Wethouder Ger de Weert over zijn liefde voor Frankrijk, gemeentefinanciën en kleutervoetbal
Ger de Weert (foto: gemeente Etten-Leur).
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur is al weer volop aan de slag, maar binnen het team van wethouders zitten een aantal nieuwe gezichten. Daarom is ZuidWest Update benieuwd: wie zijn de mensen achter de wethouders? De laatste, maar wel de langst zittende wethouder van de vijf, is Ger de Weert.
U bent op jonge leeftijd al lid geworden bij het CDA, wat trok u zo aan die partij?
“Ik vond studentenverenigingen in Nijmegen heel leuk, maar om tot vier uur ’s nachts aan het bier te zitten, was niet echt iets voor mij. Ik was altijd wel redelijk serieus. Zo hield ik mij bezig met maatschappelijke vraagstukken en probeerde ik altijd vanuit het midden bruggen te slaan. Zo kwam ik eigenlijk bij het CDA uit. Mijn vader was ook altijd politiek actief en zo ben ik er wel een beetje ingegroeid. Politiek was ook altijd een thema bij familiefeesten, dus daar werd altijd heftig over gediscussieerd. Mijn vrouw was ook actief in het CDJA en zo hebben wij elkaar leren kennen.”
Na uw studententijd bent u in de financiële wereld terecht gekomen. Wat trok u daar zo aan?
“Dat was eigenlijk heel raar, want het was best een lastige periode om op de arbeidsmarkt te komen. Ik heb toen drie sollicitaties de deur uitgedaan. Eentje was voor het traineeship bij de Rabobank in Doetinchem. Daar was ik gelijk aangenomen, dat was een soort allround opleiding. Wat me bij de Rabobank wel aansprak, was de maatschappelijke betrokkenheid. Het is weliswaar een financiële instelling, maar het was ook een coöperatie en dat vond ik altijd wel heel sterk.
Na twee jaar ben ik vertrokken bij de bank in Doetinchem en ben ik naar Utrecht gegaan, naar de centrale organisatie van de Rabobank. Daar heb ik zeventien jaar gewerkt, onder andere op het gebied van HRM. Toen kwam in 2011 hier de vacature vrij voor directeur-bestuurder bij Rabobank West Brabant Noord.”
En uiteindelijk de stap naar de politiek. Was dat voor u een voor de hand liggende stap of kwam dat op uw pad?
“Bij de Rabobank West Brabant Noord was er veel in ontwikkeling. Toen ik er kwam werken, hadden we zo nog 300 fte werkzaam en elf kantoren. Een van de opdrachten was om de bank klaar te maken voor de digitaliseringsslag. In 2018 waren er na de laatste reorganisatie nog maar 35 fte op de payroll, dus dat was een behoorlijke teruggang. De directie moest ook terug van drie naar één. En toen dacht ik: misschien is het ook wel eens een mooi moment om iets anders te gaan doen.
Dan ga je oriënteren en ik was al politiek actief. Toen was net hier de wethouder Jan van Hal uitgevallen vanwege ziekte. Zo kwam de vraag bij mij of ik het wethouderschap wilde overwegen. Op die manier ben ik eigenlijk vrij snel wethouder geworden in mei 2019.”
Dan is de bal verderop en dan zit hij op het gras naar de bloemetjes te kijken.
Voor het publieke oog bent u wethouder De Weert, maar wie bent u in uw persoonlijke kring in uw familie?
“Ik ben natuurlijk opa van vijf kleinzoontjes. Drie daarvan zijn geboren in Madrid en hebben daar zes jaar gewoond. Nu wonen ze in Venlo, dus dat is gelukkig wel een stuk dichterbij. Mijn jongste twee kleinzonen wonen ook vlakbij. Ik vind het leuk om te tuinieren. Ik heb het afgelopen weekend de grasmat onder handen genomen. Lekker buiten bezig vind ik fijn. Reizen vind ik ook erg leuk. We zijn echt ‘francofielen’ zoals dat heet. Frankrijk is wel ons favoriete land.”
Elk hoekje van Frankrijk wel gezien?
