Hoe een eindeloze nachtmerrie in de asbestresten kon ontstaan
Esther en Corné voor de afgebrande loods die er al bijna twee jaar staat (foto: ZuidWest Update).
Wat begon met het verhuren van een opslagruimte aan een bekende, veranderde op de avond van 6 september 2024 in een fatale vuurzee. Twee jaar later zitten Esther en Corné van der Vorst nog steeds in de financiële en emotionele ruïnes van hun afgebrande stalling. Ze voelen zich bovendien vermorzeld door het gemeentelijk apparaat, de omgevingsdienst en twijfelachtige saneringspraktijken.
In 2002 kochten Esther en Corné van der Vorst de voormalige schapenboerderij aan de Koepel in Bergen op Zoom. Inmiddels was het een caravanstalling en die hebben zij voortgezet. Naast caravans verhuurden ze enkele compartimenten aan derden voor opslag. Eén van deze ruimtes werd gebruikt door een huurster die inboedels opkocht en via Marktplaats en Facebook verhandelde.
Op de bewuste avond van vrijdag 6 september 2024, rond kwart voor tien, zag Esther dat er nog licht brandde in het verhuurde compartiment. De huurster was spullen aan het in- en uitladen. Kort daarna sloegen plotseling de vlammen uit het compartiment. Hun 23-jarige zoon alarmeerde direct 112.
Vragen over de oorzaak
De brandweer was binnen zeven minuten ter plaatse maar kon het pand niet meer redden. De opslagruimte lag volgestouwd met bananendozen vol kleding en verkoopwaren. De brand schoot via het dak razendsnel door naar de overige delen van de loods. Er werd besloten het pand gecontroleerd te laten uitbranden, terwijl een watergordijn het woonhuis en de aangrenzende dierenweide beschermde.
Al tijdens de bluswerkzaamheden ontstonden vragen over de oorzaak. De verhuurde ruimte beschikte niet over vaste verlichting. De huurster maakte gebruik van een stopcontact waarop ze een halogeenlamp had aangesloten. Volgens het echtpaar Van der Vorst en verklaringen van omstanders riep zij in de eerste paniek dat haar lamp de boosdoener moet zijn geweest. Onderzoek in de brandresten bracht later bovendien aan het licht dat ze er volop blikken verf, terpentine en verdunners had opgeslagen.
Over de schutting
Al tijdens de eerste opruimwerkzaamheden gebeurden er dingen die in de buurt de nodige vragen opriepen. Achterburen van het getroffen echtpaar filmden hoe mannen in witte pakken aan het ruimen waren op het perceel van de buren naast Esther en Corné. Op die opnames is te zien hoe met asbest vervuild materiaal over de schutting wordt gegooid, in de tuin van die achterburen. Die maakten hier melding van bij de gemeente en kort daarop waren die werklui vertrokken.
Het artikel gaat verder onder de video.
Gemeentelijke druk
Kort na de brand meldde de gemeente Bergen op Zoom zich bij het getroffen gezin. Niet met een steunbetuiging maar met een juridische aanzegging. Op de ochtend van 7 september krijgt Corné te horen dat al het neergekomen asbest in de omgeving hun verantwoordelijkheid is.
Hoewel de onafhankelijke Stichting Salvage de bewoners de nacht van de brand nog geruststelde dat de reiniging van de openbare weg en omliggende percelen niet hun zorg was, zette de gemeente Bergen op Zoom druk op de ketel. Een gemeentelijk toezichthouder adviseerde het echtpaar om de regie van de sanering in eigen hand te houden om kosten te beheersen. Kort daarna verscheen de gemeentelijk jurist, die hen meedeelde dat de gemeente hen integraal aansprakelijk stelde voor alle kosten.
Vreemde keuzes
Om de asbestvervuiling in kaart te brengen, liet de gemeente een eerste inventarisatie uitvoeren. Die kwam uit op een besmet oppervlak van ruim elf duizend vierkante meter, inclusief de aangrenzende paardenweide. Op advies van de deskundige liet de familie Van der Vorst een contra-expertise uitvoeren. Dit herziene rapport bracht het daadwerkelijk te saneren oppervlak op hun perceel terug tot circa drieduizendhonderd vierkante meter.
Op basis van deze contra-expertise vroeg de familie Van der Vorst een offerte aan bij een gerenommeerde firma. Voor een bedrag van 68.000 euro exclusief btw zou die niet alleen het asbest verwijderen, maar ook de klinkers, betonvloeren en funderingen slopen en afvoeren. Alles zou daarmee schoon en bouwrijp worden opgeleverd.
De gemeente legde die offerte echter terzijde en koos, zo deelde hun jurist mee, voor een voorstel van 87.500 euro exclusief btw, van een ander bedrijf. Met als reden dat volgens de gemeente het rooien van een groenhaag daarbij zou zijn inbegrepen. Een bewering die aantoonbaar onjuist is, aangezien die haag er nog steeds staat. Vreemder nog is dat de verkozen offerte géén volledige sanering omvatte. Deze beperkte zich tot het afvoeren van de brandhaard en een deel van de asbestplaten, waarbij expliciet werd gewaarschuwd voor het risico van herbesmetting zolang de funderingen en restanten bleven liggen.
Oud ijzer en twijfelachtige vrijgaves
De uitvoering van de sloop in november en december 2024 riep nog meer vragen op. Corné, zelf ervaren met zwaar materieel en grondverzet, zag hoe een ingehuurde onderaannemer grote hoeveelheden stalen constructiebalken en ijzer uit het asbestafval trok. Hem werd verzekerd dat dit asbesthoudende materiaal verzegeld naar het erkende verwerkingsbedrijf De Spinder in Tilburg werd gebracht. Heel geloofwaardig vond hij het niet.
Daarom volgde het echtpaar op de vroege ochtend van 19 november 2024 de vrachtwagen naar De Spinder. Uit hun waarnemingen en met zelfgemaakt beeldmateriaal maakten ze op dat de vrachtwagen niet de bij hen geladen containers met vrijgekomen materiaal loste.
Vertrouwen volledig weg
Er gebeurden meer rare dingen op het erf. Tien weken lang bleven met asbest besmette autowrakken open en bloot op het terrein gestapeld liggen, waarna de gemeente nogmaals vijf duizend euro extra berekende voor de afvoer ervan.
Het vertrouwen in hoe de asbestsector werkt kreeg een hele grote deuk op 6 december 2024. Die dag werd het perceel visueel ‘schoon’ verklaard door een keuringsinstantie. Die dag zorgden slechte weersomstandigheden voor de aanwezigheid van grote waterplassen; situaties waarin de landelijke protocollen vrijgave uitdrukkelijk verbieden. De toezichthouder ter plaatse weigerde aanvankelijk het vrijgave-rapport te ondertekenen. Er ontstond in eerste instantie een felle discussie met de saneerder. Na een abrupt vertrek keerde de inspecteur echter binnen een kwartier terug om de formulieren alsnog af te tekenen.
De gemeente ging ondanks deze bijzondere gang van zaken akkoord met de verklaring en de werkzaamheden van de saneerder. Daarmee waren de problemen voor de familie Van der Vorst echter absoluut niet voorbij. Daarover gaat de ZuidWest Onderzoekt-redactie de komende periode meerdere publicaties brengen. Daarbij komt vanzelfsprekend ook de gemeente Bergen op Zoom aan het woord.