Hoogleraar: ‘Risico asbestvezels na brand gelijk aan één sigaret’
Een stuk asbest zoals het te vinden is op het perceel Koepel 7 te Bergen op Zoom (foto: Streekomroep ZuidWest).
Na een brand die twee jaar geleden uitbrak aan de Koepel 7 in Bergen op Zoom kwam veel asbest vrij. De daar woonachtige familie Van der Vorst is sindsdien in een ingewikkelde strijd beland met de gemeente, omgevingsdienst OMWB én verzekeraars. Onze onderzoeksredactie is diep in het dossier gedoken en kreeg onder meer wisselende signalen over hoe gevaarlijk asbest eigenlijk is. Tijd om het eens aan een expert te vragen…
Het daadwerkelijke gezondheidsrisico van asbest bij incidenten zoals branden wordt in Nederland zwaar overschat. Aan het woord is prof. dr. Ira Helsloot. Hij is voorzitter van onderzoeksgroep Crisislab, maar ook verbonden aan de Radboud Universiteit en voormalig hoogleraar crisisbeheersing en fysieke veiligheid aan de VU Amsterdam. Volgens hem en collega-onderzoekers leiden angst voor aansprakelijkheid en de commerciële belangen van de saneringssector tot disproportioneel en peperduur beleid.
Denkfout
Beleidsmakers en saneringsbedrijven maken volgens Helsloot stelselmatig een denkfout door te sturen op theoretisch gevaar in plaats van op reëel risico. Het theoretische gevaar is bekend: het inademen van asbestvezels kan kanker veroorzaken. De kans dat iemand na een brand daadwerkelijk ziek wordt door achtergebleven deeltjes, is echter verwaarloosbaar klein.
Helsloot vergelijkt de blootstelling aan restvezels na een brand met de gezondheidsschade van het roken van één sigaret in een heel mensenleven. “Zodra je bij asbest de zichtbare verontreiniging hebt weggehaald, komen vezels die op de bodem liggen niet meer in een significante concentratie naar boven.” Wat overblijft noemt hij “een risico vergelijkbaar met het roken van één sigaret op een mensenleven.” Hij vervolgt: “Dat is niet nul risico, maar het is niet iets waar we nou eens veel geld aan moeten besteden.”
Een risico vergelijkbaar met het roken van één sigaret op een mensenleven.
Relatief ongevaarlijk
Bij dakbranden gaat het vrijwel altijd om hechtgebonden asbest, zoals in golfplaten. Dit materiaal is volgens de hoogleraar relatief ongevaarlijk zolang het niet wordt verpulverd. Zodra het een keer geregend heeft, hechten vezels zich aan de bodem en komen ze niet meer in relevante concentraties in de lucht terecht. Zelfs spelende kinderen in zand met sporen van asbest lopen geen meetbaar gevaar.
Als voorbeeld noemt Helsloot een grote brand in Roermond, waarbij asbest over het centrum hing. “Bij zo’n grote brand kun je de zichtbare brokstukken opruimen. Dat wil je niet laten rondslingeren. Maar daarna moet je het gewoon niet meer hebben over asbest op vezelniveau. Dat krijg je niet weg. Maar dat is ook niet het risico voor de samenleving.”
Volledig asbestvrij bestaat niet
De saneringspraktijk moet volgens Helsloot pragmatisch blijven. Restanten van een half ingestort pand moeten worden gesloopt en zichtbare brokstukken moeten netjes worden opgeruimd. Daarna moet de overheid stoppen met saneren op vezelniveau. Achtergebleven vezels verwaaien over het land en vormen geen meetbare bedreiging voor de volksgezondheid. Een garantie op ‘honderd procent asbestvrij’ kan een saneerder bovendien nooit eerlijk afgeven, omdat er altijd sporen op microscopisch niveau achterblijven.
De expert werkte ooit bij de brandweer in Amsterdam. Daar ging men zeer pragmatisch om met dergelijke voorvallen. Hij vertelt hoe het toenmalige protocol werkte: “Ruim de zichtbare brokken op, gooi die in de prullenbak en dan hebben we het er niet meer over. Toen zaten we nog iets robuuster in de wedstrijd. Maar dat is eigenlijk nog steeds de veilige wijze.”
