschien zit ik straks weer aan de andere kant van de tafel.
Wat heeft je in je eerste maanden als wethouder het meest verrast?
“De kennis, het enthousiasme en de hulpvaardigheid van de ambtenaren. Dat vind ik echt knap. Ik wist dat er veel kennis aanwezig was, maar ik heb inmiddels gezien hoeveel mensen hier met ambitie en betrokkenheid werken. Dat heeft mijn beeld van de gemeentelijke organisatie zeker verdiept.”
En wat voor wethouder wil je nu zijn?
“Vooral iemand die dicht bij de samenleving staat. Ik ken veel mensen en kom uit verschillende werelden. Die ervaring wil ik gebruiken, maar ik zit nu wel op een andere stoel. Uiteindelijk gaat het erom dat je vanuit die verantwoordelijkheid goede keuzes maakt voor de gemeenschap.”