Deskundigen lijnrecht tegenover elkaar over versoepeling asbestregels

Deskundigen lijnrecht tegenover elkaar over versoepeling asbestregels

Asbestresten na een brand op het perceel Koepel 7 te Bergen op Zoom (foto: ZuidWest Update).

Recent liet de onderzoeksredactie van ZuidWest in het dossier Asbestconflict Bergen op Zoom prof. dr. Ira Helsloot aan het woord. Hij betoogde dat de gevaren van asbest flink overschat worden en wees onder meer op een rapport dat zijn organisatie Crisislab samen met TNO opstelde. Dat viel niet bij iedereen even goed. Zijn woorden én het rapport worden in stevige bewoordingen bestreden door asbestdeskundige en -jurist mr. dr. Yvonne Waterman FFAAM uit Wouwse Plantage. Haar visie wordt andersom weer betwist door professor Helsloot en TNO.

Lees ook: Hoogleraar: ‘Risico asbestvezels na brand gelijk aan één sigaret’

Volgens het bewuste rapport zijn de huidige beschermingsmaatregelen voor saneerders vaak overdreven en onnodig duur. Yvonne Waterman waarschuwt juist voor de gevaren van het afzwakken van de risico’s. Zij is een Nederlandse jurist, auteur, docent en internationaal spreker, in het bijzonder gespecialiseerd in het civiele asbest- en werkgeversaansprakelijkheidsrecht.

Eenzijdige benadering

Waterman wijst erop dat het rapport werd opgesteld in opdracht van woningcorporatiekoepel Aedes en enkele grote corporaties. Volgens haar hebben die partijen aanzienlijk financieel belang bij goedkopere saneringen. De onderzoekers berekenden aan de hand van een maximale investeringsnorm van 60 duizend euro per gewonnen levensjaar dat een P3-mondkapje in bepaalde situaties economisch niet rendabel zou zijn. Dat zijn de maskers die de hoogste bescherming geven.

Ze noemt die benadering onaanvaardbaar: “In de eerste plaats is het onfatsoenlijk om het behoud van de gezondheid van een werknemer in euro’s uit te drukken. In de tweede plaats is het stuitend om te suggereren dat een saneerder nog niet de kosten van een mondkapje waard is.” Volgens haar keert het rapport de logica om: het budget bepaalt de mate van bescherming en niet de zorg omtrent gezondheid.

Twijfels over onafhankelijkheid

Waterman zet tevens vraagtekens bij de wetenschappelijke onafhankelijkheid van TNO in dit onderzoek. De onderzoeksorganisatie vervult een sleutelpositie in het Nederlandse asbestbeleid, een rol die strikte neutraliteit vereist ten opzichte van alle partijen in het werkveld. Volgens de juriste wekt de publicatie de schijn dat de commerciële belangen van het instituut zijn doorgeslagen.

In het rapport is volgens haar elke verklaring dat de opdrachtgevers zich inhoudelijk buiten het onderzoek hebben gehouden, aldus Waterman. Sterker nog: ze stelt dat tientallen personen aan de zijde van de corporaties via klankbordgroepen en panels intensief meepraatten over de uitkomsten. Daarnaast zegt ze dat TNO zich baseerde op geanonimiseerde data en niet-controleerbare interviews, waardoor de onderbouwing wetenschappelijk niet te controleren valt. Haar conclusie: “Dit rapport oogt in zijn geheel zeer gestuurd, eenzijdig en partijdig. Wie betaalt, bepaalt.”

Ira Helsloot was ten tijde van het opgestelde rapport betrokken namens de Radboud Universiteit. Hij laat weten de bewering dat de uitkomsten deels op interviews gebaseerd zijn “evidente onzin” te vinden. Het is volgens hem tot stand gekomen door rekenwerk volgens de principes van het algemene Nederlandse veiligheidsbeleid.

Reactie TNO

TNO bestrijdt de beweringen van Waterman eveneens en heeft een verklaring opgesteld. Het artikel gaat hieronder verder.

TNO: “Wij herkennen ons nadrukkelijk niet in de suggestie dat commerciële belangen de uitkomsten van dit onderzoek zouden hebben bepaald. In het rapport is transparant beschreven wie bij het onderzoek betrokken waren en op welke uitgangspunten de berekeningen zijn gebaseerd.

Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen het verzamelen en beoordelen van informatie en het uitvoeren van de risicoberekeningen. Onze rol was het schatten van de blootstelling per scenario. Deze schatting is 1 op 1 zichtbaar in de publicatie en vormt het uitgangspunt van de risicoberekeningen die zijn uitgevoerd door de Universiteit Utrecht op basis van de inzichten van de Gezondheidsraad overgenomen uit het Adviesrapport uit 2010. De wetenschappelijke uitgangspunten en berekeningen zijn hiermee volledig transparant en de berekeningen zijn te reproduceren. Sinds de publicatie van het rapport, inmiddels zeven jaar geleden, is voor zover ons bekend niet aangetoond dat deze berekeningen onjuist zijn. Over de interpretatie ervan kan uiteraard discussie bestaan. Dat maakt de onderliggende berekeningen echter niet gestuurd of partijdig.”

Geen veilige ondergrens

Vooral de bewering van prof. Ira Helsloot dat incidentele blootstelling geen gevaar oplevert, noemt Waterman “kwalijke nonsens”. Ze wijst erop dat wereldwijd gezondheidsinstanties zoals de WHO en de Gezondheidsraad erkennen dat asbest kankerverwekkend is en geen veilige ondergrens kent. Iedere blootstelling telt volgens haar mee in het risico op dodelijke ziekten zoals mesothelioom of longkanker. “De kans op kanker is in het algemeen klein, maar catastrofaal voor het individu die het overkomt en diens dierbaren. Daar moet je respectvol mee omgaan; dat is anders dan de suggestie dat een dagje asbest snuiven in een asbestmist, zoals hij dat op het NOS Journaal heeft genoemd, geen kwaad kan.”

Juridisch gezien rammelt het rapport volgens de deskundige eveneens. Zowel de Nederlandse Arbowetgeving als Europese richtlijnen verplichten werkgevers om alle redelijkerwijs mogelijke voorzorgsmaatregelen te nemen. Financiële afwegingen kunnen en mogen veiligheidseisen nooit buitenspel zetten, klinkt het stellig.

‘Geen deskundige maar een claimjurist’

Professor Helsloot is een heel andere mening toegedaan. Hij laat het volgende weten: “Mevrouw Waterman is geen asbestdeskundige maar een claimjuriste die als verdienmodel heeft om asbestclaims voor de rechter te brengen. Desalniettemin is het bevredigend om te merken dat ze geen enkel inhoudelijk argument in te brengen heeft tegen het rapport.” Hij merkt op dat alles een prijs heeft, ook asbestveiligheid. Verder wijst Helsloot erop dat dezelfde rekenmethoden die in het rapport voor asbest werden gebruikt ook de hoogte van de dijken in Nederland bepalen, en of iemand al dan niet behandeld wordt voor een ziekte.