“Ja, heel veel hoekjes al gezien, maar elk jaar ontdekken we toch weer een nieuwe streek. Daarnaast sta ik ook graag langs de lijn bij de kleutervoetbal, zo heet dat dan, van mijn kleinzoon Viggo. Dat is weer begonnen, dus dat vind ik wel leuk om bij te zijn. Het is leuk om te zien hoe hij zich dan ontwikkelt. Dan is de bal verderop en dan zit hij op het gras naar de bloemetjes te kijken. Ja, dat is kind eigen dus dat vind ik mooi.”
Ondertussen al 7,5 jaar wethouder. Zit hier ook dezelfde wethouder als 7,5 jaar geleden?
“Nee, je leert heel veel. De meeste mensen hebben geen beeld van de hoeveelheid processen die hier lopen. Van veiligheid tot aan WMO; als je dat op een afstandje bekijkt, denk je wat gebeurt hier allemaal? Pas als je erin zit, zie je hoe complex het is.”
Wat heeft u binnen deze rol het meest verbaasd?
“De complexiteit van wetgeving en procedures bijvoorbeeld. Dat is natuurlijk goed, want je moet zorgvuldig te werk gaan en iedereen gelijk behandelen. Aan de andere kant is het ook bureaucratisch. Daar worstel ik nog wel eens mee. Hoe kun je dat slimmer doen, anders doen? In de loop van de jaren heeft de toeslagenaffaire bijvoorbeeld geleid tot wantrouwen en de komst van allerlei regels. Hoewel de toename van regels niet altijd werkt. Dat is een worsteling die ik nog steeds zie in het openbaar bestuur: hoe kun je meer werken op basis van vertrouwen in plaats van regelgeving en de regeldruk?”
De donkere wolken zijn nog niet helemaal weg in Etten-Leur.
Wat zijn voor uzelf hoogtepunten die u heeft bereikt?
“Toen ik hier begon in 2019 stond Etten-Leur er financieel niet zo goed voor. We hadden echt een tekort dat jaar en hadden maar een heel klein spaarpotje. De afgelopen jaren hebben we er voor gezorgd dat het spaarpotje gevuld is. Daar ben ik wel trots op, dat we dat hebben omgebogen zonder dat heeft geleid tot reorganisaties. Dus ik ben blij dat we de financiën op orde hebben gekregen.”
En waar liggen dan toch nog wel de kansen binnen uw portefeuille dan het financiële vlak voor de komende vier jaar?
“De donkere wolken zijn nog niet helemaal weg. Het rijk heeft besloten om de korting die ze voorzien hadden in 2026 door te schuiven naar 2028. Dat is nog een kleine twee miljard euro die ze dan uit het gemeentefonds willen halen. Dat is ook voor onze gemeente wel een forse aderlating, dus dat is nog wel een punt van aandacht.
Daarnaast heb ik ook nog andere portefeuilles zoals Economie. Daar staan we overigens ook goed voor in Etten-Leur. We hebben hier een Vosdonk waar bijna 10 duizend mensen werken en dat levert ongeveer 3,5 miljard aan bruto toegevoegde waarde per jaar op voor de economie. Om ervoor te zorgen dat het industriegebied de volgende fase in gaat hebben we bijvoorbeeld het programma Grote Oogst om te verduurzamen. En niet te vergeten speelt daarnaast ook het centrumplan. We moeten zorgen dat de winkels in het centrum, van Bergenplein en Kerkwerve, up to date zijn. Dat is ook een opgave die de komende jaren voor ons ligt.”
Welk dossier binnen uw portefeuille vindt u de leukste?
“Ik vind duurzaamheid altijd wel leuk, omdat er creativiteit in zit. Dingen vernieuwen, veranderen, wat kan wel en wat kan niet. Iedereen weet dat de fossiele brandstoffen een keer gaan ophouden. Dat is geen pad wat al helemaal uitgestippeld is, maar daar zitten af en toe experimenten in. Uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat we die weg wel met elkaar gaan vinden. Maar er zit ook wel een schaduwkant aan, want doordat we zoveel elektrificeren is er op dit moment natuurlijk een netcongestie.”