Ruim de zichtbare brokken op, gooi die in de prullenbak en dan hebben we het er niet meer over.
Bestuurders hebben koudwatervrees
Dat overheden toch miljoenen uitgeven aan doorgeschoten saneringen, wijt Helsloot aan bestuurlijke koudwatervrees. Wetenschappelijke rapporten, opgesteld door onder meer de onderzoekers van Crisislab, TNO en de Universiteit Utrecht, hebben aangetoond dat het huidige beleid disproportioneel is. Een van die rapporten lees je hier.
Volgens de expert durven lokale bestuurders en ambtenaren desondanks niet af te schalen, uit vrees voor aansprakelijkheid en maatschappelijke onrust. “Ze kijken alleen maar naar het gevaar en niet naar het risico. Die kans is in deze situatie niet reëel. Bestuurders durven niet te zeggen: ‘Het is dus niet gevaarlijk, we trekken de maatregelen in.’ Niet-deskundige ambtenaren en bestuurders doen uit angst voor aansprakelijkheid hele domme dingen.” Dat wordt volgens hem mede in stand gehouden door druk van commerciële adviseurs en saneerders die belang hebben bij maximale paniek.
Niet-deskundige ambtenaren en bestuurders doen uit angst voor aansprakelijkheid hele domme dingen.
Cijfers
Jaarlijks overlijden in Nederland naar schatting 400 tot 600 mensen aan asbest, al stelt de expert dat zij in de meeste gevallen ongeveer een jaar eerder sterven dan normaal. Dit komt volgens hem vooral door de algemene achtergrondconcentratie in de lucht, die grotendeels uit de Duitse bodem komt overwaaien.
Helsloot heeft tevens zijn twijfels bij de gehanteerde rekenmodellen. In de jaren negentig lag de concentratie met 10 duizend vezels per kuub honderd keer hoger dan nu (100 vezels), zonder dat mensen daar toen massaal acuut aan stierven. En dat is zeker niet alleen zijn mening, stelt hij. “De echte wetenschappers op dit gebied zullen dit allemaal beamen.”
Wel is hij zich ervan bewust dat het gevoelig ligt in de asbestwereld, en daarmee óók bij een deel van zijn collega-onderzoekers. “De meesten zijn natuurlijk wel een klein beetje banger aangelegd, want je krijgt wel wat over je heen vanuit de sector als je dat zegt. Maar ik denk niet dat u iemand vindt met mijn wetenschappelijke titel die het met mij oneens is.”
Zorgen over gezondheid niet nodig
Terug naar de situatie in Bergen op Zoom, waar onlangs bij een nieuw onderzoek bleek dat er nog volop asbest ligt op en om het terrein van de familie Van der Vorst. Volgens hoogleraar Helsloot hoeven zij zich geen zorgen te maken over hun gezondheid. Het enige dat nog moet gebeuren is het nu eens goed ruimen van de overgebleven tastbare resten. Hij beschrijft het als een “ietwat informele spelregel” en zegt erover: “Wacht tot het één keer geregend heeft en dan zijn we er klaar mee.”
De verhalen die vaak rondgaan over het gevaar van achtergebleven vezels zijn volgens Helsloot bangmakerij. “Zodra je bij asbest de zichtbare asbestverontreiniging hebt weggehaald, komen vezels die op de bodem liggen niet meer in een significante concentratie naar boven.”
Hij snapt ook dat de saneerder die twee jaar geleden de klus kreeg geen garantie gaf op een volledig schoon terrein. Het streven naar nul vezels noemt hij een illusie. “Er blijft natuurlijk altijd asbest op vezelniveau achter maar dat is niet gevaarlijk.” Zijn advies is dan ook helder en nuchter: sloop het resterende deel van het pand, ruim de overgebleven zichtbare stukken van groot tot klein zorgvuldig op, en staak daarna de verdere sanering op vezelniveau.